Bijna cinema

De video-iPod vergroot de status van de videoclip. Songs worden langzaam een soundtrack bij een clip, beseffen artiesten als Pink. Is de ‘music video’ de kunst van de toekomst?

Goed nieuws voor de videoclip. Dankzij de iPod met videoscherm kan iedereen nu zijn eigen clips zien, zonder afhankelijk te zijn van de programmering van de clipzenders. De nieuwe trend in de muziekwereld is de ‘clipsingle’: een videoclip die je koopt zoals je vroeger een singletje kocht. Op de Midem, een multimediabeurs in Cannes, eind januari, was de clipsingle dit jaar dan ook het grote thema: de platenbazen hopen met die clipsingle de tegenvallende opbrengsten uit de cd-verkoop te compenseren. Maar ja, gratis downloaden op YouTube kan natuurlijk ook. In elk geval kun je voortaan op je iPod je favoriete clips zien, waar en wanneer je er zin in hebt.

Het is een belangrijke ontwikkeling, ook voor de videoclip als ‘kunstvorm’: al jaren is de clip en niet de song eigenlijk het echte medium van de popmuziek. Nu wordt die status van de clip alleen maar belangrijker. Dankzij de video-iPod lijkt er ook extra ruimte te ontstaan voor de kunstzinnige clip. Die moest tot voor kort immers maar hopen dat hij eens voorbij kwam tussen al het bloot dat de clipcultuur domineert. Het is daarom een mooi moment om de vraag weer eens te stellen: wat is eigenlijk een kunstzinnige clip en hoever staat zo’n clip van kunst af?

Videoclips zijn de kunst van de jeugd. Jongeren kunnen misschien geen Matisse van een Picasso onderscheiden, maar ze zien wel het verschil tussen een goede en een slechte clip. Ze kijken naar de uitreiking van de MTV Video Music Awards en discussiëren vaak vurig over clips op videopinie.nl. Op de clip Same Man van Till West, waarin twee vrouwen worden losgelaten uit kooien om een mannelijk publiek op te hitsen, zijn 2488 reacties te lezen. Mooi of niet mooi, te veel of te weinig bloot: iedereen heeft er een mening over. Wat dat betreft zijn videoclips kunst: ze provoceren en lokken een esthetisch oordeel uit.

Vanaf de jaren zeventig zijn kunstenaars in clips geïnteresseerd geweest, net als hippe museumdirecteuren en filmmakers. Sommige cineasten van nu zijn als clipmaker begonnen: de Franse regisseur Michel Gondry bijvoorbeeld, wiens films (Eternal Sunshine of the Spotless Mind, The Science of Sleep) beïnvloed zijn door de extravagante stijl van zijn clips. Wie zijn clips ziet, beseft: het genre heeft kunstzinnig potentieel, vooral juist door de korte vorm. Snelle montage, experimenten met kleur en belichting, in videoclips kan eigenlijk alles. Wat dat betreft flirten clips, althans sommige clips, voortdurend met kunst.

In Army of me, een clip van de IJslandse zangeres Björk, geregisseerd door Michel Gondry, legt Björk een bom in een museum voor moderne kunst. Het lijkt een knipoog naar de relatie tussen kunst en clips: clipmakers als Gondry leggen een bom onder de kunst, door te rebelleren met hun tegendraadse clips vol virtuoze special effects. Alles is raar bij Gondry, of, zoals een fan op YouTube het verwoordt: ‘wonderfully strange’, en alles kan: bij Björk past een vliegtuig in een gloeilamp en verandert een zojuist getrokken kies in een reusachtige diamant. In zulke clips zie je dat het surrealisme, waarmee Dalí en Buñuel de cinema wilden veranderen (Un chien andalou, 1924) in clips voortleeft.

Grofweg zijn er twee tendenzen

in het genre. Rapper 50 cent mag op dit moment de meester heten van de eerste soort: veel bloot en een opeenvolging van ophitsende beelden. De montage van close-ups en medium of large shots heeft een nogal simpele logica: het gaat er eigenlijk alleen om dat we afwisselend de lippen, billen, buik en borsten van een danseres zien, dan weer een shot van de rapper, dan weer alle danseressen tezamen. De cut volgt de beat van de muziek en imiteert de schokkende beweging van de lichamen.

