Open voor de maatschappij

De remonstranten aan de Westersingel vinden aansluiting bij moderne ‘ietsisten’.

Met kerk-zijn in de grote stad hebben de remonstranten in Rotterdam al 375 jaar ervaring. Op 27 februari en 1 maart 1632 werden de predikanten Samuel Lansbergen, Petrus Cupus en Albertus Huttenus als „vaste leraars” verbonden aan de remonstrantse gemeente. Afgelopen zondag werd deze gebeurtenis herdacht in de remonstrantse kerk, een Jugendstilgebouw aan de Westersingel, tegenover museum Boijmans van Beuningen.

„Vrijheid is het grootste goed van de remonstrantse gemeenschap”, beklemtoonde ds. Tjaard Barnard (38) in zijn preek. „Niemand hoeft te geloven op gezag van anderen, geloven doe je op eigen verantwoordelijkheid.”

Remonstranten namen in het begin van de zeventiende eeuw afstand van de dominante calvinistische leer. Ze wilden de vrijheid om de bijbel anders uit te leggen dan de calvinistische belijdenisgeschriften deden. Ze waren niet rechtzinnig maar vrijzinnig. Iedereen moest zelf kunnen bepalen wat hij geloofde. En dat vinden remonstranten nog steeds. Daarom onderschrijft een remonstrant bij toetreding als lidmaat geen kerkelijke geloofswaarheden, maar formuleert hij zijn eigen belijdenis.

Barnards collega Koen Holtzapffel (45) ziet in de hernieuwde belangstelling voor geloof en religie nieuwe kansen voor de vrijzinnigheid. „Ik bespeur een hernieuwd vrijzinnig zelfbewustzijn. Dat hebben we lang niet gehad. Jarenlang liepen de remonstranten voorop wat betreft kerkverlating, maar dat proces lijkt nu zijn einde te naderen. We zitten nu in Rotterdam op ruim 800 leden en sympathisanten. Jaarlijks voegen zich 25 tot 30 nieuwe leden en ‘vrienden’ bij de kerk. Velen van hen zijn afkomstig uit andere kerken, waar ze vaak stuk liepen op de orthodoxie. Zij herademen omdat ze bij ons een combinatie vinden van de christelijke traditie en persoonlijke vrijheid. Remonstranten willen onderdak bieden aan deze ex-orthodoxen, maar ook aan de moderne ‘ietsisten’ en ‘solo-religieuzen’. We zoeken aansluiting bij die hedendaagse religieuze cultuur. We willen hun, vanuit onze identiteit, laten ervaren dat er bij ons alle ruimte voor hen is.”

Een groot deel van de activiteiten van de gemeente concentreert zich in de tientallen gesprekskringen over de meest uiteenlopende thema’s. Holtzapffel: „Die gesprekskringen zijn een oude remonstrantse traditie uit de tijd na de Eerste Wereldoorlog. Afgelopen maandag hadden we een gesprek met een orthodoxe jood, die over zijn geloof vertelde. Deze week gaat het in een van de kringen over esoterie en in een andere geef ik een inleiding over het laatste bijbelboek, Openbaring. Ook zijn er jongerenkringen, waaraan ongeveer vijftig jongens en meisjes meedoen, meestal in combinatie met een gezamenlijke maaltijd. Het komt regelmatig voor dat niet-kerkelijke mensen hun kinderen naar zo’n kring sturen om hen in een ontspannen sfeer kennis te laten maken met de christelijke traditie.”

Holtzapffel vindt de zondagse kerkdiensten van blijvend belang. „We streven naar stijlvolle maar ontspannen diensten, met ruimte voor eerbied en stilte. De preken zijn kort, maar geconcentreerd.” Maar kerkgang heeft geen prioriteit onder remonstranten. De zondagse diensten worden door gemiddeld 110 tot 120 mensen bezocht.

De Rotterdamse remonstranten trachten hun contacten met de samenleving uit te bouwen door hun kerk ter beschikking te stellen voor allerlei maatschappelijke activiteiten. De Stichting Arminius exploiteert de kerk als podium voor kunst, cultuur en debat. Met Pasen vorig jaar verleende de kerk onderdak aan deelnemers van een cultureel jeugdfestival, van wie een aantal de Paasdienst bezocht. Holtzapffel: „Zelf ben ik na de dienst bij de festivalgangers langs geweest om wat te vertellen over de betekenis van gastvrijheid in de christelijke traditie. Voor sommigen van hen was het, geloof ik, even schrikken dat ze met een dominee geconfronteerd werden.”

Tjaard Barnard en Eric Cossee, Arminianen in de Maasstad, uitgave De Bataafsche Leeuw

www.remonstrantenrotterdam.nl