De uitvinding van de homo

Robert Aldrich (red.): Van alle tijden, in alle culturen. Wereldgeschiedenis van de homoseksualiteit. Vertaald uit het Engels door André Abeling e.a. Nieuw Amsterdam, 384 blz. € 37,50

Mannen en vrouwen hebben zich altijd en overal fysiek en emotioneel aangetrokken gevoeld tot seksegenoten, maar ‘homoseksualiteit’ en alles wat we daar tegenwoordig onder verstaan, is een betrekkelijk nieuw, westers fenomeen.

Met die constatering begint Van alle tijden, in alle culturen. De historicus Robert Aldrich heeft een wereldgeschiedenis van de homoseksualiteit samengesteld, waarin aan de hand van 14 artikelen van de hand van gerenommeerde historici de geschiedenis van homoseksualiteit van de Griekse oudheid tot het heden op een voor een breed publiek toegankelijke manier aan bod komt.

Opvallend is dat deze ‘wereldgeschiedenis’ slechts drie artikelen bevat waarin homoseksualiteit in de niet-westerse wereld wordt besproken. Pas in een van de laatste artikelen wordt uitgelegd waarom dit zo is: de homoseksuele identiteit en ‘zelfbeleving’ is in feite een westerse uitvinding. Pas in het 19de-eeuwse Europa werden ‘seksuele mogelijkheden in het heersende binaire systeem van heteroseksualiteit en homoseksualiteit gedwongen’, zoals het in een van de bijdragen heet. Het grootste deel van het boek wordt dan ook gebruikt om deze ontwikkeling – die al in de Middeleeuwen inzet – te reconstrueren. De niet-westerse geschiedenis fungeert daarbij vooral als contrast die het bijzondere van de westerse ontwikkelingen moet illustreren.

In de Middeleeuwen werd homoseksualiteit gezien als een van de tegennatuurlijke zonden, dat wil zeggen: een vorm van seksueel contact die niet tot voortplanting leidde. De term sodomie was hiervoor een verzamelbegrip, dat echter slechts onduidelijke grenzen aangaf. Tegelijkertijd kwam seksueel contact tussen mannen (of vrouwen) onderling namelijk relatief veel voor zonder de betrokkenen zichzelf zagen als homoseksueel. Daar komt pas langzaam verandering in. In de loop van de 19de eeuw werden homoseksuele subculturen oogluikend toegestaan in West-Europese steden. In het bijzonder de opkomst en professionalisering van de psychiatrie en seksuologie in de 19de eeuw hebben de tweedeling tussen homo- en heteroseksualiteit tot norm verheven.

Buiten het westen ontwikkelden zich geheel andere seksuele normen. Homoseksueel contact werd daarbij soms maatschappelijk geaccepteerd of zelfs gezien als een noodzakelijke ontwikkelingsfase voorafgaand aan volwassenheid. In prekoloniaal Zuid-Amerika vielen sekse en maatschappelijke rol niet automatisch samen. Zo bestond er het fenomeen van de ‘berdaches’; mannen of vrouwen die de sociale rol van de andere sekse op zich namen en seksueel op de eigen sekse waren georiënteerd. Deze mensen werden vaak gezien als mensen van een ‘derde geslacht’. Een strikte scheiding tussen man en vrouw of homo- en heteroseksueel bestond in deze stammen feitelijk niet.

De conclusie dat homoseksualiteit in feite een zeer recent en Westers fenomeen is, loopt zo als een rode draad door het hele boek heen, dat daardoor een veel grotere samenhang vertoont dan de lezer aanvankelijk vermoedt. Expliciete verwijzingen naar deze samenhang ontbreken en dat is een gemiste kans. Het boek had aan kracht gewonnen, wanneer Aldrich in een inleiding of slotbeschouwing de verschillende lijnen bij elkaar had gebracht.

De constatering dat homoseksualiteit een moderne ‘uitvinding’ is heeft grote implicaties voor wie een wereldgeschiedenis van homoseksualiteit wil schrijven. Is dit daarmee niet per definitie verworden tot een anachronistisch project? Om deze val te ontlopen hebben de auteurs ervoor gekozen hun onderwerp ruim op te vatten, als seksueel gedrag dat afwijkt van de heteroseksuele norm. Een groot deel van het boek beschrijft zo als het ware de voorgeschiedenis van homoseksualiteit, maar dat is legitiem. Het ontstaan van de homoseksuele identiteit is misschien wel het belangrijkste onderwerp van haar geschiedenis.

Daarbij komt ook de invloed die de Europese expansie heeft gehad op seksuele patronen in de gekoloniseerde gebieden. Europese ontdekkingsreizigers waren geschokt door seksueel gedrag dat afweek van de Europese norm. De ‘zedeloosheid’ van inheemse volken werd een belangrijke rechtvaardiging voor koloniale veroveringsoorlogen.

Het meest interessant is dat het boek de vanzelfsprekendheid van de westerse ‘binaire’ scheiding tussen hetero- en homoseksualiteit ter discussie stelt. Voorbeelden uit de niet-westerse geschiedenis laten juist zien dat er een veel breder scala aan sekserollen kan bestaan. Hoog tijd voor een omgekeerde kolonisatie?