De wereldpolitiek is een excuus

Ethische kwesties genoeg in de nieuwe roman van columniste Februari.

‘De literaire kring’ is een aanklacht tegen onze onverschilligheid.

„Some people want to fill the world with silly love songs”, zong Paul McCartney ter verdediging van de lichte kanten van zijn oeuvre. En zo is het in de literatuur ook. Niet iedere schrijver wil de wereld met zijn of haar boeken veranderen; niet iedereen wil zich in een roman uitspreken over grote kwesties als fundamentalisme, racisme, globalisering of kernwapendreiging. En zoals John Lennon zijn voormalige mede-Beatle beschuldigde van het maken van muzak, zo krijgen de auteurs van liefdesverhalen en persoonlijk psychodrama te horen dat ze zich beter bezig kunnen houden met ‘serieuzere literatuur’.

Dat laatste is in elk geval de mening van John, het nieuwste lid van de leesclub in het kleine dorp waar columniste Marjolijn Februari haar tweede roman situeert. Halverwege De literaire kring discussieert hij met zijn vrouw Teresa over zijn eis dat boeken een politieke lading moeten hebben. „Die hele zogenaamde wereldpolitiek is een excuus”, werpt Teresa tegen; „een dekmantel voor mensen zonder enige invloed of beslissingsbevoegdheid om dagenlang over dingen te praten waar ze toch niks aan kunnen veranderen, zodat ze het niet hoeven te hebben over de dingen waar ze wél iets aan kunnen veranderen.”

Het zou best kunnen dat Marjolijn Februari het met haar 30-jarige hoofdpersoon eens is. De (innerlijke) monologen van Teresa zijn vaak even spits doordacht en goed geformuleerd als de columns die haar schepster over recht, politiek en alledaagse ethiek in de Volkskrant schrijft. En juist de kwestie van de verantwoordelijkheid van de gewone burger gaat Februari aan het hart. De plot van De literaire kring draait om het zogeheten glycerineschandaal uit de jaren negentig: een Nederlands bedrijf had willens en wetens een vervuilde grondstof voor medicijnen naar Haïti geëxporteerd, met tientallen doden als gevolg, maar werd om redenen van justitiële efficiency alleen vervolgd wegens overtreding van de milieuwetgeving; de directie waste haar handen in onschuld.

Als columniste heeft Februari meermaals geschreven over het slechte voorbeeld dat de overheid hiermee aan de samenleving gaf; als romancière gebruikt ze het schandaal als symbool. Niet alleen voor het feit dat mensen steeds meer geneigd zijn hun verantwoordelijkheden af te schuiven, maar ook voor de vuile handen van wat op de achterflap van haar boek ‘de weldenkende klasse’ heet.

In De literaire kring komt de Haïtiaanse gifzaak jaren na dato weer aan de oppervlakte wanneer de dochter van de glycerinedirecteur een internationale bestseller schrijft over haar ellendige jeugd. Haar oude klasgenoot Teresa, wonend in het dorp waar ze zijn opgegroeid, raakt door haar verleden geïntrigeerd en achterhaalt stapje voor stapje het geheim dat de vader van deze Ruth Ackermann deelt met de o zo keurige leden van de literaire kring. Want zoals de moeder van een van de gestorven Haïtiaanse kinderen zegt in een oude televisiedocumentaire: „Er zijn wortels van het kwaad die aan de ene kant van de wereld hun begin hebben en aan de andere kant van de wereld bovengronds komen.”

Dat Teresa tijdens haar rondgang ook uitkomt bij haar vader, de gerespecteerde jurist Rudolf Pellikaan, zal niemand verrassen. Maar daar gaat het Februari ook niet om. Ze legt op een lichtvoetige manier het misplaatste superioriteitsgevoel en de morele onverschilligheid bloot van haar hoofdpersonen; en in één moeite door die van onszelf. Immers, de hypocriete lezer is geen haar beter. Net als een van de personages leggen wij ons voor onze gemoedsrust neer „bij het feit dat de wereld goed en slecht is – en dat dat nu eenmaal is zoals de wereld onveranderlijk is”. Zo zit de menselijke geest in elkaar: „Je belazert je buurman niet, maar je koopt wel zonder al te veel scrupules organen van ter dood veroordeelden in het buitenland.”

Omdat we geen greep hebben op het leven, verschuilen we ons achter wetten, regels, overheidsinstanties, en alle andere instrumenten van het might is right-systeem waarin de Eerste Wereld zich wentelt. Geen wonder dat De literaire kring eindigt met een pleidooi van Teresa’s man John om onszelf de wet te stellen: „Vergeet al dat gedoe met […] goddelijke wetten en van buiten komende verplichtingen. [Het] is wel zo praktisch om iedereen in dit aardse leven gewoon verantwoordelijk te houden.”

Ethische kwesties genoeg in De literaire kring, dat een mooi tweeluik vormt met Adriaan van Dis’ recente roman De wandelaar, waarin het schuldgevoel van de rijke westerling geïroniseerd wordt. Misschien bevat de roman zelfs iets te veel maatschappelijke discussie. Februari’s routine als columnist, haar vermogen om vrijzwevend te verwijzen naar de actualiteit en de culturele traditie, schemert door in de dialogen en gedachtensprongen van het half dozijn handelende personages. – of het nu gaat over Nederland dat voor zijn gevoel van volwassenheid afhankelijk is van „geïmporteerde misdaad, geïmporteerde conflicten, geïmporteerde geloofsovertuigingen”, of over de dilemma’s van de betrokken consument. Af en toe lijkt het alsof je een razend knap aan elkaar gesneden bundel met columns leest.

Niet dat dit het leesplezier bederft. De literaire kring mag dan een ideeënroman zijn, sommige van de personages zijn echt genoeg om de lezer te boeien en zelfs te ontroeren. Van Teresa krijg je aanvankelijk weinig hoogte, met haar aan cynisme grenzende tolerantie voor John, maar gaandeweg krijg je in de gaten wat voor liefdeloze jeugd ook zij gehad moet hebben. De scène waarin ze bij haar moeder langsgaat en stuit op liefdeloosheid en vileine verwijten, behoort tot de hoogtepunten van de roman.

Marjolijn Februari grossiert in ironie, satire (op de boekenwereld) en laconieke humor. De verleiding is groot om een boeketje van haar mooiste oneliners te presenteren, maar laat ik me beperken tot Teresa’s constatering op een feestje: „Aardige mensen waren het, allemaal, maar chrysanten zijn ook aardig.” De scherpe zinnetjes komen namelijk het best tot hun recht in de elegant geformuleerde langere passages. Ik moest erg lachen om Teresa’s wijze berusting bij het vermoeden dat haar echtgenoot op zijn tweede mobiele telefoon tijdrovende sciencefictionspelletjes speelt. „Ze besloot zich er maar bij neer te leggen en hem niet te storen met haar eigen onnozelheden als hij blijkbaar net bezig was een ruimteschip aan te schaffen met een geavanceerder afweerschild.” De grap echoot later na in het terloopse zinnetje „Hij had het druk en ze was niet met hem getrouwd om hem van zijn werk te houden.”

Het is Boekenweek, en het door de Stichting CPNB gekozen thema genereert een vuurwerk van boeken over humor. Dat De literaire kring vorige week verscheen is misschien toeval, maar het is de komende tijd de beste keuze: het komische is gewaarborgd en je krijgt er de tragiek en de morele dilemma’s gratis bij.

Marjolijn Februari: De literaire kring.

Prometheus, 254 blz. € 17,95

****-