Schilderpanelen van scheepstimmerhout

Delen van het VOC-schip De Batavia zijn van hetzelfde hoogwaardige Baltische hout gemaakt als de panelen van zeventiende-eeuwse schilders als Rembrandt en Rubens. Dat meldt de Nederlandse onderwaterarcheologe Wendy van Duivenvoorde, verbonden aan het Western Australian Museum in Fremantle.

De Batavia is een jaar na de bouw in Amsterdam in 1628 voor de westkust van Australië op een klif gelopen en vergaan. In de jaren zeventig hebben Australische archeologen delen van het schip opgegraven en geborgen. Duivenvoorde, bezig met een proefschrift over de Batavia, wilde weten waar het hout van het schip vandaan kwam en hoe oud het was.

Onderzoek bij het Nederlandse Centrum voor Dendrochronologie (RING) in Lelystad maakte duidelijk dat delen van het schip gemaakt zijn van driehonderd jaar oude eiken uit een gebied bezuiden het huidige Gdansk. Het hout komt van lange rechte stammen, heeft fijne nerven en weinig knoesten. Dat maakte het juist geschikt voor panelen.

Ook van panelen van Rembrandt en Rubens is bekend dat ze gemaakt zijn van Baltisch hout, zegt Esther Jansma, wetenschappelijk directeur van RING. Uit het onderzoek blijkt dat onder andere het Antwerps retabel van Pailhe, een stilleven van Jan de Heem, een drieluik uit de nalatenschap van Johan van Oldenbarnevelt en een deel van de preekstoel in de St. Bavo in Haarlem gemaakt zijn van hout uit dezelfde streek als het hout van de Batavia. Het is de eerste keer dat de onderzoekers van RING hout van dergelijke kwaliteit bij een schip aantreffen. Duivenvoorde denkt dat de VOC voor duurzame kwaliteit koos vanwege de verre reis naar Azië.