Ieder jaar een tandje hoger

Het fenomeen van de actieve uitjes neemt al jaren eerder toe dan af.

Daardoor krijgen mensen een band. „Belevenis, dat is het toverwoord.”

Een vleugje tegenzin, wat plichtsbesef en flink wat goede wil. Dat is vaak de stemming op de zaterdagochtend voor het vrijgezellenfeestje van een vriendin, huisgenoot of oude buurjongen.

Natuurlijk is het leuk om iedereen te zien, denk je mokkend bij de koffie, maar waarom niet gewoon eten en drinken? Waarom moet iedereen altijd eerst iets doen? Zeevissen, paaldansen, een cd opnemen of groeps-aromatherapie, als iedereen maar bezig is, lijkt de organisatie te denken. Het liefst met iets waar ze normaal niet over zouden piekeren. Wie heeft er nooit kleumend en binnensmonds vloekend langs de kant gestaan bij waterskiën in mei? Of stiekem weerspannige teksten gepriegeld op het gezamenlijk gefabriceerde schilderij voor op de slaapkamer van de bruid?

Een vergelijkbaar gemengd gevoel hebben veel deelnemers aan de overtreffende trap van het verplichte nummer, het bedrijfsuitje. Ben je bij een vrijgezellenfeest nog onder vrienden – tenzij je het oude buurmeisje of de zwager bent – voor een dag karten met collega’s moeten de meeste mensen diepere lagen van welwillendheid aanspreken om nog enigszins aanvaardbaar gezelschap te zijn.

Toch moet het ergens goed voor zijn. Het fenomeen van de actieve uitjes neemt al jaren eerder toe dan af. Men wordt bovendien steeds veeleisender. Was het tien jaar geleden nog spannend om het huwelijk zelf in het buitenland te vieren – ook als bruid én bruidegom zo Nederlands zijn als het gras – nu is ook een vrijgezellenfeest over de landgrenzen niet langer ongewoon. Kasteel in Noord-Frankrijk, cottage in Engeland, herberg in Antwerpen.

Ook bedrijven worden veeleisender, zegt Paul de Ridder. Hij heeft met www.bedrijfsuitje.nl de grootste Nederlandse website op dit terrein en houdt zich al bijna tien jaar bezig met het selecteren van nieuwe aanmeldingen. „Het gaat om de kick. Ieder jaar moet het een tandje hoger.” Zo is er sinds kort een bedrijf dat Indoor skydiving aanbiedt: een apparaat dat zoveel lucht omhoog blaast dat je blijft zweven. Het voelt als vallen.

Hoewel spektakel belangrijk blijft, is de belangrijkste ontwikkeling volgens De Ridder die van consumeren naar produceren. „Het is al een paar jaar heel belangrijk dat iedereen een eigen aandeel heeft in het uitje en dat een beroep wordt gedaan op de creativiteit van mensen.”

Als voorbeelden noemt hij de opmars van kookstudio’s en bedrijven die met groepen in één middag een speelfilm opnemen. Met voor iedereen een rol. „Een avond naar Joop van den Ende is niet meer genoeg. Dat moet vooraf worden gegaan door bijvoorbeeld een musicaltraining ter plekke.”

Een andere ontwikkeling van de laatste jaren is het goede doel. Veel bedrijven willen iets ‘zinnigs’ doen op hun jaarlijkse dag uit: een school opknappen, een middag uit met gehandicapten, werk in natuurgebieden. Maar dat komt niet makkelijk van de grond. „Het verbaast me dat er zó weinig aanbieders voor zijn. Er is meer vraag dan aanbod.” De Ridder wijt het aan organisatieproblemen: het kan niet altijd wanneer bedrijven meestal hun uitjes hebben: vrijdagmiddag (25 procent) of zaterdag (41 procent).

Maar verder is er heel veel aanbod. Het is een makkelijke markt, zegt De Ridder. „Iedereen die het leuk vindt om groepen bezig te houden, kan toetreden.” Hij krijgt wekelijks nieuwe ideeën binnen. Dat is begrijpelijk, want het is een lucratieve markt. Er gaat jaarlijks ongeveer 500 miljoen euro in om. Ongeveer duizend bedrijven houden zich uitsluitend bezig met het organiseren van uitjes voor bedrijven of vrijgezellenfeesten. „En als je de locaties meerekent die af en toe iets doen op verzoek, kom je zo op tweeduizend.”

Blijft de vraag van het ‘waarom’. Waarom kitesurfen in plaats van alleen eten? De Ridder: „Belevenis, dat is het toverwoord.” Mensen die samen iets beleven, leren andere eigenschappen van elkaar kennen. Daardoor krijgen ze een band, en dat is goed voor de samenwerking op het werk.

Marcel Windt ziet een dagprogramma zelfs als noodzakelijk voor een goede avond. Hij is een van die mensen met een natuurlijk talent voor organisatie, die voor vrijwel zijn gehele vriendenkring de vrijgezellenfeesten heeft georganiseerd. Hij vertolkt daarmee het algemeen gevoel onder organisatoren: „Het is altijd leuk elkaar ook een aantal uren in het daglicht te zien. Tegen de avond is er al een zekere gemeenschappelijkheid ontstaan.”

Dat is voor iedereen leuk, maar vooral voor die ene zus of collega. Die kent verder niemand, en kan zo rustig bekijken waar hij terecht gekomen is – en waar hij ’s avonds aan tafel ongeveer wil zitten.

Het maakt volgens Windt niet veel uit wat je doet: wandelen over het strand, met een kano over de Nieuwkoopse plassen, op tandems over de hei. Natuurlijk heeft ook hij meer bewerkelijke en buitenlandse vrijgezellenfeestjes meegemaakt. Maar volgens hem is het ‘hoger, harder, verder, duurder’ een beetje voorbij.

Wat nooit helemaal voorbij zal gaan is mopperen. Zeuren over het dagprogramma is even onlosmakelijk verbonden met bedrijfsuitje en vrijgezellenfeest als het uiteindelijk ervan genieten. Door sommige deelnemers tot kunstvorm verheven, is het daarmee gelukkig vast onderdeel van de attractie.