Ironie

Een bliksemschicht met een punt eronder. Dat nieuwe leesteken daalde dinsdagnacht neer op het Boekenbal. Minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) nam het in ontvangst, ons ironieteken.

De roep om zulke zotternij is niet nieuw. In 1899 pleitte de Franse dichter Alcanter de Brahm al voor een gespiegeld vraagteken.

Leuke initiatieven, en ik begrijp de redenering wel: als al die stukjesschrijvers er nu eens voor uitkwamen dat ze het allemaal niet zo letterlijk menen, voorkomt dat misverstanden en bloedvergieten.

In eerste versie begon deze column zo: ‘Mooi plan om de horeca rookvrij te maken, inclusief de coffeeshops wat mij betreft. Dan kunnen we tenminste weer van wietwalmen genieten in tramhokjes en van blowers in portieken. Maak de kroegen zelfs alcoholvrij! Meer bier op straat!’

Toen realiseerde ik mij dat achter elke zin geen punt maar een bliksemschicht moest komen. Het ironische van het ironieteken is dat niemand het ooit zal gebruiken, omdat de bedenkers ervan niets van ironie hebben begrepen. ‘Spot waarbij men het tegendeel zegt van wat men bedoelt te zeggen’ is de definitie van Van Dale, die er ook niets van heeft begrepen.

„Ik ben natuurlijk veel te intelligent om een racist te zijn, maar ik hoef me maar één keer laatdunkend uit te laten over een stel inferieure kokosnotenplukkers en de verkoop van mijn boeken schiet omhoog”, schreef Reve eens. De zin is een ironisch juweel. Maar welk woord zegt hier ‘het tegendeel’ van wat de Volksschrijver bedoelt? Kokosnotenplukkers? Intelligent? Racist? Bij ironische juwelen weet je nooit of je ze letterlijk kunt nemen. Ironisch juweel twee: „A man can be happy with any woman as long as he does not love her.” Oscar Wilde.

Ironische juwelen slaan de grond onder je voeten weg en meppen je het domein in waar alles ambigu is.

Wie een bliksemschicht plaatst om eenduidigheid te scheppen en te zeggen dat wat hij zegt niet is wat hij bedoelt, is dus niet alleen iemand die een mop vertelt en daarna als enige hard begint te lachen, hij is ook iemand die de ironie om zeep helpt.

Christiaan Weijts

Winnaar Anton Wachterprijs 2006 met zijn boek Art. 285b.