Alleen nog bij goed gedrag eerder vrij

Gevangenen komen in de toekomst alleen nog in aanmerking voor vervroegde vrijlating als zij zich goed gedragen. Gedetineerden die zich misdragen worden later of helemaal niet meer vervroegd vrijgelaten.

De Tweede Kamer steunt dit plan van minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) unaniem. Dit bleek gisteren tijdens de behandeling van een wetsvoorstel hierover.

Hiermee komt een einde aan de huidige praktijk dat gevangenen na tweederde van hun straf automatisch op vrije voeten komen. De huidige vervroegde invrijheidstelling „kan de toets der rechtvaardigheid niet doorstaan”, aldus Kamerlid Van Haersma Buma (CDA).

Ex-gedetineerden moeten zich aan bepaalde voorwaarden houden in de periode dat ze eerder vrij zijn. De minister denkt hierbij aan een meldingsplicht, een gebiedsverbod of de verplichting tot het volgen van een cursus.

De minister wil dat de voorwaarden die aan gevangenen worden gesteld individueel worden bepaald. „Het is niet de bedoeling dat het een gewone vervroegde invrijheidstelling wordt met een algemene regel op de achtergrond”, zei Hirsch Ballin. Het is nog onduidelijk wie verantwoordelijk wordt voor het bepalen van de voorwaarden van de invrijheidstelling. De minister wil dat de Dienst Justitiële Inrichtingen hiervoor verantwoordelijk wordt, omdat die goed op de hoogte is van het gedrag van de gevangene. Kamerlid Anker (ChristenUnie) pleit ervoor om de verantwoordelijkheid bij het Openbaar Ministerie te leggen. Het OM is volgens Anker beter op de hoogte van het strafproces en de situatie van de slachtoffers. De Tweede Kamer steunt Ankers opvatting.

In het wetsvoorstel staat verder dat de minister gevangenen eerder kan vrijlaten als er een cellentekort is.