‘De lege schouwburgzaal heeft altijd gelijk’

Het regent plannen om het toneelbestel te hervormen. Korte serie over het theater dat zijn toeschouwers wil terugwinnen. Deel 2: Hoe zijn toneel en publiek elkaar kwijtgeraakt?

,,Laat duizend bloemen bloeien, was veertig jaar lang het credo in het theater. Maar nu bloeien er alleen nog duizend petunia’s. Daar mogen ook wel weer wat afrikaantjes en begonia’s tussen komen.’’

Als je Jaap Jong van het VNT, de vereniging van toneelgezelschappen, vraagt hoe het toneel en het publiek elkaar zijn kwijt geraakt, krijg je een revisionistische geschiedenisles: „Alle ellende is begonnen met de Aktie Tomaat, de toneelrevolutie van 1969 waaruit dit bestel is geboren. Voor die tijd brachten de grote gesubsidieerde gezelschappen álle soorten toneel, van kluchten tot het zwaarmoediger werk. Vergelijk het met uitgeverijen, die geven kookboeken uit om een poëziebundel te bekostigen. Maar na 1969 werden de maatschappelijke relevantie van het toneel en de artistieke autonomie van de regisseur vooraan geplaatst. En vernieuwing, vernieuwing, vernieuwing. Toen heeft het grote publiek gezegd: best, maar dat gaan wij niet meemaken.’’

Tot voor kort was de Aktie Tomaat voor vrijwel alle theatermakers een onomstreden beginpunt, het noodzakelijke opblazen van een vastgelopen bestel. Maar nu deze christenregering de erfenis van de jaren zestig bij het schroot zet, is het blijkbaar ook tijd voor restauratie in theaterland.

Toch is het toneel van de afgelopen veertig jaar geen tranendal, ook niet wat bezoekcijfers betreft. In de jaren zeventig en tachtig, gingen de bezoekcijfers inderdaad naar beneden. Maar na het dieptepunt van 1985 begonnen de cijfers te klimmen, met om de zoveel jaar zelfs een verdubbeling. Hoogtepunt was 2002: nog nooit gingen zoveel mensen naar toneel in een jaar. Sindsdien is het publiekscijfer weer aan het dalen, momenteel zitten we op het niveau van 1998; nog altijd veel meer verkochte kaartjes dan in 1969.

VNT-man Jong heeft naast de Aktie Tomaat dan ook nog een andere zondebok: „De laatste vijf jaar is het ineens hard achteruit gegaan, en dat is de schuld van voormalig staatssecretaris Rick van der Ploeg, die in het kader van de doorstroming tientallen nieuwe groepjes in zijn Cultuurnota toeliet. Daardoor is de grote versplintering, de atomisering, enorm toegenomen. Iedere theatermaker begint nu een eigen groepje, bij de VNT zijn nu 82 gesubsidieerde toneelgezelschappen aangesloten. En het aanbod is te eenzijdig. Er is te veel complex, onconventioneel theater, toneel voor fijnproevers.’’

Vaak krijgen overproductie en versnippering de schuld van de huidige afnameproblemen van het schouwburgtoneel. Maar de beschreven wirwar van toneelgroepjes is werkzaam in het bloeiende circuit der kleine zalen, juist niet in de schouwburgen. Die worden voornamelijk bediend door negen grote gezelschappen. Het aantal toneelstukken dat zij voor de schouwburg maken, loopt zelfs licht terug. Hoe kan dat dan de oorzaak zijn?

Hans Onno van den Berg van schouwburgvereniging VSCD: „Overal in de kunst is overproductie, en dat stemt vreugdevol. Daardoor komen de juwelen bovendrijven. Gesubsidieerde overproductie is echter een ander verhaal, omdat je met staatssteun de werking van de markt teniet doet, die alles wat onder de maat is, laat afvallen. Maar dat is inderdaad een deelprobleempje.”

Versnippering vindt hij echter wel een probleem: „Ook de grote gezelschappen zijn domweg te klein, te arm en te onbekend om slagvaardig op te treden. Spelen in de schouwburg is decennialang not done geweest. Voormalig artistiek leider Gerardjan Rijnders haalde Toneelgroep Amsterdam in de jaren negentig uit de schouwburg en ging op een fabrieksterrein voornamelijk leuke kleine dingetjes doen.”

VNT-man Jong vindt het aanbod te eenzijdig experimenteel, VSCD-man Van den Berg vindt het domweg te slecht: „Voor een geslaagd experiment is heus wel publiek, maar voor een mislukt experiment niet. Een groep die rijkssubsidie krijgt, beschouwt dat ten onrechte als kwaliteitskeurmerk. Het theater mangelt momenteel zichzelf. Het huidige, beperkte kwaliteitscriterium staat haaks op wat de mensen willen zien. Niet de theatermaker, maar de toeschouwer zou weer vooraan moeten komen te staan.”

Moeten we dan de kijkcijfers ook in theaterland laten regeren? Van den Berg: „Ik wil niet zeggen dat het publiek moet bepalen wat mooi en lelijk is. Een volle zaal hoeft nog niet te betekenen dat de voorstelling geslaagd is. Maar een lege zaal betekent zeker dat de voorstelling mislukt is. De lege zaal heeft altijd gelijk.’’

Morgen deel 3: Hoe wil het toneel zijn publiek heroveren?