Familiegrond in Uruzgan staat nu vol papaver

Op het hoofd van Hamid Khan staat een prijs. Hoeveel het is, weet hij zelf niet. Maar het kan zo gaan om duizenden dollars. „Daar zit mijn neef uit Uruzgan achter. Hij gebruikt de grond van mijn vader en wil die niet aan mij teruggeven”, zegt Khan.

Anderhalf jaar geleden verliet de 43-jarige Khan na een verblijf van veertien jaar het zonnige San Lorenzo in Californië en keerde terug naar zijn geboorteland Afghanistan. Zijn moeder, vijf broers en drie zussen in de Verenigde Staten hadden hem aangewezen als de man die in Afghanistan het verloren familiebezit, grote lappen grond in Uruzgan en Kandahar en rond Kabul, moest terugkrijgen. Van zijn neven, ooms en van boeren buiten de familie. Hoewel Khan opgroeide in Kabul is zijn familie oorspronkelijk afkomstig uit Uruzgan.

Volgens Khan is zijn neef in Uruzgan is een succesrijke papaverboer, een miljonair met duizenden hectares. „De eerste keer dat ik hem ontmoette, liet hij mij een schuur zien waar honderden kilo’s papaver lag”, zegt hij. Toen was zijn neef, een kleinzoon van een halfbroer van zijn vader, nog vriendelijk tegen hem. Nadat Khan zijn intenties had bekendgemaakt, sloeg de stemming om. „Als ik nu in Uruzgan ben, heb ik altijd een militie van veertig man bij me, afkomstig uit een dorp van een oom uit Uruzgan die mij steunt.”

Nooit had Khan gedacht dat hij met zijn queeste zijn eigen leven op het spel zou zetten. Ook had hij niet voorzien dat hij maandenlang verdwaald zou raken in het doolhof van de Afghaanse rechtspraak. Een dure tocht bovendien. Links en rechts heeft hij betalingen moeten doen, zwart en meestal in dollars, om een uitspraak te kunnen krijgen van een rechter in Kabul. Zijn eerste overwinninkje kostte hem 9.000 dollar, een vermogen in een land waar artsen in ziekenhuizen vijftig dollar per maand verdienen. „Ik heb hier in Kabul een stuk grond weten terug te krijgen, maar vraag niet hoe”, zegt hij.

Khan lacht verontschuldigend. Afghanistan staat nog met één been in de middeleeuwen. Zittend op een dik tapijt in de grote tochtige huiskamer van het huis van zijn overleden vader in Kabul, vertelt Khan met een onvervalst Amerikaans accent zijn geschiedenis. Hij draagt een witte dunne shalwar kameez. Om zijn schouders hangt een enorme bruine sjaal. Buiten dwarrelt natte sneeuw naar beneden.

Zijn vader overleed in 1977, terwijl zijn moeder met vijf zoons en drie dochters in 1981, twee jaar na de invasie van de Sovjet-Unie, naar de VS emigreerden. Zelf bleef hij achter, bij zijn drie halfzussen, dochters van de eerste vrouw van zijn vader. „Het zou een schande zijn geweest in Afghanistan als wij die drie vrouwen zonder man hadden achtergelaten”, verklaart hij. Zijn vader is overigens vier keer getrouwd; zijn tweede en derde vrouw stierven op jonge leeftijd.

In 1992 volgde Khan, nadat hij onder meer in het Afghaanse leger had gediend, zijn familie naar de VS. Eerst vloog hij naar New Delhi, waar een smokkelaarsbende van Afghanen, Iraniërs en Indiërs hem voor 8.000 dollar hielp aan een enkeltje New York en een Italiaans paspoort om op het vliegtuig te komen. Vlak voordat het toestel in de VS landde, spoelde hij dat paspoort door het toilet, om meer kans te maken bij de asielprocedure. Vervolgens hield hij zich van den domme toen de immigratiedienst hem aanhield. Dankzij zijn moeder en haar advocaat liet de dienst hem vrij snel gaan. „George W. Bush is een verschrikking voor de wereld, maar Amerika is een mooi land. Iedereen krijgt daar een kans”, zegt hij.

Toch was het voor Khan niet moeilijk zijn baan als kelner in een restaurant achter te laten en terug te keren naar het kapotte Afghanistan. „Misschien vind ik hier wel een vrouw. In de VS heb ik daar weinig geluk mee gehad. Het blijft bovendien mijn land en er komt hier veel geld binnen. Als je slim bent, kun je hier veel verdienen”, zegt Khan. En voor dat laatste heeft hij ook de duizenden hectares grond nodig.

Hoewel Khan de oorspronkelijke eigendomspapieren in bezit heeft, zijn die niet veel waard meer in Afghanistan, waar de laatste 25 jaar oorlog heeft gewoed en een administratieve infrastructuur zo goed als afwezig is. „Je hebt geld nodig om rechters om te kopen, of je moet een jirga (een vergadering van stam- en dorpsoudsten, red.) organiseren”, zegt hij. „In Uruzgan zal een jirga beslissen van wie het betwiste land is: van mijn familie of van mijn neef. Maar ik moet blijven oppassen. Met een kalasjnikov en dollars kun je in Afghanistan heel eenvoudig de uitkomst van een geschil beïnvloeden.”