‘Een verademing!’

Vorige week kwamen CS en Boeken uit in magazinevorm. U reageerde veelal enthousiast.

Het belang van een experiment ligt niet alleen in het achtervolgen van wat je zoekt, maar ook in het vinden van wat je niet zoekt. Hoe waar dat aforisme (van de Franse arts-onderzoeker Claude Bernard) is, blijkt uit de honderden e-mails en brieven die we ontvingen nadat we het Cultureel Supplement en de bijlage Boeken vorige week als eenmalige proef op magazineformaat uitbrachten.

We waren benieuwd of u tevreden was met het kleinere maar dikkere, ‘schoongesneden’ formaat, met de uitbundige kleurenfotografie op beter papier, met de afwisseling tussen korte en langere stukken, tussen reportages, achtergrondstukken en columns – kortom, of de combinatie van diepgang en entertainment waar we naar streven ook in dat kleinere formaat nog steeds ‘werkt’.

Op die vragen antwoordde u in overgrote meerderheid met een overweldigend ‘ja’. ‘Hoera, eindelijk!’ en ‘Wat een verademing!’ aldus twee typerende reacties, van respectievelijk F. Overkleeft uit Den Haag en Odilia Knap uit Rotterdam. „Wat mij betreft is het experiment geslaagd”, aldus Gerard Hautvast uit Bemmel, en vele anderen.

Als reden gaf u vooral op dat een compacte krant overzichtelijker is – Maarten Vrolijk uit Dronten schrijft dat hij supplementen tot nu toe „zeer summier” las, maar er nu meer tijd aan geeft – en dat het ‘bijna-halfformaat’ prettiger vasthoudt, bijvoorbeeld in de trein zonder andere passagiers te hinderen (J. Koetsier uit Aerdenhout).

Zulke argumenten hadden we eerlijk gezegd verwacht. Maar een aantal van u, zoals Ank Koudenburg, voerde aan dat het ook prettiger leest in een tuinstoel of op het strand, zonder dat de pagina’s wegwaaien. Nog iets dat u bleek te waarderen zonder dat we er doelbewust naar vroegen: het lijkt er op dat de bijlages in kleiner formaat en met een nietje door de rug minder snel in de papierbak belanden. „Uitstekend! Dit wil ik altijd zo, leest makkelijker, neemt beter mee; juist voor de bijlagen die een paar dagen of langer meekunnen erg prettig”, schreef Werenfried Spit. „Het is gemakkelijk te bewaren voor later. U mag het wat mij betreft direct invoeren”, schrijft H. Hobbel uit Emmen.

Of het van dat laatste inderdaad komt, is nog onzeker. Het was en blijft de vraag of zo’n operatie financieel en logistiek zin heeft. Zo is het magazineformaat fors duurder dan gewone grote krantenpagina’s, onder andere omdat het van tevoren moet worden geproduceerd en niet tegelijkertijd met de krant van die dag kan worden gedrukt.

Daaruit vloeit een zeker zo belangrijke journalistieke overweging voort. Een gewone aflevering van de twee vrijdagbijlagen ‘sluit’ op donderdagavond, en in noodgevallen zelfs op vrijdag rond het middaguur. Als woensdag bekend wordt wie in het nieuwe kabinet de portefeuille Cultuur krijgt, kunnen we dus in het Cultureel Supplement uitpakken met een profiel van Ronald Plasterk. En als op een donderdag de Nobelprijs voor Literatuur wordt toegekend, kunt u een dag later rekenen op een kritisch portret van Orhan Pamuk. Aan die voorwaarde – de actualiteit zo snel mogelijk van context en achtergrond voorzien – willen we zo min mogelijk concessies doen.

Eerlijk is eerlijk: er is ook wel iets af te dingen op een formaatwijziging. Een klein aantal van u – enkele tientallen – deed dat inderdaad. Ook daarbij gaf u ons een aantal min of meer bekende argumenten. Tabloid is een modegril en ordinair, noteerde u, bijvoorbeeld. En bij al dat beeld – waaronder de foto’s van sommige auteurs – raakt de tekst in de verdrukking. „Maak ernstig grote pagina’s, heren en dames”, schrijft Edwin Smet. „Ben een Supplement. Bekeer u tot de tekst. Bied ruimte aan uw fraaie medewerkers. Beeld hen niet af.”

Maar we hoorden ook nieuwe ‘tegens’. „Het katern gleed direct al uit mijn handen, het vereiste letterlijk spierkracht om vast houden”, foetert Joost Gieskes uit Den Haag, „en dat heerlijke snelle overzicht ontbrak, hinderlijk bladeren, iets niet makkelijk terugvinden.” Een „ergonomische mislukking”, aldus Gieskes die ons toeroept: „Terug naar af!”

In een compactere krant is het door een andere verhouding van tekst en beeld lastiger je weg te vinden, schrijft Margriet Mineur-van Eijck. „Gevolg daarvan is een rommeliger geheel: heldere stukken tekst zijn nu meer verdeeld en onderbroken.”

Anders dan een gewoon supplement moet een magazine een omslag hebben. Op die van de vorige week stond actrice Isabelle Huppert, gefotografeerd door Rieneke Dijkstra. Maar wij hadden er nog niet bij stilgestaan dat zo’n coverillustratie een mijnenveld is. „De vrouw als eeuwige trekpleister, lijkt het wel”, schrijft P. Nève. „Een oudere vrouw, een man, een kind, een dier, een kunstwerk, een landschap, noem maar op, is blijkbaar niet geschikt.”

Op één punt moeten we sommige critici hier wel alvast tegenspreken: ‘kleiner’ betekende niet ‘minder’; in beide supplementen stond minstens de helft meer tekst dan in een gewone aflevering. De langere artikelen, zowel in Cultuur als in Boeken waren bovendien flink langer dan een paginavullend verhaal in een normaal nummer. Dat u dat kennelijk niet merkte, vatten wij op als een compliment.

En op de onverwachte maar terechte vraag van Frits Stuurman naar de milieubelasting van een formaatswijziging – „de andere kwaliteit papier; het toenemende gebruik van kleuren-inkt; de nietjes” – moeten we het antwoord nog even schuldig blijven.

Als het aan de meesten van u ligt komen de nieuwe bijlages er zo snel mogelijk. Mits we iets doen aan het te kleine lettertype in de rubriek ‘En verder’ van het Agenda-gedeelte – want daar waren vrijwel alle schrijvers het over eens. Dat zullen we doen! Voor het overige geldt: the jury is out. We danken u alvast hartelijk voor uw warme betrokkenheid bij uw krant. Uw lof en kritiek wegen zwaar mee.

Over enkele weken zullen we u hier bovendien de uitkomst laten weten van het online-lezersonderzoek dat nog steeds op www.nrc.nl/cultuurproef is te vinden. U hoort van ons.