‘Ja, bewaken is bijna saai’

‘Uw fantasieën kunnen sterk verschillen van de realiteit’, is een van de adviezen die Amerikaanse militairen meekrijgen na een verblijf op Guantánamo. Deel 6 van een serie.

Zo rond het middaguur zien we iets dat we niet horen te zien. Iets dat buiten het officiële programma valt. We zien hoe een gevangene getransporteerd wordt. Al eerder is ons schriftelijk en mondeling medegedeeld dat het strikt verboden is foto’s te maken van gevangenen die getransporteerd worden.

De gevangene wordt uit een wit busje gehaald. Hij is geblinddoekt, waarmee kan ik niet zien. Ook heeft hij een imposante koptelefoon op.

„Waarom heeft hij een koptelefoon op?” vraag ik aan kapitein Byer die verantwoordelijk is voor onze rondleiding op Guantánamo Bay (Gitmo).

„Zodat hij niets kan horen.”

Kapitein Byer zal hebben gedacht dat ik Roodkapje ben.

De gevangene wordt een cellenblok ingeleid. Zowel zijn benen als zijn armen zijn geboeid.

„Wat gebeurt er nu met hem?” vraag ik.

„Geen idee”, zegt kapitein Byer.

Een van de andere officieren fluistert dat dat witte busje waarschijnlijk CIA is. We kijken ernaar met een zeker ontzag.

Na deze kleine onderbreking wordt het programma voortgezet. In een leeg cellenblok mogen we twee bewakers interviewen, een man en een vrouw. Ze dragen zonnebrillen die ze ook tijdens het interview niet zullen afzetten. De vrouw heeft een verloofde die in Irak aan het vechten is.

De mannelijke bewaker zegt: „Laten we maar niet in de cel gaan staan, dan lijkt het net alsof wij daar thuishoren.”

Tijdens het interview staan

er allemaal officieren om ons heen. Waardoor het gesprek er niet losser op wordt.

De man begint: „We doen ons werk zo goed en zo professioneel mogelijk.”

„U ziet de gevangenen bijna iedere dag”, zeg ik. „Het lijkt me moeilijk om niet op de een of andere manier gevoelens voor hen te ontwikkelen.”

„We hebben geen gevoelens voor de gevangenen, ook al zien we ze iedere dag”, antwoordt de bewaker.

Hij voegt eraan toe: „Soms wordt een bewaker beschimpt door de gevangenen. Ze laten zich racistisch over hem uit.”

„Vrouwelijke bewakers hebben te maken met seksisme van de gevangenen”, zegt de vrouwelijke bewaakster.

„Maar we nemen nooit wraak”, zegt haar mannelijke collega. Hij zucht. „Ja, bewaken is bijna saai.”

Ik probeer het nog een keer: „Het is moeilijk op een plek als deze geen gevoelens te hebben. Antipathie of sympathie.”

„Ik ben hier gekomen om mijn werk te doen”, antwoordt hij, „ik heb geen gevoelens.”

Het gesprek komt op de ‘cocktail’ waarmee de bewakers soms worden aangevallen door de gevangenen. De cocktail bestaat uit ontlasting, urine, bloed en zaad.

Men zou kunnen denken dat een gelovige gevangene bij voorkeur niet masturbeert. Maar kolonel Lora L. Tucker, commandant van de 305de Press Camp Headquarters, heeft na schriftelijke vragen van mij nadien nog eens per e-mal bevestigd dat de cocktail waarmee de bewakers worden belaagd ook zaad bevat.

Het afgelopen jaar is deze cocktail meer dan vierhonderd en dertig keer over bewakers uitgegooid, zegt ze.

Na mijn vertrek uit Gitmo vroeg ik me af hoe de gevangenen eigenlijk aan bloed komen.

Kolonel Tucker liet mij

weten dat er kleine incidenten zijn geweest waarbij de gevangenen zichzelf hebben verminkt. De cocktail waarmee zij hun bewakers aanvallen bevat niet altijd bloed, maar wel de drie al eerder genoemde componenten: urine, ontlasting en zaad.

