‘Europese proeftuin’ Limburg wil vooruit

Limburg wil vooruit, maar botst daarbij tegen de nationale grenzen aan. Eigen initiatief in de Europese regio blijkt te lonen. „We zijn alvast begonnen.”

Als het aan Rijkswaterstaat en NS had gelegen was de spoorbrug over de Maas op het ‘dode’ spoor tussen Maastricht en het Belgische Lanaken al gesloopt. „Maar wij zeiden dat de spoorlijn toekomst heeft”, zegt Edward de Vries. Hij is regiodirecteur van papiermultinational Sappi met productievestigingen aan weerszijden van de Nederlands-Belgische grens. De spoorlijn wordt nu met Vlaams en Limburgs geld gerevitaliseerd. Er moest ook provinciaal en lokaal geld aan te pas komen om Maastricht te verzekeren van een geregelde passagierstrein naar Luik voor aansluiting op de hogesnelheidslijn. Ook de pendeltrein van Heerlen naar Aken kwam er met regionale financiering. Voor NS hadden deze verbindingen geen prioriteit. „Het heeft allemaal met nationaal denken te maken”, zegt de Limburgse gouverneur Léon Frissen.

Dat merkte ook directeur Gosse Boxhoorn van zonnecellenfabrikant Solland Solar. Zijn bedrijf is tussen Heerlen en Aken op het grensoverschrijdende bedrijventerrein Avantis gevestigd. Hij moest bij de bouw een productielijn draaien zodat die niet meer deels op Duits grondgebied stond. „Anders kon ik geen Nederlandse subsidie krijgen.”

Op hetzelfde bedrijventerrein zijn de Zuid-Limburgse en Akense Kamers van Koophandel in één gebouw ondergebracht om de onderlinge samenwerking verder te versterken. „Maar onze Duitse collega’s kunnen hier niet permanent werken”, zegt EU-regiocoördinator van de Zuid-Limburgse handelskamer Saskia Gorgels. Dat heeft te maken met de regels voor sociale en ziektekostenverzekeringen. Een fusieplan van de beide handelskamers, die grensoverschrijdend ondernemerschap willen stimuleren, stuitte op een veto van Economische Zaken..

Klachten uit Limburg over Den Haag zijn niet nieuw. Maar Limburgse bestuurders en de particuliere sector wachten volgens gouverneur Frissen niet langer op wat hij „hindermachtjes in Den Haag” noemt. De globalisering dwingt tot handelen. In 2005 boden provincie- en gemeentebestuurders op het Binnenhof de economische Versnellingsagenda 2012 aan. Hun wat provocerende motto: ‘We zijn alvast begonnen’. Met de ambitieuze agenda moet Limburg in 2012 een sleutelpositie krijgen op het gebied van voeding, gezondheidszorg, duurzame energie en chemie.

De Limburgse ambities zijn in Den Haag niet onopgemerkt gebleven. „Ik zeg niet dat er niks gebeurt”, zegt gouverneur Frissen. „Maar je moet het allemaal voor de poorten van de hel wegslepen.” Zo kwam er uit Den Haag 150 miljoen euro voor een groot project voor moleculaire geneeskunde, waarin ook de Universiteit Maastricht participeert. Verder is mogelijk geworden dat het midden- en kleinbedrijf met kennisvouchers (waardecoupons) voor innovatieopdrachten ook aanklopt bij kennisinstellingen in Vlaanderen of Duitsland. En vorig jaar werd na jarenlang bakkeleien met Den Haag een akkoord bereikt over een tunnel in Maastricht voor de A2, waar het verkeer door verkeerslichten wordt gehinderd.

Maar minstens zo belangrijk is volgens Frissen dat Limburg meer speelruimte krijgt voor grensoverschrijdende samenwerking met de nabijgelegen regio’s in België en Duitsland, omdat nationale wetgeving te belemmerend werkt. De bestaande Euregio Maas-Rijn, waarin Limburg samenwerkt met grensregio’s op gebied van veiligheid, onderwijs en cultuur, is volgens Frissen een „processie van Echternach: twee stappen vooruit, één achteruit”. Dat komt door het grote aantal deelnemers (Limburg, Aken, Luik, Belgisch Limburg en Duitstalig België).

Frissen wil daarom een „versnelling” van de bilaterale samenwerking met Belgisch Limburg en de regio Aken. „Het moet niet alleen maar via de nationale overheden blijven gaan.” Zo wil de Limburgse gouverneur dat grensregio’s en -gemeenten in twee landen bevoegdheden kunnen delen, waarvoor nationale overheden juridische ruimte moeten bieden. Dan zouden infrastructuur, toeristische projecten en aanleg van bedrijventerreinen in grensregio’s gemakkelijker worden. Maar Den Haag is huiverig.

Ook inzet van arbeidspotentieel en dus kennispotentieel van over de grens moet eenvoudiger worden door belemmeringen in nationale regels voor sociale verzekeringen en pensioenregels weg te nemen. Vooral voor het snel vergrijzende Limburg is dat volgens de gouverneur van kapitaal belang. Frissen spreekt van Limburg als „Europese proeftuin”.

Hij vindt zijn Belgisch-Limburgse collega Steve Stevaert aan zijn kant. Beiden werken aan een ‘Charter voor Limburg’ over samenwerkingsprojecten. Stevaert pleit voor „gebieden sui generis” in de grensstreek. Beide gouverneurs denken aan bedrijventerreinen waar ondernemingen volledig vrije keuze hebben om de regels van het ene of het andere landen te kiezen. Stevaert wijst op de ontwikkeling van het bedrijventerrein in Lanaken, waar zowel Belgisch- als Nederlands-Limburg sterk gebaat zou zijn bij toekenning van een uitzonderingsstatuut. Eerder pleitte hij al voor een lightrail Maastricht-Lanaken-Hasselt. „Lanaken is eigenlijk uitbreidingsgebied voor Maastricht dat geen ruimte meer heeft”, zegt Stevaert.

In opdracht van de Nederlandse provincie Limburg werkt een commissie onder leiding van MKB-voorzitter (en oud-minister en Limburger) Loek Hermans aan een advies over een ‘internationaliseringsagenda’. Frissen is ervan overtuigd dat „verdieping” van grensoverschrijdende samenwerking ook de euroscepsis bij burgers kan wegnemen. De zegen van Brussel hebben de initiatiefnemers. De subsidies voor Europese territoriale samenwerking gaan voor 2007-2013 omhoog: voor de Euregio Maas-Rijn met 19 miljoen euro naar 72 miljoen euro.