Chirac: innemend of machtswellusteling?

Afgelopen zondagavond kondigde Jacques Chirac in een live uitgezonden speech zijn afscheid aan als president. Zijn afsluitende woorden waarin hij verklaarde net zoveel van Frankrijk te houden als van de Fransen, ontroerden. Niet slecht voor een president die twaalf lange jaren een moeizame relatie met zijn volk heeft onderhouden. Want Chirac is verguisd en voortijdig bij het grof vuil gezet. Hij is de zondebok van alles wat er met Frankrijk mis is. Als hij in mei zijn ambtswoning verlaat, zit Frankrijk opgescheept met een torenhoge staatsschuld.

Maar valt er ook iets positiefs over twaalf jaar presidentschap te melden? In hoeverre correspondeert het belabberde imago van Chirac met de feiten? De linkse onderzoeksjournalist Pierre Péan vroeg zich dat af. Hij sprak langdurig met Chirac om zo een evenwichtiger beeld te schetsen. Maar is de belichting van de persoonlijke en minder bekende kanten van Chirac daartoe adequaat?

In plaats van een politieke bulldozer schildert Péan een menselijke Chirac die in 1979 in Parijs de opvang van Vietnamese bootvluchtelingen regelde en die zich jarenlang inspande voor gehandicapten. Een president, die zich vooral ook op symbolisch vlak heeft geuit. Die zich uitsprak tegen slavernij en koloniale uitbuiting, en vóór erkenning van het donkere Vichy-verleden.

Maar alle vermeende sjamaneske eigenschappen die Chirac zou bezitten, hebben Frankrijk sociaal-economisch het afgelopen decennium bepaald niet vooruit geholpen. Péans sympathiserende biografie is een welkome aanvulling op bestaande, overwegend negatief getinte, werken. Maar hoe de innemende, menselijke kant van Chirac te rijmen valt met zijn reputatie als machtspoliticus, blijft vooralsnog onduidelijk.

Pierre Péan: L’inconnu de l’Élysée. Fayard, 516 blz. €23,–

**---