Lord Conrad Black ontkent alles

In Chicago is gisteren het proces begonnen tegen krantenmagnaat Conrad Black, die wordt verdacht van zelfverrijking. Een „enorme smaadcampagne”, vindt Lord Black zelf.

Met grote stelligheid ontkent de Canadees-Britse mediamagnaat Conrad Black dat hij zijn voormalige krantenimperium Hollinger International zou hebben beroofd van 84 miljoen dollar om te betalen voor zijn extravagante levensstijl. Hij zou het slachtoffer zijn van een „enorme smaadcampagne”, zo houdt hij vol – een heksenjacht op een krantenkoning, door fanatieke puristen op het gebied van modieus bedrijfsbeheer.

Gisteren begon in Chicago het fraudeproces tegen Black, de Britse Lord van Canadese afkomst die eens aan het hoofd stond van The Daily Telegraph in Londen, de Chicago Sun-Times, de Jerusalem Post en honderden andere kranten in de Verenigde Staten en Canada. Voor de 62-jarige Black, ruim drie jaar geleden afgezet als topman van Hollinger omdat hij zijn aandeelhouders zou hebben opgelicht, is de rechtszaak een kans om zijn naam te zuiveren. „Het is mij een raadsel waar ze hun bewijs vandaan gaan halen”, aldus Black. „Maar dat is mijn probleem niet.”

Anderen zien het proces, dat maanden zal gaan duren, als de vervolging van een aristocratische zakenman van de oude garde die wordt geconfronteerd met moderne maatstaven van gedegen bedrijfsbestuur. Lord Black – in Canada soms spottend zakenman van de eeuw genoemd, de negentiende eeuw – zou het krantenbedrijf dat hij opbouwde hebben beschouwd als zijn persoonlijke eigendom, ook nadat het aan de beurs werd genoteerd. Zakenprofessor Jeffrey Gandz schrijft dergelijk gedrag toe aan „een situatie waarbij zeer succesvolle ondernemers een te groot zelfvertrouwen ontwikkelen”.

Black wordt ervan beschuldigd 84 miljoen dollar in zijn eigen zak te hebben gestoken bij de verkoop van kranten van het bedrijf sinds 1998. Het geld zou betaling zijn geweest voor beloften om geen concurrerende bladen te beginnen op dezelfde lezersmarkten. Zulke betalingen zijn niet ongebruikelijk, maar ze zouden niet door de baas persoonlijk, maar door het concern moeten zijn geïncasseerd.

Als Black schuldig wordt bevonden aan fraude kan hij voor de rest van zijn leven de gevangenis ingaan – een hard gelag voor een tot de adelstand verheven krantenman met huizen in Londen, Toronto, New York en Florida. Hij smulde van zijn rijkdom, zijn titel, Lord Black of Crossharbour, en zijn positie in de high society van Groot-Brittannië en de VS, waar hij bevriend is met Margaret Thatcher en Henry Kissinger. Hij gaf dure feesten – een verjaardagspartij voor zijn vrouw kostte 62.870 dollar, op rekening van Hollinger.

Zulke feiten zullen weinig sympathie oproepen voor Lord Black bij de jury van twaalf leden uit Chicago, wat een voordeel is voor hoofdaanklager Patrick Fitzgerald. Zijn zaak zal in sterke mate rusten op de getuigenis van David Radler, de voormalige rechterhand van Black bij Hollinger die is overgelopen in ruil voor een lagere straf voor zijn rol in de vermeende misdaden. Ook drie andere bestuurders van Hollinger, dat de meeste toptitels heeft verkocht en is omgedoopt tot Sun-Times Media Group, staan terecht.

Blacks advocaat Edward Greenspan zal de geloofwaardigheid van Radler aanvallen en aanvoeren dat alles wat Black deed gebeurde met instemming van doorgewinterde toezichthouders. Het is onzeker of Black zelf zal getuigen.

Black, die zijn Canadese nationaliteit verwierp om zitting te kunnen nemen in het Britse Hogerhuis, heeft een aanvraag lopen om weer Canadees te worden. Dat zou hem een overplaatsing kunnen opleveren van een Amerikaanse gevangenis naar een – wellicht minder ruige – Canadese cel. Voor het geval dat.