Akzo moet uitbreiden in verf in VS

De verrassende verkoop door Akzo Nobel van zijn farmaciedivisie Organon voor 11 miljard euro aan het Amerikaanse Schering-Plough heeft één probleem opgelost voor het Nederlandse chemieconcern. Maar topman Hans Wijers heeft er een nieuw probleem bij: wat te doen met al dat geld?

Wijers stelt nu een terugkoop van 10 procent van de eigen aandelen voor, wat op basis van de slotkoers van vorige week vrijdag neerkomt op een bedrag van 1,3 miljard euro. Daarnaast wil hij een deel van de opbrengst van Organon gebruiken om de Britse pensioenverplichtingen van Akzo terug te dringen, waarvoor een bedrag nodig is van naar schatting 1 miljard euro. Maar dan houdt hij nog steeds zo’n 8,7 miljard euro over.

Hij zou al dat geld uiteraard aan de aandeelhouders kunnen teruggeven, maar dat lijkt onwaarschijnlijk. Akzo mag qua omzet dan nummer één zijn in de mondiale verfindustrie, die bedrijfstak is nog steeds zeer gefragmenteerd, zodat de grootste tien bedrijven nog geen 40 procent van de markt bedienen. Daardoor is er voldoende ruimte voor consolidatie, waar Wijers graag gebruik van zou willen maken.

Er zijn genoeg kleinere bedrijven waar Wijers jacht op zou kunnen maken. Maar met zoveel geld op de bank kan Akzo het zich veroorloven een bod uit te brengen op een van de grotere spelers in de bedrijfstak, zoals het Britse ICI of het Amerikaanse Sherwin-Williams. Beide bedrijven bieden Akzo een grotere voet aan de grond op de gigantische Amerikaanse markt, waar Akzo momenteel zwak vertegenwoordigd is. Slechts 15 procent van de omzet komt daar vandaan. Een Amerikaanse transactie zou ook tot kostenbesparingen leiden.

Oppervlakkig gezien is Sherwin het aanlokkelijkste doelwit. Uitgaande van synergievoordelen ter hoogte van 5 procent van de omzet kan een overname van Sherwin een dubbelcijferig investeringsrendement opleveren, zelfs als rekening wordt gehouden met een premie. Maar een overeenkomst zou ook aanzienlijke risico’s met zich meebrengen in de vorm van potentieel kostbare rechtszaken over loodhoudende verf. Tenzij Akzo een manier kan verzinnen om de schade daarvan te beperken, zou een overname van Sherwin wel eens een te grote uitdaging voor zijn behoudzuchtige bedrijfscultuur kunnen zijn.

ICI is dan wellicht een betere gok. Het grootste pluspunt van ICI is zijn aanwezigheid op de Aziatische groeimarkten, waar Akzo graag een graantje van zou meepikken. Het probleem is dat de aandelenkoers van ICI al enorm is gestegen onder invloed van speculaties over een bod, waardoor het bedrijf misschien te duur is geworden. Uitgaande van synergievoordelen ter hoogte van 4,5 procent van de omzet – iets lager dan in het geval van Sherwin, wegens het gebrek aan overlappende activiteiten met ICI’s industriële divisie – kan Akzo het zich permitteren tot 13,6 miljard euro neer te tellen, ofwel 532 pence (7,71 euro) per aandeel, zonder waarde te vernietigen. Dat is een premie van slechts 10 procent ten opzichte van de huidige aandelenkoers van 483 pence. Aan de andere kant zou het ook lastig zijn een fusie van gelijken te rechtvaardigen, omdat Akzo dan te veel waarde zou moeten opgeven.

Wijers kan dus niet zo hard van stapel lopen als hij wellicht graag zou willen doen. Maar hij kan ook niet te lang wachten. De stabiele kasstroom van Akzo kan het concern tot een aantrekkelijk doelwit maken voor participatiemaatschappijen. Voorlopig zullen de aandeelhouders Wijers waarschijnlijk wel het voordeel van de twijfel gunnen, maar hij mag ze niet te lang in het ongewisse laten.

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld