Armeense kwestie

Als ik het artikel van Michiel Leezenberg lees over A Shameful Act van Taner Akçam (Boeken, 23.02.07) lijkt het mij een zoveelste poging om deze betreurenswaardige `genocide` op het Armeense volk af te doen als een massale deportatie, waarbij helaas een onbekend aantal slachtoffers omkwam. Dergelijke schrijvers zouden alvorens een dergelijk artikel te schrijven de moeite moeten nemen een aantal Duitse archieven te raadplegen, waar voldoende bewijsmateriaal voor deze goed geplande volkerenmoord aanwezig is.

Een cijfertelegram van 15 september 1915 luidt: `Aan het politiebureau te Aleppo. Vroeger is u reeds medegedeeld, dat de regering op bevel van het comité besloten heeft om alle Armeniërs, die in Turkije wonen, volkomen uit te roeien. Wie zich tegen dit bevel zouden willen verzetten kunnen niet geacht worden vrienden der regering te zijn. Hoe betreurenswaardig de middelen ter vernietiging ook mogen schijnen,we zullen, zonder te luisteren naar ons gevoel of geweten en zonder te letten op vrouwen, kinderen of zieken, een einde aan hun leven moeten maken.

Dit telegram wordt vermeld op blz 262 van het boek indertijd geschreven door Fridtjof Nansen, met de titel Door Armenië, uitgegeven in 1929 door J.W.Thieme & Cie te Zutphen. De bekende ontdekkingsreiziger stond aan het hoofd van een door de Volkenbond in 1925 naar Turkije gestuurde commissie om na te gaan of een bepaald woestijngebied alsnog geschikt gemaakt zou kunnen worden voor de nog resterende Armeniërs.

Naschrift Michiel Leezenberg:

Helaas heeft de heer Van Buuren mijn artikel niet erg zorgvuldig gelezen. Ik verwerp daarin juist de officiële Turkse verklaring die slechts van uit de hand gelopen deportaties spreekt, en benadruk dat de vraag `wel of geen genocide?` niets afdoet aan de gruwelijkheid en misdadigheid van het beleid van de Jonge Turken. Het telegram dat volgens Van Buuren aan alle onduidelijkheid voorgoed een einde zou maken is een van de documenten die lang geleden zijn gepubliceerd door Aram Andonian, een Ottomaanse officier van Armeense afkomst. Deze documenten spreken inderdaad van een planmatige uitroeiingcampagne, maar hun echtheid is onder historici omstreden. Ook Taner Akçam zelf laat in zijn studie de Andonian-documenten nadrukkelijk buiten beschouwing. Het belangwekkende aan zijn boek is dat hij zich vooral baseert op Turks bronnenmateriaal, met name de documentatie rond de militaire tribunalen van 1919. Deze tribunalen leveren veel gedetailleerder en overtuigender bewijs van de mate van Turkse verantwoordelijkheid dan buitenlandse archieven.