„Praat u met uw collega’s over wat u hier meemaakt?” vraag ik aan de vrouwelijke bewaker.

Ze antwoordt: „Als we het gevangeniskamp uit zijn praten we niet met collega’s over wat er in het kamp gebeurt. We spelen kaart of we volleyballen.”

„Denkt u wel eens over de gevangenen na?”

„Ik denk niet over hen na.”

„Praat u met uw verloofde over wat u hier meemaakt?”

„Het is verboden om met familie of vrienden over het werk in het kamp te praten.”

„Dus u praat met helemaal niemand over uw werk in het kamp?”

„Dat is juist, meneer.”

Ik wend me weer tot haar mannelijke collega.

„U bent tijdens uw opleiding getraind om bevelen te weigeren die u onethisch voorkomen. Is het hier wel eens voorgekomen dat u een bevel hebt gekregen dat u onethisch vond?”

„Ik begrijp uw vraag niet.”

„Bent u wel eens gevraagd iets te doen wat in tegenspraak is met uw geweten?”

„Dat soort bevelen ben ik hier niet tegengekomen.”

Na een korte pauze zegt hij: „Het is mijn taak dit gevangeniskamp draaiende te houden. Dat probeer ik zo goed mogelijk te doen.”

Het interview is afgelopen. De bewakers verwijderen zich.

Nu is het lunchpauze. We eten in een kantine voor militairen. Op tafel staat een bordje met adviezen voor militairen die terugkeren naar de gewone wereld.

„Intimiate relationships may be awkward at first”, lees ik. En ook: „Your fantasies and reality may be quite different.”

Ik lijk de enige te zijn die deze adviezen op deze plek absurd vind.

Na de lunch worden we

overgebracht naar Camp 5. Dit gevangeniskamp heeft niets provisorisch meer. Het is gebouwd om er over zestig jaar nog te zijn.

Na een paar sluizen door te zijn gegaan leidt de commandant van Camp 5 ons rond. Hij laat ons eens cel zien waarin gevangenen worden verhoord. Er ligt een tapijtje. De gevangene zit in een fauteuil, in de grond zit een mechanisme waarmee het been van de gevangene kan worden geboeid.

„Er zijn speciale cellen voor gehandicapten”, zegt de commandant. Hij kan niet zeggen hoeveel gehandicapte gevangenen er zijn.

Voor een cel staat een houten kruk. De bewakers dragen hier gezichtsmaskers om zich te beschermen tegen de eerder genoemde cocktail waarmee de bewakers soms worden aangevallen.

We krijgen twee gevangenen te zien die worden gelucht. We zien ze vanachter glas. Zij kunnen ons niet zien. Eén gevangene met baard zit in een hok op de grond en praat al gesticulerend met een andere gevangene zonder baard die ook op de grond zit. Tussen hen in is een hek. De gevangene zonder baard heeft iets Aziatisch, iets Chinees.

Allebei zijn ze blootsvoets. Opeens lijken ze te schrikken. „Ze zien ons niet”, zegt de commandant, „maar het flitsen van het fototoestel zien ze wel.”

Daarna volgt Camp 6. Net nieuw gebouwd. Het neusje van de zalm. Als het gaat om gevangenissen. Hier zien we de gevangenen in hun cellen. Iedere drie seconden passeert een bewaker de cel. De deur van de cel hoeft niet worden geopend om naar binnen te kunnen kijken. De deur is een hek.

De gevangenen kunnen elkaar niet zien maar wel horen. Ze praten voortdurend met elkaar of maken althans geluiden. Camp 6 lijkt een grote vogelkooi.

De commandant van Camp 6 zegt: „Om 22.00 uur gaan de grote lichten uit en om 05.00 uur gaan ze weer aan. Als de gevangenen niet willen douchen of luchten wordt dat gerespecteerd.”

Dan wijst hij op een cel en zegt: „Zo’n cel is groter dan mijn eigen woonkamer.”

(wordt vervolgd)§