Daarnaast is er een stroming van creatieve (verrassende, subversieve) clips ontstaan die de vormkenmerken van het genre ten volle benut. Niet alleen de extravagante clips van Björk (Isobel, Hyperballad, Human Behavior), maar ook die van Pink, Christina Aguilera en Robbie Williams behoren tot deze ‘tegenstroom’. Het gaat bij dit soort clips niet alleen om een directe, visuele impact, maar er is een verhalend element waardoor zo’n clip dichter in de buurt komt van film: er wordt een verhaaltje verteld en de montage is complexer dan de ‘borsten-billen-structuur’ van 50 cent. Pas in zo’n clip zie je waar het genre toe in staat is.

Vroege videoclips worden in de jaren ’60 door The Beatles en Bob Dylan gemaakt, maar pas op het moment dat MTV in 1981 wordt opgericht, ontstaat een echte videoclipcultuur. Voor die tijd bestond een clip vooral uit live beelden van een popconcert. Het gevoel ‘er niet bij te zijn geweest’ overheerste: toch niet hetzelfde als een live concert, dacht je teleurgesteld. Maar de eerste echte videoclips brachten daar al snel verandering in, door een fantasiewereld te scheppen die zich qua aantrekkingskracht wel met een live concert kon meten: de clip bood mogelijkheden om dingen in scène te zetten die op een poppodium ondenkbaar waren.

Thriller (1983) van Michael Jackson verschafte het genre zijn lettres de noblesse. De kijker/luisteraar werd 14 minuten in spanning gehouden met een horrorachtig verhaaltje, terwijl de duur van het oorspronkelijke liedje werd opgerekt tot drie keer de normale duur. Hier was het beeld in die zin al de baas, want dat bepaalde hoe lang de clip duurde en de muziek mocht wel even twee keer op repeat. Het begon met een jongen en een meisje in de bioscoop, kijkend naar een horrorfilm, die even later tot leven zou komen om het jonge stel de stuipen op het lijf te jagen. Door die verwijzing (ook in de titel) naar horrorfilms lanceerde Thriller de kunstzinnige clip meteen al als broertje van de cinema.

Madonna zette de toon voor de provocatie in de clip: haar clip Like a Prayer (1989) werd afgelopen jaar door MTV gekozen tot de meest ‘taboedoorbrekende’ videoclip aller tijden. Madonna beheerst het genre als geen ander en haar voortdurende metamorfosen, waarmee ze eeuwig jong blijft, zijn niet los te zien van de videoclip. In een clip kun je als ster een droomwereld creëren met jezelf als stralend middelpunt. Zo weet Madonna, dankzij de mogelijkheden van de clip, steeds weer te verrassen met een nieuw alter ego.

Zangeressen van nu treden graag

in haar voetsporen. Pink verraste vorig jaar met haar clip Stupid Girls: ‘Waarom zou je zo nodig willen lijken op de meisjes uit de videoclips?’ zo luidde de boodschap. We zagen haar als tienermeisje dat zich helemaal gek traint op fitnessapparaten, om maar te voldoen aan een bepaald schoonheidsideaal. „What happened to the dreams of a girl president? She’s dancing in the video next to 50 cent.” Een kritische clip, maar niet gespeend van effectbejag. Pink wil graag politiek correct zijn, maar ondertussen is zij juist een boegbeeld van die buik-borsten-billencultuur. Ze zet zich ertegen af, maar Pink is juist zélf zo’n sekssymbool op wie iedereen wil lijken.

Ook Christina Aguilera had dit jaar een opvallende clip, Hurt. Een meisje staat in het circus in de schijnwerpers als trapezeartieste maar ontvangt op een dag een brief dat haar vader (gespeeld door Ed Harris) overleden is. Ze had nooit tijd en was haar oude vader vergeten: zelfs als hij kwam kijken zag ze hem niet. Dit is dus de tol van de roem, beseft ze nu, „and I’ve hurt myself by hurting you.” Een beetje een zoet verhaaltje, maar wel een clip die de esthetische en narratieve grenzen van de clip opzoekt. Hurt illustreert dat de lyriek van een song soms sterker wordt met een clip als narratief complement.

