Docenten leren het nieuwe lesgeven...

Het ‘nieuwe leren’ is zó ingewikkeld, dat docenten nodig bijgeschoold moeten worden. „Kun je leerlingen verplichten naar de les te komen?”

Overal in het land klagen scholieren over ‘het nieuwe leren’. Maar ook docenten worstelen ermee. De invoering van het nieuwe leren is op veel scholen zelfs zó ingewikkeld, dat schooldirecties externe coaches inhuren om het uit te komen leggen aan docenten en ander personeel.

Op het ROC Eindhoven geeft ‘Randstad HR Solutions’ trainingen en workshops. Randstad coacht ook Hogeschool InHolland, ROC Friese Poort in Sneek, het Deltion College Zwolle, het ROC Twente, het Mondriaan College, en het ROC Graafschap College in Doetinchem, bij de invoering van het nieuwe leren.

Afgelopen dinsdag kregen zeven docenten van het ROC Eindhoven in een lokaal een workshop van Randstad. Doel was „hun nieuwe rollen helder te krijgen” en „vast te stellen waar hun sterke punten liggen”.

„We praten tegenwoordig heel veel over de organisatie van het lesprogramma, maar nog maar heel weinig over de lessen zélf”, zegt docente vormgeving Maaike Reijnders. „Als we zélf al niet weten welke taken we moeten uitvoeren, hoe moeten leerlingen dat dan weten”, zegt teamleider Marie Louise Gerards.

„Scholen, docenten en stafafdelingen zijn sinds de invoering van het nieuwe leren zoekende”, signaleert Randstadcoach Suzanne von der Dunk. „De eerste sessies kwam er een enorme bak ellende uit.” Dat komt, het nieuwe leren heeft de school op de kop gezet. Op het ROC Eindhoven worden veel minder klassikale lessen gegeven. Nog wel op kleine schaal, (die lessen heten workshops), maar de nadruk ligt op zelfstandig werken. Leerlingen moeten een ‘mini-onderneming’ oprichten en laten registeren bij de Kamer van Koophandel. In een ‘leertuin’ (grote ruimte) werken ze in groepjes in hun bedrijfje. Ze bedenken zelf wat ze produceren en hoe ze dat in de markt zetten. Ze geven zélf aan wat ze hiervoor willen leren, docenten zijn slechts begeleiders. Daarbij is ook meer de nadruk komen te liggen op het aanleren van ‘competenties’ als ‘samenwerken’, ‘presenteren’ en ‘efficiënt werken’, in plaats van louter de overdracht van vakkennis.

Deze nieuwe vorm van onderwijs wordt momenteel overal op scholen ingevoerd. Het wordt mogelijk al in 2008 verplicht op het hele mbo. Overal in het land klagen leerlingen dat ze sindsdien te weinig les krijgen en te veel aan hun lot worden overgelaten. Eind vorig jaar trokken scholieren naar Den Haag om meer lessen te eisen.

Ook de docenten op het ROC Eindhoven vinden het competentiegericht leren lastig. Ze vinden wel dat leerlingen gemotiveerder zijn onder het nieuwe programma, en dat het contact tussen docent en leerling veel beter is dan vroeger in de klas, maar er zijn nog een hoop praktische bezwaren.

Hoe moet je bijvoorbeeld omgaan met klachten van ouders van leerlingen, die nog zijn opgegroeid met het klassikale onderwijs? En waar vind je als docent nog een rustig plekje om te werken als je voortdurend door scholieren wordt aangesproken? Omdat er amper nog lessen zijn, moeten docenten het leeuwendeel van hun lesstof via de mail aanbieden. Een hele omschakeling voor vooral oudere leraren.

Vroeger was het verplicht naar de les te komen, maar met het competentiegericht leren hebben leerlingen meer vrijheid om hun dag in te delen. „Wat doen we met de lamzakken die niet komen opdagen in de les”, zegt Maaike Reijnders tijdens de workshop. „Wat doe je met leerlingen die de hele dag zitten te msn’en of spelletjes zitten te doen in de leertuin”, oppert coach Von der Dunk.

En dan de werkdruk. Docenten hebben er allemaal extra taken bij gekregen. Als ze lesgeven zijn ze ‘experts’. Ze zijn ‘scriptbegeleider’, als ze de mini-ondernemingen in de gaten houden, en ‘loopbaanbegeleider’ als ze de scholieren coachen hoe hun schoolloopbaan vorm te geven. Verder zijn ze ‘coaches’ die de mini ondernemingen helpen bij de dagelijkse problemen, bijvoorbeeld bij ruzies en samenwerken. En dan zijn ze nog ‘assessor’ (examinator), als ze mondelinge examens afnemen.

Hoe gecompliceerd het is, blijkt tijdens de workshop. „Moeten wij ook de werkstukken nakijken?” vraagt Maaike Reijnders. „Nee”, zegt docent marketing Richard Hoogenboom. „Dat doen de scriptbegeleiders.” Ook leerlingen worden „gek” van al die verschillende rollen van docenten, zegt docent marketing Mark van Ooijen. „Als ze met je praten zie je ze denken, ‘ben je me nou aan het beoordelen of aan het begeleiden.” „Het is mij niet helemaal helder wat een loopbaanbegeleider allemaal doet”, zegt Hoogenboom. „Kan er niet gewoon een map komen waarin alle taken worden omschreven?” vraagt Reijnders.

Schooldirecteur Peter van der Aa kent de bezwaren, maar hij wil niet terug naar het ‘oude leren’. Met de oude klassikale lessen waren de leerlingen de laatste tien jaar amper meer te motiveren, zegt hij. Daarnaast vraagt het bedrijfsleven om meer praktijkgericht onderwijs. „Dit is de richting die het onderwijs moet gaan.”Sinds de workshops is het rustiger geworden op school, omdat duidelijker wordt wat ieders taken zijn, zeggen de docenten. Toch ligt Marie Louise Gerards nog geregeld wakker. „De schoolleiding zegt tegen ons, verwacht niet te veel, gun het nog een jaar. Maar dan denk ik, doordat wij de structuur niet helder hebben, worden leerlingen de dupe.”

„Ons kompas is nog niet al te best”, zegt Richard Hoogenboom. „Maar ze leren wél veel meer dan vroeger”, zegt Maaike Reijnders.