Bos breekt met privatiseringsdrang van Zalm

In tegenstelling tot Zalm is de nieuwe minister van Financiën Bos geen groot voorstander van privatiseren. „Als er geen dringende redenen zijn om naar de markt te gaan, doen we het niet.”

Op 21 november vorig jaar, de dag voor de verkiezingen, verkocht toenmalig minister van Financiën Zalm (VVD) het laatste plukje staatsaandelen in het postbedrijf TNT. Het internationale postconcern, met zijn historische wortels in het staatsbedrijf PTT, was hiermee volledig geprivatiseerd.

Een dergelijke transactie zal zich onder de nieuwe minister van Financiën niet gauw meer voordoen. Gisteren zette Bos (PvdA) in de Kamer uiteen wat zijn beleid is inzake staatsbedrijven en privatiseringen. En dat beleid wordt aanzienlijk anders dan onder zijn voorganger Zalm.

„Van afstoten naar beheer”, zo omschreef Bos de koersverandering ten aanzien van privatiseringen. „Als er geen dringende redenen zijn om naar de markt te gaan, dan doen we het niet”, zei Bos. Hij stelt zich een „actief aandeelhouderschap” van de overheid voor, waarin begrippen als maatschappelijk ondernemen en de sociale vennootschap centraal staan.

Deze ommezwaai is deels het gevolg van de veranderde samenstelling van het pakket staatsdeelnemingen, zei Bos. Door de privatiseringen en verzelfstandigingen van de afgelopen decennia heeft de staat al veel belangen afgestoten. De resterende bedrijven waarin de staat als aandeelhouder deelneemt, vertegenwoordigen grote publieke belangen en zijn alleen al daarom lastiger te privatiseren. Het is bijvoorbeeld uitgesloten dat De Nederlandsche Bank geprivatiseerd zal worden.

Bovendien, zei Bos, is er sprake van een ideologische omslag. De nieuwe coalitie is terughoudend over privatiseringen en marktwerking. Dat is ook zijn eigen achtergrond, zei hij ten overvloede.

Bos zei dat hij de ‘verdwijndriehoek’ in de zeggenschap bij bedrijven in publieke handen wil opheffen: het moet duidelijk zijn wie de baas is als er geen sprake is van tucht van de markt. Verder streeft hij een gematigde winstdoelstelling na, verbetering van het toezicht en grotere aandacht voor het publieke belang, ook bij de vaststelling van de beloning van het management in publieke ondernemingen.

In een reactie op de uitlatingen van Bos zei oud-VVD-leider Bolkestein gisteren: „Dit is precies het verschil tussen socialisten en liberalen.” Bolkestein sprak op een bijeenkomst van de Teldersstichting, het wetenschappelijke bureau van de VVD, dat toevallig ook gisteren een rapport uitbracht over privatisering. Het rapport, ‘Vertrouwen in de markt’, is een regelrechte lofzang op maximale marktwerking. „Socialisten vinden: laat de overheid het doen, en liberalen vinden het omgekeerde”, aldus Bolkestein.

Het VVD-rapport kreeg een kritisch onthaal van Alexander Rinnooy Kan, de voorzitter van de SER, die het eerste exemplaar in ontvangst nam. Rinnooy Kan sprak van een „scherp pamflet” en een „provocerend document dat niet altijd overtuigt”. Als de lijn van de morele superioriteit van ‘de markt’ wordt doorgetrokken, zou sprake zijn van „een revolutionaire verandering van de inrichting van Nederland”, aldus de SER-voorzitter.

Fijntjes wees hij op het ontbreken van verwijzingen naar economische literatuur over de complexe verhouding tussen de markt en het publieke domein. „De nuance is onzichtbaar in deze klaroenstoot en lichtflits voor de vrijheid van de markt.”

Het VVD-rapport heeft drie sectoren in het publieke domein onderzocht en pleit voor verdergaande liberalisering van de telecom, volledige privatisering van het spoor en behoud van het publieke eigendom van de drinkwatersector.

In een slotwoord zei Bolkestein dat het politieke getij in Nederland ten aanzien van marktwerking aan het veranderen is. Tien jaar geleden waren liberalisering en privatisering populair. De stemming is sindsdien omgeslagen. Ten onrechte is ‘de markt’ tot zondebok gemaakt van tekortkomingen die veroorzaakt worden door misstappen van de overheid.

„De markt moet weer worden gezien als de logische toepassing van de individuele vrijheid in het economische domein”, zei Bolkestein. De hernieuwde voorkeur voor de sturende hand van de overheid wees hij af. Verwijzend naar het Teldersrapport zei hij: „Dit geschrift is provocatief, maar het is welkom in dit tijdsbestek.”