Poëtische golven in vervallen fabriek

Voorstelling: Maeterlinck door NTGent en Toneelgroep Amsterdam. Regie: Christoph Marthaler. Gezien: 14/3 Schouwburg, Gent. Tournee t/m 15/4. Inl.: www.ntgent.be

Dat de Vlaamse dichter, jurist en natuurkundige Maurice Maeterlinck in 1911 de Nobelprijs voor literatuur ontving én meteen in de vergetelheid raakte, vormt de ondertoon van melancholie bij de voorstelling Maeterlinck door Christoph Marthaler. Weemoed, stemming van vergeefsheid en een ijle sfeer van symbolisme bepalen trouwens de toon van het ‘stemmingstheater’ dat deze Zwitserse regisseur brengt.

Nu is Gent, woonplaats van Maeterlinck (1862-1949), de stad van textiel. Maeterlinck behoorde tot haute bourgeoisie en schreef in het Frans. Om in het hart van de Vlaming gesloten te worden, had hij dat laatste beter niet kunnen doen. Vier jonge vrouwen in een naaiatelier zijn gedurende de voorstelling verwoed in de weer met de naaimachines. Ze laten de apparaten zingen, ze ontlokken er driftige klanken aan. Het stuk zou ook kunnen heten Sonate voor naaimachine. De ruimte, ontworpen door Anna Viebrock, is een levensechte, meer dan realistische fabriekshal in verval. De meisjes zijn gekleed in slonzige jurk, heel anders dan de glanzende stoffen die ze zelf maken.

Hun werkplaats is een half ondergelopen plek, er liggen steenbrokken op de vloer. De bourgeoisie staat op een hoge rand ernaast en kijkt neer op de meisjes. Mooier en droever had Marthaler het verschil tussen arbeidster en patron niet kunnen uitdrukken. Een van de patrons duwt een meisje in een ijzeren klerenkast met smoezelige bedoelingen. In de ultieme scène acteert hij als een trekpop met houten ledematen.

Ogenschijnlijk gebeurt er weinig. Marthaler is niet de regisseur van het dynamische drama. De voorstelling moet veel hebben van de muziek. Pianist Bendix Dethleffsen begeleidt met Debussy, Satie, Purcell en Bizet de handeling. Een hoogtepunt is het zingen van Vlaamse en Hollandse smartlappen en romances als in een café chantant. Ook het Lamento van Purcell komt langs – ‘Remember me, but forget my fate’ – maar dit ontroert zelfs in de Hema.

De toeschouwer kan het beste meedeinen op Marthalers associatieve golven die zijdelings met de dichter Maeterlinck te maken hebben. Van zijn omvangrijke oeuvre komt nog geen procent aan bod. Denk aan eerdere voorstellingen als Op hoop van zegen/ Seemansslieder en dan is het goed. Maar voor drama is Marthaler niet de man. Zijn Maeterlinck gaat niet echt over een dwingend onderwerp en ontwikkelingen zijn er nauwelijks. Marthaler en zijn cast maken scènes. Van muziek, een stemming, een sfeer. Hoewel de fabriekslampen kil branden staat er toch een acteur de hele tijd met een reservelamp in handen en mompelt iets onverstaanbaars. Dat is helemaal Marthaler: mooi als beeld, maar nutteloos. Meer lef en energie zijn voor mij welkom. Maar ik kan niet ontkennen dat de poëtische weemoed van Maeterlinck mij raakt.