Kamer sceptisch over klimaatplan Brussel

Een meerderheid in de Tweede Kamer is sceptisch over het vorige week in Brussel bereikt Europese klimaatakkoord. Bijna alle partijen prezen gisteren de doelstellingen van de Europese regeringsleiders voor een duurzamer klimaatbeleid, maar zij plaatsten vraagtekens bij de concrete invulling van de maatregelen en de naleving van het akkoord.

Afgelopen vrijdag besloten de 27 regeringsleiders van de Europese lidstaten om de uitstoot van het broeikasgas CO2 in 2020 met 20 procent (en te streven naar 30 procent) te verminderen ten opzichte van 1990. Ook moet in 2020 ten minste 10 procent van alle olie en diesel bestaan uit biobrandstoffen. Tenslotte moet dan 20 procent van de energie in de EU afkomstig zijn van duurzame bronnen en streven de landen naar een energiebesparing van 20 procent.

Premier Balkenende erkende dat de concrete invulling van de doelstellingen van groot belang is, maar „je hebt doelstellingen nodig waar je elkaar op aan kunt spreken”. Hij zei dat er jaarlijks wordt gekeken hoe de doelstellingen worden gehaald. Kernenergie valt overigens niet onder duurzame energie, zei Balkenende. PvdA’er Samsom sprak zijn vrees uit dat de Europese lidstaten weer zullen vervallen in een „eigen belang eerst” discussie. Hij riep de regering op om, net als Groot-Brittannië nu wil, „een voortrekkersrol te spelen.” Ook Kamerlid Wiegman (ChristenUnie) vreest dat „het touwtrekken nu pas echt begint”. Ze doelde daarbij op de verdeling van de geplande reductie over de lidstaten. Daarbij mogen landen afwijken van het Europees gemiddelde als daarvoor gegronde redenen zijn.

Balkenende wil zich de komende jaren „hard maken voor een faire en evenwichtige lastenverdeling”, waarbij Nederland een serieus deel van de besparing voor zijn rekening zal nemen. Van Dijk (CDA) wilde niet dat Nederland zich nu al bindt aan een CO2-reductie van 20 procent. VVD’er Han ten Broeke was uiterst kritisch. „Het ontbreekt aan carrots and sticks, er is geen mogelijkheid tot straffen.”