Abubakar mag niet meedoen met de verkiezingen in Nigeria

De Nigeriaanse vicepresident Atiku Abubakar is uitgesloten van deelname aan de presidentsverkiezingen in april. De Nigeriaanse kiescommissie heeft gisteren de namen bekendgemaakt van 24 kandidaten. Abubakar heeft aangekondigd de uitslag aan te vechten.

De kiescommissie gaf met zoveel woorden aan dat kandidaten tegen wie een rechtszaak loopt, niet mogen meedoen. Een door president Obasanjo opgerichte commissie beschuldigt Abubakar van betrokkenheid bij het verduisteren van overheidsgeld. Het kamp van de vicepresident vindt dat die commissie niet bevoegd was en ontkent de aantijgingen.

De rivalen Obasanjo en zijn vice-president zijn gebrouilleerd sinds 2003. Maar het liep pas echt uit de hand toen Abubakar vorig jaar openlijk de president afviel, omdat deze de grondwet wilde veranderen om een derde termijn mogelijk te maken. Die derde termijn kwam er niet.

Abubakar stapte wel uit de regeringspartij PDP (People’s Democratic Party) en is nu kandidaat voor een oppositiepartij, Action Congress. Obasanjo probeert al maanden te voorkomen dat Abubakar een gooi doet naar het presidentschap. In meer dan tien rechtszaken moest de vicepresident, die afkomstig is uit het islamitische noorden, zich verantwoorden voor beschuldigingen van corruptie .

De vicepresident heeft tot nog toe al zijn rechtszaken overleefd; de aanklachten werden ongegrond verklaard. Maar met nog vijf weken te gaan, wordt het voor Abubakar lastiger. Volgens advocaten kan alleen ’s lands hoogste rechtbank het besluit van de kiescommissie herroepen.

Umaru Yar’Adua, de kandidaat van de PDP – en Obasanjo’s favoriet – is één van de 24 goedgekeurde presidentskandidaten. Goodluck Jonathan, gouverneur van de zuidelijke deelstaat Bayelsa is Yar’Adua’s kandidaat voor het vicepresidentschap. Ook generaal Muhammadu Buhari van oppositiepartij All Nigeria People’s Party is geregistreerd. Hij was midden jaren tachtig al president van Nigeria, na een coup. Buhari en Yar’Adua komen uit de noordelijke deelstaat Katsina. (AP, BBC)