Bij onweer: mijd de es

Vierentwintigste aflevering van een serie over het leven van bekende en onbekende bomen in Nederland.

Goed, we hadden het over een es aan de dijk op Herwijnen. Natuurlijk kijk je dan ook even wat je zoal over essen in huis hebt.

De ANWB Bomengids van Europa over de hoogte die ze kunnen bereiken: „Ooit tot 45 m; thans zelden hoger dan 30 m, want veel bomen zijn ziek door een combinatie van ongunstige milieufactoren.”

Dit leek me een twijfelachtige mededeling. Hoelang duurt het wel niet om zoiets te constateren bij een boom die met gemak honderd jaar oud wordt, en met enige moeite zelfs tweehonderd. De deskundigen die ik er links en rechts over aansprak, beperkten zich tot hoofdschudden. Over een bijzondere ziekelijkheid van essen in ons land is niets bekend. Dus dit moeten we maar laten rusten.

Intussen wordt de es in de Nederlandse oecologische flora van Weeda c.s. wel als de veeleisendste van al onze bomen beschreven. Hij moet wel. Hij is laat in de lente en vroeg in de herfst – hij draagt zijn gebladerte maar kort en het is bovendien erg open van structuur. Als je dan toch wilt presteren, al is het maar 30 meter, heb je een rijke bodem nodig.

De es wil ruim zijn voorzien van kalk, fosfaat en water. Weeda: „Ten dele kan een hoog kalkgehalte een geringe vochtigheid compenseren, en omgekeerd.” Ter wille van de zuurstofvoorziening dient het bodemwater dan wel in beweging te zijn.

Het wortelstelsel wordt, nog steeds volgens Weeda, niet erg breed. „Maar het gaat wel diep, veelal tot het grondwater. In verband hiermee worden essen relatief dikwijls door de bliksem getroffen, maar zelden door harde wind geveld.

Kijken we vervolgens hoe niet gevelde essen zich voortplanten, dan lezen we in de ANWB-gids: „Bloemen in naam tweehuizig, maar sommige bomen veranderen elk jaar van kunne, andere hebben takken van het verkeerde geslacht of zijn normaal eenhuizig, en sommige brengen zelfs volmaakt tweeslachtige bloemen voort.’’

Tweehuizig wil zeggen dat mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende planten staan. Dat zijn essen dus alleen in naam. In de praktijk zijn er puur mannelijke essen en mannelijke met vrouwelijke elementen en vrouwelijke met mannelijke elementen en puur vrouwelijke (maar die zijn zeldzaam), terwijl het ook nog eens het ene jaar zus kan uitpakken en het andere jaar zo.

Zoveel geslachtelijke keuzevrijheid (in vakkringen aangeduid als veelteligheid) is ook onder bomen niet bepaald alledaags. En het lijkt een rommeltje, maar we mogen gerust aannemen dat er voor de es systeem in zit, dat hij zijn mogelijkheden onder wisselende omstandigheden met beleid gebruikt.

In ieder geval is het raadzaam de begrippen mannelijk en vrouwelijk in deze relatie niet verder te vermenselijken en ze, zoals Weeda, maar tussen aanhalingstekens te zetten.

Dan schrijven we dus dat ‘mannelijke’ essen bij houtvesters de voorkeur genieten boven ‘vrouwelijke’. Want dat is zo. ‘Mannelijke’ essen besteden minder energie aan de productie van zaden, méér aan de vorming van hout. Hun hout is gewoon beter, W.L. Leclercq (in Bomenspiegel voor de wandelaar) noemt het zelfs ‘kostelijk’.

Bij hem staat: „In oude tijden maakte men er lansen en speren van; nu wordt het voornamelijk gebruikt voor gymnastiekwerktuigen, roeiriemen, stelen van gereedschappen en meer dingen waarbij taaiheid, elasticiteit en gladheid eerste vereisten zijn. Wie eenmaal met essen stelen heeft gewerkt, wil nooit meer andere hebben.”

Maar, zonder afbreuk te willen doen aan de autoriteit van Leclercq, ik heb minstens één oude man gekend (inderdaad: op Herwijnen) die van essen stelen niets moest hebben. Hij kreeg van die gladheid juist blaren in zijn handen. Hij had altijd een paar wilgestaken klaarliggen om zelf een steel aan zijn spade, zeis, sloothaak of veegzicht te maken – een spade om het land te spitten, een zeis om het gras te maaien, sloothaak en veegzicht voor het onderhoud van slootkanten en -bodems.

Koos van Zomeren

De Bomenspiegel van Leclercq circuleert nog volop in de tweedehands boekhandel. Ik heb zelf een druk uit ongeveer 1965 van De Slegte.