Land van toiletpotten

Decennialang fotografeerde David Goldblatt de asbestlandschappen in zijn geboorteland, maar ook de zwarte thuislanden en de witte suburbs. „Ik heb altijd al een analytische benadering tot het leven gehad.”

Blauwe asbest. Ooit had een vriendin van de Zuid-Afrikaanse fotograaf David Goldblatt (76) een klein brokje in haar huis liggen. Ze speelde er af en toe mee en liet het dan weer rondslingeren. Een tijd later kreeg ze een vreselijke vorm van longkanker. Ze overleed binnen een jaar. „Eén piepklein deeltje van deze materie in je longen kan de ziekte al veroorzaken”, zegt Goldblatt, in Amsterdam voor Intersections, een overzichtstentoonstelling van zijn nieuwe kleurenfotografie in Huis Marseille.

De dood van die vriendin, een boerin die nog nooit in de buurt was geweest van een asbestmijn, was voor hem aanleiding om in 1999 een serie te starten over asbestlandschappen. „Al meer dan een eeuw wordt blauwe asbest in mijn land uit open groeven ontgonnen. Het gebied waar deze mijnen zich bevinden bestrijkt een oppervlakte van zo’n 450 kilometer breed. Veel van het afval is nog steeds niet opgeruimd en ligt op het land.”

De bedrijven die dit mineraal uit de grond halen, waaronder het internationale concern Cape dat inmiddels is gesloten, bekommerden zich nauwelijks om de gezondheid van de voornamelijk zwarte mijnwerkers. Duizenden arbeiders die voorheen werkzaam waren in de Cape-mijn zijn aan asbestkanker overleden. „Bovendien is het leven van honderdduizenden omwonenden er ook door aangetast”, zegt Goldblatt. „De bedrijven hebben na sluiting van de mijnen de medewerkers zonder enige vorm van zorg achtergelaten. Gelukkig worden de mijncoöperaties mondjesmaat door nabestaanden aangeklaagd en is de nieuwe regering bezig het landschap voor veel geld te saneren.”

Goldblatt, die al meer dan vijftig jaar werkzaam is, staat bekend als de ‘nestor’ onder de Zuid-Afrikaanse fotografen. Gedurende de afgelopen decennia fotografeerde hij het leven in de zwarte thuislanden en in de witte suburbs, publiceerde hij in talloze tijdschriften en maakte boeken zoals On the Mines (1973), In Boksburg (1982), Lifetimes under Apartheid (1986) en South Africa: The Structure of Things Then (1998). In 1998 had hij een solo-expositie in het Museum of Modern Art in New York en Witte de With in Rotterdam toonde in 2002 de expositie Fifty One Years.

Voor zijn recente serie over asbest maakte hij geen portretten van doden of slachtoffers, maar wel, met een Japanse veldcamera, vlijmscherpe beelden van de blauw-grijze vezels op het land, van verlaten mijnschachten en van een spookachtig verlaten fabriek.

Deze invalshoek is

typerend voor de levendige, door de zon gebruinde Zuid-Afrikaan, die er niet uitziet als iemand die de tachtig nadert. Goldblatt, die opgroeide in een blank, joods middleclass-gezin in het stadje Randfontein, is een geboren avonturier. Sinds het apartheidsregime eind jaren veertig werd ingevoerd, toert hij rond door zijn land en observeert de maatschappelijke ontwikkelingen. Hij doet dit door foto’s te maken die vragen om aandacht en interpretatie, vaak met een groot gevoel voor detail.

Zo toont een oudere foto van zijn hand uit 1962, getiteld A Plotholder and the Daughter of a Servant, een oude blanke landeigenaar met zijn zwarte bediende. Het lijkt een simpel bewijs van de apartheid maar wie goed kijkt, ziet dat het zwarte meisje zich buitengewoon op haar gemak voelt in het huis van de oude pachter. Hun verhouding is niet zwart-wit. Ze staan niet tegenover elkaar. Integendeel. En dat is wat hij vaak laat zien. „Ik heb altijd al een analytische benadering tot het leven gehad. Gedurende het apartheidsregime was niemand heilig. We all had different shades of grey.”

