Kurt Schwitters

Toen de Duitse kunstenaar Kurt Schwitters in 1923 op een ‘dada-veldtocht’ in Nederland zijn absurde klankgedichten brullend voordroeg, brak het schouwburgpubliek de tent af. Schwitters kwam uit de Dada-beweging maar betitelde zijn eigen kunst met een andere onzinterm: Merz. Met dit betekenisloze woordje, van een papiersnipper geleend, relativeerde hij de ernst van kunst zoals ook Dada dat deed. Kurt Schwitters (1887-1948) stapte in 1918 van de academie in de wereld van avant-garde, een wereld van protest, drank en rumoer. Kunstenaars zagen artistieke onrust als het enige antwoord op de politieke onrust die Europa verscheurde. Na de wereldoorlog leek alles zinloos, ook kunst. In museum Boijmans Van Beuningen is nu een overzicht te zien van Schwitters’ werkzame leven – van 1918 tot 1948. Het thema is Schwitters de netwerker. Boijmans heeft 100 van zijn werken omringd met 200 werken van zijn vele vrienden – Balla, Arp, Van Doesburg, Kandinsky en Hepworth. Schwitters kopieerde Balla’s futuristische lijnen, ontdekte Kandinsky’s geometrie, en eindigde in het surrealisme. Maar altijd waren zijn lijnen ronder, kleuren milder, en collages minder definieerbaar. Hij plakte tramkaartjes op verpakkingen, niet op politieke spotprenten. Hij speelde met waarde versus zinloosheid. Het beeld dat Boijmans schetst van de succesvolle netwerker klopt dan ook maar ten dele. Door het nazisme viel de bruisende avant-garde in de jaren dertig uiteen en bleef Schwitters eenzaam achter, in ballingschap en armoede, tot zijn dood vrezend voor weer een oorlog.

T/m 28 mei Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20 Rotterdam. Di-zo 11-17u. Inl 010 4419 400 & www.boijmans.nl