Remixen tot in het oneindige

Het ouderwetse auteursrecht is te beperkt voor alle nieuwe ontwikkelingen in de multimedia.

Ideaal is een remix-cultuur waarin men op elkaars werk voortbouwt.

Koop een stapel platen en mix zelf een liedje in elkaar. We leven in een remix-cultuur: alles wat je maakt is gebaseerd op of regelrecht gejat van iets dat al bestaat. In dit tijdperk van blogs, Wikipedia en thuismuzikanten is het onderscheid tussen producent en consument nogal schemerig.

Maar het traditionele auteursrecht is niet toegesneden op deze nieuwe situatie. Wie het geen probleem vindt dat zijn artistiek eigendom door anderen verder wordt bewerkt, kan zelfs last hebben van dat auteursrecht. Want het ouderwetse auteursrecht gaat te veel uit van de bescherming van het werk, ook als de maker dat helemaal niet wil.

Hierbij kan Creative Commons een oplossing zijn. Creative Commons is in 2001 opgericht door de Amerikaan Lawrence Lessig die zich liet inspireren door de open content-licenties die eind jaren negentig voor software in het leven werden geroepen. Met die licenties ben je in staat zelf te bepalen wat er met je werk gebeurt.

In de praktijk gaat dat zo. Ter gelegenheid van de heruitgave van My Life In The Bush Of Ghosts, het album van Brian Eno en David Byrne, zetten de makers de partijen van enkele nummers op een speciale website onder Creative Commons. Iedereen kan die partijen downloaden en er een eigen remix van maken. Het werkt, want inmiddels staan er tientallen remixen op www.bush-of-ghosts.com. Onder het traditionele auteursrecht was dat een stuk lastiger geweest.

De latere sample-revolutie zette die beperkende manier van auteursrechtenbescherming nogal onder druk, en andersom trouwens ook. In het internettijdperk is de noodzaak van een nieuwe manier van rechtenbeheersing nog groter. En dat geldt niet alleen voor muziek, maar ook voor museumcollecties, foto’s (Flickr) en encyclopedische kennis, kortom: alles waar auteursrecht op rust.

Het is niet de bedoeling dat de maker nu maar alle rechten uit handen moet geven. Integendeel: er zijn verschillende licenties in omloop, alle met hun eigen mogelijkheden en beperkingen. Met een icoontje zegt de maker duidelijk wat er van hem met het werk mag gebeuren: uitsluitend naamsvermelding, of dat er wel bewerkt mag worden, al of niet met commerciële doeleinden. ,,Het is de maker zelf, die definieert hoe anderen met zijn werk omgaan”, zegt Syb Groeneveld van stichting Nederland Kennisland, een van de voortrekkers van Creative Commons in Nederland. ,,Het is de bedoeling dat de bronnen op internet toegankelijk gemaakt worden”, zegt Paul Keller van Waag Society, ook betrokken bij de Nederlandse ‘implementatie’ van Creative Commons. ,,Internet heeft een geweldig potentieel, maar dat wordt pas goed benut als alle bronnen toegankelijk zijn.”

Creative Commons komt, idealiter, niet in plaats van, maar ,,bovenop het gewone auteursrecht”, zegt Groeneveld. ,,Het belangrijkste is dat er een remix-cultuur kan ontstaan, waarin men op elkaars werk voortbouwt.” De online-encyclopedie Wikipedia is een mooi, tot de verbeelding sprekend voorbeeld, zij het dat die niet met Creative Commons werkt (Keller: ,,dat zou eigenlijk wel moeten”) maar met aangepaste software-licenties.

Gilberto Gil – de Braziliaanse minister van cultuur, maar ook een bekend muzikant – en de Beastie Boys zijn bekende voorbeelden van muzikanten die nummers zo verspreiden. Het is moeilijk schatten hoe vaak Creative Commons nu gebruikt wordt: volgens een onderzoek uit juni vorig jaar zouden er wereldwijd 180 miljoen internetpagina’s met een Creative Commons-licentie zijn.

Voor het verspreiden van muziek is Creative Commons heel geschikt. Via platforms als Jamendo, Simuze en Magnatune, niet geheel toevallig ook de belangrijkste leveranciers van het gebodene op de next-cd, kunnen artiesten hun werk onder de mensen brengen.

Maar er zit een klein addertje onder het gras. Keller: ,,Creative Commons is niet bedoeld om inkomsten te genereren. Wij richten ons op mensen die willen experimenteren, òf muzikanten die hun inkomsten uit andere bronnen halen en op deze manier wel bekendheid verwerven.” Nog zo’n addertje schuilt in de manier waarop muziek-auteursrechten in Europa geregeld zijn. Anders dan in de Verenigde Staten, waar in de jaren veertig al een soortgelijke strijd woedde, dragen Nederlandse muzikanten en componisten de rechten voor hun hele repertoire over aan auteursrechtenorganisatie BUMA.

Dat betekent dat een muzikant die bij de BUMA is aangesloten, en dat is een stap die een beetje actieveling al snel zet, zijn werk niet meer onder Creative Commons kan aanbieden. Of hij moet dat onder een pseudoniem doen, ,,maar dat stimuleren wij niet”, roepen Groeneveld en Keller haast in koor. Er wordt momenteel van beide kanten ,,constructief” gewerkt aan een oplossing voor dit probleem. Groeneveld voorspelt ,,een mooi jaar voor Creative Commons. Maar over een jaar of vijf kun je pas echt zeggen of het werkt, dan kun je zien hoeveel bands dankzij Creative Commons zijn doorgebroken.”