Goldblatt interesseert zich meer voor de maatschappelijke omstandigheden die tot een gebeurtenis leiden dan dat hij de gebeurtenissen zelf wil vastleggen. „Het gaat mij erom hoe mensen hun normen en waarden uiten in hun gedrag, lichaamstaal, kleding en gebouwen.” Vanwege deze persoonlijke en politieke visie op de maatschappij werd hem in 2006 de Hasselblad Award toegekend.

De foto’s die nu in Amsterdam zijn te zien zijn allemaal in kleur. Tot een paar jaar geleden maakte Goldblatt zijn vrije werk vrijwel uitsluitend in zwart-wit. „Voor mij was dat de manier om de woede, de angst en het afgrijzen van wat er in mijn land plaatsvond uit te drukken. Zwart-wit heeft gewoon meer kloten.”

Pas toen de digitale afdruktechnieken echt verfijnd raakten, ging Goldblatt over op kleur. „Toevallig liep de afschaffing van het apartheidsregime in 1990 zo’n beetje synchroon met de nieuwe ontwikkelingen in digitale afdruktechnieken.” Voor het maken van kleurenprints werkt hij veel samen met drukker Tony Meintjes. „Hij scant mijn negatieven. Samen kijken we naar het beeld en versterken of verzachten de kleuren. Soms verhogen we het contrast. In feite doen we hetzelfde als wat ik voorheen in de donkere kamer deed. Ik bewerk het beeld, maar wat erop staat, verander ik niet.”

Veel foto’s die nu in Huis Marseille te zien zijn, tonen het enorme desolate landschap van de Karoo en de Noord-Kaap. Het zijn verstilde, ingehouden composities van dorre, oneindige landschappen waar de hitte en eenzaamheid bijna voelbaar is. Vaak schuilt er achter één foto een hele geschiedenis. „Mijn ideaal is om het verleden en het heden tegelijkertijd te vangen. Ik probeer iets wat heel complex is, in één keer weer te geven. Het gaat vaak om het paradoxale of het ironische van een situatie. Je kan het misschien het beste vergelijken met de gelaagdheid uit de boeken van Zuid-Afrikaanse schrijvers als J.M. Coetzee of Nadine Gordimer.”

Als voorbeeld noemt Goldblatt een beeld dat hij recent maakte in Oost-Kaap waar, midden in een desolaat landschap, de restanten te zien zijn van een toilet. „Dit noemen wij een long-drop lavatory,” zegt Goldblatt lachend, terwijl hij de foto laat zien. „In feite is het een gat in de grond waar je in poept. Ik was voor het eerst op deze plek in 1983, er stonden toen 1500 toilethokjes op een berg.” De wc’s waren daar neergezet door het apartheidsregime en maakten deel uit van de Frankfurt-nederzetting. De woonplek was opgericht voor de Mgwali, een zwarte gemeenschap van 5000 man, die zo’n 100 kilometer verderop woonden. „Deze mensen moesten gedwongen verhuizen omdat de plek waar zij tot dan toe woonden was uitgeroepen tot een ‘black spot’: een stuk zwarte grond in een door blanken bewoond gebied.” Volgens Goldblatt zijn er in Zuid-Afrika meer toiletten gebouwd dan in welke andere beschaving uit de geschiedenis dan ook. „Als je grote aantallen mensen gedwongen wilt verplaatsen, moet je met één ding goed rekening houden: ziekte. Want ziekte maakt geen onderscheid in ras. Daarom worden er héél véél toiletten gebouwd.”

