‘Frankrijk is een land zonder ideeën’

Meer dan vijftien procent van de inwoners van Zuid-Franse Nice is werkloos. De kandidaten voor de presidentsverkiezingen van volgende maand willen hier iets aan doen. Maar de daklozen hebben er weinig vertrouwen is.

Maandagavond om zeven uur staat Claudio (39) onopvallend in de buurt van de kerk in de haven van Nice. Alsof hij niets te maken wil hebben met de zwervers, de dronkelappen en de bedelaars op de trappen van de Notre Dame du Port. Claudio leeft niet op straat. Hij woont in een appartementje, en heeft een tv. Deze week heeft hij nog gezien dat de vertrekkende president Chirac Frankrijk een „groots land” vindt. Claudio is het daar niet mee eens. Hij was verkoper in een kledingwinkel tot hij drie jaar geleden arbeidsongeschikt raakte. Nu krijgt hij elke maand 620 euro. Zijn woonlasten bedragen 570 per maand. „Ik kan niet leven van vijftig euro per maand”, moppert hij.

Als de wagen van de Secours Populaire (Volkshulp) voorrijdt, sluit hij discreet aan in de rij voor rijst met groenten. „Een groots land bewijst zich in kleine dingen”, vindt hij. In Parijs zijn er lokalen waar je binnen kan eten. In Nice gebeurt alles op straat. Het eten van de bedeling is nauwelijks warm.

Verderop, op het strand Beau Rivage, staan twintig tenten langs de chique toeristische boulevard. Dit is de plaatselijke dependance van de Kinderen van Don Quichot, een organisatie die deze winter in Parijs een tentenkamp voor daklozen oprichtte en daarmee snelle beloftes voor huisvesting van de regering loskreeg. Drie maanden later staan er nog steeds tenten, in Parijs en tal van andere steden.

David Bertaux (36) is een van de zestig daklozen die sinds december in Nice op het strand wonen. Zonverbrand gezicht, alcoholwalm. Niet alleen rijken worden aangetrokken door de Côte d’Azur, grijnst hij. Hij is zelf uit Mabeuge gekomen, aan de grens met België. Maar dakloos zijn in Nice is moeilijk, legt hij uit. „De gemeente probeert ons weg te jagen. Fonteinen en toiletten zijn weggehaald uit het centrum.”

De rechter besliste in januari dat Nice de tenten niet mag laten weghalen: het gebrek aan opvang voor de armen woog zwaarder dan de overlast door de tenten. Sindsdien onderhandelen de daklozen over een oplossing, met het regiobestuur.

Groeiende armoede is dit jaar een onvermijdelijk thema in de Franse verkiezingsstrijd. Bij de vorige presidentsverkiezingen, vijf jaar geleden, trokken gewelddadige incidenten veel aandacht. Nu gaat de campagne over sociaal-economische thema’s. De kandidaten moeten in discussies reageren op verhalen van alleenstaande moeders die besparen op het eten om geld over te houden voor het schoolreisje van hun kind. Of van bejaarden die hun woning niet meer kunnen betalen.

De armoede groeit. 3,7 miljoen mensen leven onder de armoedegrens. Maar de grootste verandering is dat de middenklasse zich bedreigd voelt, schrijft de socioloog Louis Chauvel in Les Classes Moyennes à la dérive (de middenklassen op drift), een boekje dat elke presidentskandidaat kent. De angst voor toenemende armoede is in de plaats gekomen van het vertrouwen dat de kinderen het beter zullen hebben. Bijna de helft van de Fransen denkt dat er een kans bestaat dat zij zelf nog eens op straat belanden.

Nice, met ruim 380.000 inwoners de vijfde Franse stad, kent al jaren een sterke tweedeling tussen arm en rijk, met een werkloosheid van tussen 15 en 20 procent. De Secours Populaire, die ooit gelieerd was aan de Communistische Partij, deelt tegenwoordig wekelijks 500 hulppakketten uit, vertelt vrijwilliger Hadjira Bendjeddou. Dat is vijftig procent meer dan twee jaar geleden. Het profiel van de armen is de laatste jaren veranderd, vertelt zij. „We zien meer studenten, bejaarden, maar ook gezinnen met werkende ouders.”

In de winkel van de Secours Populaire met tweedehands spullen is het ’s morgens druk. In een volgepakt kantoortje achterin staat Senda Themani (21). Zij leerde de organisatie kennen via haar moeder, die de bedeling nodig had als aanvulling op haar uitkering. Inmiddels helpt het hele gezin als vrijwilliger. Themani bladert door de dossiers van de arme ‘klanten’. Naast het kopje ‘totaal inkomsten’ verschijnen veelal maandbedragen tussen de 350 en 700 euro. Een weduwe, met aanvullend pensioen, komt uit op 610,28 euro. Een moeder met één dochter van zes jaar op 383,14. Haar huur bedraagt 630 euro. Ze ontvangen een keer per week een pakket met blikken groente en vlees, brood en schoonmaakmiddelen. De supermarktgigant Carrefour geeft iedere twee weken groente en fruit.

De belangrijkste presidentskandidaten beloven van de aanpak van armoede een prioriteit te maken, met programma’s die de nadruk leggen op werk (Sarkozy), hogere uitkeringen en meer begeleiding (Royal) en meer samenwerking (Bayrou). Alle drie beloven ze meer sociale woningbouw. De extreemrechtse kandidaat Le Pen wil de armoede oplossen door de immigratie te stoppen.

Claudio, de arbeidsongeschikte, gelooft niets van de beloftes. „Ze zeggen dat zij solidariteit belangrijk vinden omdat de kiezer dat wil horen. Maar ze hebben geen echte ideeën.” Hij ziet het somber in. „Met een land dat geen ideeën meer heeft is het eigenlijk afgelopen.”

David Bertaux, op het strand, vreest dat het onder Sarkozy „nog erger” zal worden. Maar die wint niet, denkt hij. „Hij hangt de ster uit die de anderen te pakken neemt. Daar houden de Fransen niet van.” Hijzelf stemt op centrumpoliticus Bayrou. Die is „evenwichtiger” dan de linkse kandidaat Royal. Maar Bertaux houdt ook rekening met Chirac, ook al heeft hij zijn vertrek aangekondigd. „Dat was een schijnbeweging.”