Geen geld landbouw EU voor platteland

Landbouwsubsidies van de Europese Unie kunnen niet worden besteed aan plattelandsontwikkeling. Onder druk van het Europees Parlement is een dergelijk voornemen van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, ingetrokken. Nederland mag hierdoor het geplande bedrag van 125 miljoen euro niet inzetten voor plattelandsontwikkeling. Het gaat om een bedrag van in totaal 2,5 miljard euro.

Nu de boerensector in Europa overal wordt gesaneerd, komen steeds meer landbouwgronden vrij. Deze worden veelal met overheidssubsidie omgevormd tot recreatiegebieden. Het Europees Parlement wil niet dat aan boeren toegezegde subsidies hiervoor ongeclausuleerd worden gebruikt.

Politiek is deze manoeuvre van belang omdat het Parlement eigenlijk geen zeggenschap heeft over de landbouwuitgaven van de Unie. Met 42 miljard euro per jaar vormen deze wel de grootste uitgavenpost op de Europese begroting. Maar door het totale bedrag voor plattelandsontwikkeling waarover het parlement wel zeggenschap heeft achter te houden, ging de Commissie door de bocht.

„We hebben hiermee voor het eerst een voet tussen de deur gekregen. Nu dit is gebeurd zullen we vaker gebruik maken van ons budgetrecht om veranderingen in de landbouwuitgaven af te dwingen”, aldus de Nederlandse VVD-europarlementariër Jan Mulder die het initiatief nam om via deze omweg invloed uit te oefenen.

Formeel mogen de Europese volksvertegenwoordigers slechts adviseren over de landbouwbegroting. Door het bedrag van 7 miljard euro voor plattelandsontwikkeling in reserve te houden, waardoor deze niet besteed kan worden, had het parlement een drukmiddel in handen. Het geld zou pas worden vrijgegeven als de Commissie bereid was af te zien van het systeem van vrijwillige modulatie. Dit houdt in dat de lidstaten zelf kunnen besluiten maximaal 20 procent van de hen uit Brussel toegekende landbouwfondsen te besteden aan plattelandsontwikkeling.

Volgens een meerderheid van het Parlement kan dit leiden tot oneerlijke concurrentie tussen lidstaten. Mulder: „Als elk land dit op eigen houtje mag gaan beslissen, dan worden de boeren niet op gelijke wijze gecompenseerd voor het voldoen aan de gemeenschappelijke wetgeving op het gebied van dierenwelzijn, milieu en voedselhygiëne. Dat kan leiden tot concurrentieverstoringen en de renationalisatie van de Europese landbouwpolitiek.”