Chirac als sjamaan

Pierre Péan: L’inconnu de l’Élysée. Fayard, 516 blz. €23,–

Afgelopen zondagavond kondigde Jacques Chirac in een live uitgezonden speech zijn afscheid aan als president. Ruim 22 miljoen Fransen keken en luisterden naar zijn politieke testament. Chiracs afsluitende woorden waarin hij verklaarde net zoveel van Frankrijk te houden als van de Fransen, ontroerden. Niet slecht voor een president die twaalf lange jaren een moeizame relatie met zijn volk heeft onderhouden.

Want Chirac is verguisd en voortijdig bij het grof vuil gezet. Hij is de zondebok van alles wat er met het hedendaagse Frankrijk mis is. En een aartsleugenaar. Een niets en niemand ontziend machtspoliticus die in zijn 40-jarige carrière uitdeelde en incasseerde om het hoogste te bereiken: het Élysée. Als hij in mei zijn ambtswoning verlaat, zit Frankrijk opgescheept met een torenhoge staatsschuld. De luid bejammerde politieke neergang van Frankrijk is evenmin gestopt. Illustratief voor dit bekende refrein is het in 2006 verschenen La tragédie du président. Deze in vitriool gedrenkte biografie van Franz-Olivier Giesberts was een bestseller.

Valt er ook nog iets positiefs over twaalf jaar presidentschap te melden? In hoeverre correspondeert het belabberde imago van Chirac met de feiten? Deze vragen heeft de linkse onderzoeksjournalist Pierre Péan zich gesteld. In 1994 maakte hij furore met een Une jeunesse française. François Mitterrand 1934-1947. Dat de socialistische president een burgerlijk- rechts verleden kende en onder het met de Duitsers collaborerende Vichy-regime had gewerkt, was een publiek geheim, waartoe Péan de deuren opende. Met instemming van Mitterrand.

Ook ditmaal heeft Péan uitvoerig met een scheidende president gesproken. Zijn doel, een evenwichtiger beeld te schetsen, is ronduit lovenswaardig. Maar het is de vraag of zijn middel, de persoonlijke en minder bekende kanten van Chirac belichten, daartoe adequaat is.

Péan schildert een menselijke Chirac die in 1979 in Parijs de opvang van Vietnamese bootvluchtelingen regelde en die zich jarenlang inspande voor gehandicapten. Een president, die zich vooral ook op symbolisch vlak heeft geuit. Die zich uitsprak tegen slavernij en koloniale uitbuiting, en vóór erkenning van het donkere Vichy-verleden. Een president die zich keerde tegen antisemitisme en vreemdelingenhaat en met een speciale interesse voor eeuwenoude Amerikaanse, Aziatische en Afrikaanse kunst. Deze belangstelling voor andere culturen verklaart Péan door te wijzen op de voorouders van Chirac, onder wie handopleggers en natuurgenezers. De president schijnt zelf ook over kwaliteiten als ‘guérisseur’ te beschikken.

Péans sympathiserende biografie is een welkome aanvulling op bestaande, overwegend negatief getinte, werken. Maar hoe de innemende kant van Chirac precies te rijmen valt met zijn reputatie als machtspoliticus, blijft vooralsnog onduidelijk. In dit opzicht is de huidige bewoner van het Élysée een nog steeds onbekende.