Omdat de Mgwali na vijf jaar strijd weigerden te verhuizen, bleven de toilethokjes doelloos in het landschap staan. „Mensen in de buurt gingen gebruik maken van het bouwmateriaal. Toen ik er in 1990 opnieuw langs ging, waren er alleen nog kleine witte plastic stoeltjes overgebleven. En toen ik er vorig jaar weer met mijn vrouw langsging, waren het alleen nog maar gaten in het veld. Ze zijn dus gereduceerd tot een onherleidbaar minimum.” Wat hem het meest intrigeert aan deze toiletpottengeschiedenis is de vorm. „Ze zijn gevormd in overeenstemming met de menselijke anatomie!” lacht hij. „Waarom die kleine uitstulping? Een extra ruimte voor de man voor als hij gaat zitten?”

Sinds eind jaren

negentig wijdt Goldblatt zich voornamelijk aan zijn persoonlijke werk. Hij woont in Johannesburg, maar zodra hij de kans heeft trekt hij erop uit met zijn camper. Dan reist hij weken door het land. Soms alleen, het liefst met zijn vrouw. Maar over het algemeen heeft hij het gevoel dat hij nergens bij hoort. „Ik haat het om tot een groep te behoren. Dat ligt voor de meeste Zuid-Afrikanen anders. Iedereen is lid van een politieke partij of een sportclub. Maar wat dat betreft denk ik niet dat ik ergens thuishoor.”

Goldblatt heeft altijd zoveel mogelijk geprobeerd zelfstandig te werken, zonder enige vorm van verplichting aan wie dan ook. Onder het apartheidsregime, toen hij ook veel commerciële opdrachten had, accepteerde hij nooit geld van de regering. „Ik probeerde alles wat politiek onacceptabel was te mijden. In die tijd werd je al snel beschouwd als een propagandist voor de regering. Of anders was je wel een activist.” Toen hij eind jaren tachtig een expositie in Londen had, werd hij een tijd door het ANC geboycot. „En ik ben ook wel eens door een reclamebureau gebeld dat mij een vrije opdracht gaf. Ze zeiden; wij betalen je, doe wat je wilt, maar fotografeer de waarheid over Zuid-Afrika. Ik vroeg: wiens waarheid? Uiteindelijk bleek dat ze toch wilden dat ik de Zuid-Afrikaanse regering zou propageren.” Een activist is Goldblatt dus niet. Een fotojournalist evenmin. Hoe noemt hij zich dan wel? „Eigenlijk ben ik een zelfuitverkoren, onbevoegd sociaal criticus”, zegt hij grijnzend.

Sinds er in 1990 een einde kwam aan het apartheidsregime zijn de sociale en politieke structuren flink veranderd. Maar nog steeds zijn er meer dan genoeg maatschappelijke kwesties die Goldblatt op zijn eigen, subtiele wijze in beeld brengt: „Je ziet nu veel oude monumenten waar een ijzeren hekwerk omheen is gebouwd. Dat is om te voorkomen dat het metaal wordt gestolen. Ik ben al een paar keer langs een plek gereden waar een groep huizen staat, helemaal af, maar er woont niemand. Ik vermoed dat hier contracten zijn getekend en bouwvergunningen afgegeven terwijl er onvoldoende mensen in de omgeving wonen om die woningen te betrekken. Corruptie is echt een groot probleem in mijn land.”

Toch is Goldblatt zeer te spreken over de veranderingen die Zuid-Afrika in de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. „Dit land heeft nog steeds een heleboel negatieve kanten: er is criminaliteit, armoede, geweld, dingen werken niet goed en de werkloosheid is groot. Maar we hebben nu een echte democratie, we zijn niet meer bang voor de geheime politie en de huidige regering heeft de economie enigszins weten te stabiliseren. Het nieuwe Zuid-Afrika is een veel betere plek dan het oude Zuid-Afrika.”

‘Intersections’ van David Goldblatt is tot 27/5 te zien in Huis Marseille. Open: di-zo 11.00-18.00. Inl.: 020-5318989 of info@huismarseille.nl