Gezonde mensen, dure patiënten

‘Voorkomen is beter dan genezen’, schrijft het nieuwe kabinet in een wandtegelwijsheid in het regeerakkoord. Het wil dan ook fors inzetten op preventie. Dat is ook nodig want Nederland is zijn Europese koppositie qua gezonde levensverwachting kwijtgeraakt. Dat heeft vooral te maken met een ongezonde leefstijl. We roken te veel, we eten verkeerd en we bewegen te weinig.

Het nieuwe kabinet motiveert zijn keuze voor preventie met: „De beste garantie voor beheersing van de zorgkosten vormt een effectief preventiebeleid. Effectief betekent vooral: lagere gezondheidszorgkosten en minder grote verschillen in levensverwachting op basis van sociaal-economische achtergronden.”

Meer gezondheid en minder uitgaven – dat klinkt haast te mooi om waar te zijn. En dat is het ook.

Het is een wijdverbreid misverstand dat gezond leven vanuit een zorgoptiek ook goedkoop leven zou zijn en dat ongezond gedrag zoals roken zou leiden tot meer zorgkosten. Het is ook een bedrieglijk eenvoudige gedachtengang: als door preventie mensen minder ongezond gaan leven, dan hebben ze minder kans om ziek te worden. Als ze niet ziek worden, dan gebruiken ze ook geen zorg, waardoor de zorgkosten dalen.

Wat is er mis met deze simpele redenering? Het antwoord is al even eenvoudig: ook mensen die gezond leven worden uiteindelijk ziek. Zij zullen minder vaak ziektes krijgen die het gevolg zijn van ongezond gedrag, maar krijgen uiteindelijk andere aandoeningen. Die kunnen duur zijn en langer slepen. Dus juist omdat gezond levende mensen langer leven dan ongezond levende mensen, blijken de gezond levende mensen over hun hele leven meer zorgkosten te maken. Zoals voormalig minister Borst het ooit verwoordde in reactie op plannen om ongezond gedrag met een hogere zorgpremie te ontmoedigen: „Dementie zien we vooral bij mensen op een leeftijd die door de meeste rokende dikkerds nooit bereikt zal worden.”

Het gevolg van effectieve preventie op twee belangrijke terreinen van de Nederlandse volksgezondheid – roken en overgewicht – is geen kostenbesparing maar juist kostenverhoging. Preventie kent zo een dubbele prijs: in het begin de kosten van preventie zelf en later de kosten tijdens gewonnen levensjaren. Daartussenin liggen overigens vaak wel besparingen omdat mensen in eerste instantie gezonder blijven, maar deze wegen niet op tegen de extra kosten die later ontstaan. Het lonkende vergezicht van het regeerakkoord blijkt bij nader inzien dus een fata morgana.

Daarmee vervalt een belangrijk deel van de motivering in het regeerakkoord van de inzet op preventie. Is daarmee ook die inzet op zichzelf ook verkeerd? Zeker niet! Maar het is belangrijk om preventie om de juiste redenen na te streven.

Het gaat in de gezondheidszorg niet primair om het besparen van zorgkosten. Als dat het doel zou zijn dan moet de zorg simpelweg worden opgeheven. Dat spaart nog eens zorgkosten uit! Het doel van de zorg is juist de bevordering van de gezondheid. Gezondheid is een waardevol bezit en de bevordering ervan mag dus zonder meer geld kosten. In dat opzicht is er geen verschil tussen curatieve zorg en preventie.

De voornaamste vraag is dan ook hoe het beschikbare geld het beste kan worden besteed. Het antwoord hierop is dat het geld moet worden ingezet waar het optimaal bijdraagt aan het doel van de gezondheidsbevordering. En dan blijkt preventie een veelbelovende kandidaat. Voorkomen is inderdaad beter dan genezen, maar niet altijd goedkoper.

Werner Brouwer is verbonden aan het Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg van het Erasmus MC. Johan Polder is verbonden aan het RIVM en aan de Universiteit van Tilburg. Beiden zijn gezondheidseconoom.