De lastigste maestro

Jens Malte Fischer: Carlos Kleiber. Der skrupulöse Exzentriker. Met foto’s van Anne Kirchbach. Wallstein, 92 blz. €19,90

‘Anderen zorgen voor zichzelf en ruïneren het theater. Ik zorg voor het theater en ruïneer mezelf’, zei Gustav Mahler ooit over zijn werk als operadirigent. De Mahler-biograaf Jens Malte Fischer haalt de uitspraak aan in zijn essay Carlos Kleiber – der skrupulöse Exzentriker en plaatst Kleiber daarmee in een dirigeertraditie die teruggaat tot Mahler.

Weliswaar was Kleiber niet het type alleenheerser dat angst inboezemt bij het orkest zoals Mahler, en hij stierf ook niet jong aan de gevolgen van te hard werken zoals zijn grote voorganger (Kleiber overleed in 2004 op 74-jarige leeftijd). Integendeel: Kleiber werkte weinig. Hij was beroemd en berucht om de schaarsheid van zijn optredens en zijn beperkte repertoire; volgens de overlevering zou Herbert von Karajan gezegd hebben dat Kleiber alleen dirigeerde ‘als de koelkast leeg is’. Maar met zijn enorme inzet als hij dan aan de slag ging, zijn complete identificatie met het uit te voeren werk, zijn karakterologische onvermogen om compromissen te sluiten en zich te schikken in de alledaagse muziekpraktijk, was Kleiber een dirigent uit school van Mahler.

Van Carlos Kleiber (zoon van de ook al zo beroemde dirigent Erich Kleiber) is wel gezegd dat hij de grootste dirigent van de 20ste eeuw had moeten zijn. Een ongekend talent dat tot grote hoogten kon stijgen – beluister zijn fameuze opnamen van Webers Der Freischütz, de Vijfde en Zevende symfonie van Beethoven of de Vierde van Brahms – maar in toenemende mate werd gehinderd door zijn eigen perfectiedrang. Malte Fischer begint zijn diagnose echter aan de andere kant: wat moet er mis zijn met het muziekbedrijf als een muzikant van het kaliber-Kleiber daar zo moeizaam in kon functioneren?

Het was in ieder geval geen verwendheid of naar zijn hoofd gestegen sterrenstatus die Kleiber zo notoir schwierig maakte. Zelf leed hij het meest onder zijn eigen kritiek. Bekend is de dreigende opmerking waarmee Kleiber aantrad voor het orkest bij het begin van een repetitieperiode: ‘Dames en heren, ik heb voor elke dag een vliegtuig terug naar huis geboekt’. Diva-gedrag? Wellicht, maar de opmerking bevatte volgens Malte Fischer onmiskenaar óók een element van ‘zelfbestraffing’.

De basis van zijn sierlijke dirigeerstijl was constante hoogspanning, schrijft hij. Kleiber was een vurig musicus, die zich kon verliezen in een stuk, én een analyticus die de kleinste details kon laten oplichten. Hij was zowel ‘risicodirigent’ – alleen voor zeer geoefende orkesten te volgen – als uitermate precies. En zijn kleine repertoire? Ach, schrijft Malte Fischer, veel-dirigenten zijn er al genoeg.

Mooi essay, mooi boekje, met veel mooie foto’s van Kleiber op de bok.