De clip is sinds Madonna een manier voor sterren om hun imago bij te stellen. In She’s Madonna, de nieuwe clip van Robbie Williams, is het popidool als drag queen te zien. Een clip (geregisseerd door Johann Renck, die voor Madonna de clip Hung up maakte), waarin het mainstreamrecept van heteroseks wordt verlaten voor een uitstapje naar de wereld van transseksuelen. Zo zorgt Williams ervoor, nu hij als sekssymbool even té mainstream dreigt te worden, dat hij dat imago weer corrigeert: denk maar niet dat je weet wie ik ben! En zo biedt de artiest uiteindelijk juist zijn eigen publiek weer wat het verwacht: verrast worden. Net was Robbie Williams zo’n vertrouwd gezicht geworden, dan werpt hij zijn hetero-imago weer af en poseert hij als drag queen.

Kunst en clips zijn geen gescheiden werelden. Afgelopen herfst was in het Musée d’art contemporain in Montréal een tentoonstelling te zien, Vidéomusique, die 26 clips omvatte van makers als Spike Jonze, Michel Gondry, Chris Cunningham en Louis-Philippe Eno. In Nederland toonden het Stedelijk Museum, het Centraal Museum, De Vleeshal (met een expositie van het werk van clipmaker en videokunstenaar Chris Cunningham) en het Groninger Museum (onder Frans Haks) al de verworvenheden van het medium. Ook op de Biënnale van Venetië zijn sinds de jaren negentig regelmatig videoclips tussen de kunstwerken te zien.

Maar de overlap begint eigenlijk al bij de korte film Ballet mécanique van Fernand Léger (1924). Dat werk van 16 minuten was onlangs te zien op de tentoonstelling in het Centre Pompidou, Le Mouvement des images, tezamen met andere vroege voorbeelden van videokunst die als voorlopers van de videoclip gezien kunnen worden. In een hectisch gemonteerde opeenvolging van beelden liet de kunstenaar de moderne tijd voorbijflitsen. Met stuwende muziek van componist Georges Antheil. De eerste videoclip, in zekere zin, die ook nu nog verrassend vlug voorbijvliegt, zelfs voor een kijker uit ‘het MTV-tijdperk’.

De laatste jaren is veel aandacht voor het werk van een clipmaker-kunstenaar als Chris Cunningham. De Brit begon zijn loopbaan als special effects-maker en werkte onder meer aan de films Judge Dredd, Alien Resurrection en AI. Cunningham maakte vervolgens clips voor Madonna, Björk, Portishead en Squarepusher. Voor Aphex Twin maakte hij zijn meest opvallende en verontrustende clips. In Come to Daddy uit 1997 belaagt een groep kinderen, die allemaal het gezicht hebben van Richard D. James (Aphex Twin), een bejaarde vrouw. Windowlicker (1999) is een persiflage op rapvideo’s, waarin de hoofden van sexy dames in te kleine bikini’s zijn vervangen door de grimas van Richard D. James. Met Flex, (2000), een studie naar anatomie en seksualiteit, liet Cunningham zien dat de stap van clip naar kunst klein kan zijn. De elektronische muziek werd door Richard D. James nu eens gecomponeerd voor de beelden– in plaats van andersom.

Cunnighams clips laten zien

dat videoclips de kijker niet altijd hoeven te plezieren, maar ook even makkelijk kunnen ontregelen. Abrupte cuts zijn eerder regel dan uitzondering. Gek genoeg, zou je kunnen zeggen, heeft de clip zo alsnog de principes van de Russische montage-cinema (Vertov, Eisenstein) gepopulariseerd. Waar in Hollywoodfilms de cut zoveel mogelijk onzichtbaar blijft – het gaat immers om de continuïteit van een ‘meespelend’ verhaal – knipt en plakt de clipregisseur naar hartelust en mag de kunstvorm zelf alle aandacht naar zich toe trekken. In die zin kun je videoclips kunst noemen: het medium hoeft zichzelf niet onzichtbaar te maken.

Toegegeven: She’s Madonna is niet zo’n sterk liedje. Maar de clip blijft je bij. Een clip, zo blijkt uit dit voorbeeld, is niet langer een visueel toevoegsel dat je los van de muziek kunt zien en dat je soms pas na weken (of nooit, als je de muziekzenders mijdt) een keer tegenkomt op MTV, terwijl je het liedje al uit je hoofd kent. De clip is, mede dankzij de video-iPod, eindelijk de definitieve kunstvorm van de popmuziek geworden. De de song lijkt tot soundtrack van de clip te degraderen. Ook in die zin is de clip misschien wel de kunst van de toekomst.