Curaçao is ‘hopeloos verdeeld’ over toekomst

Op de Antillen zijn in april verkiezingen. Ze zijn vooral belangrijk voor de toekomst van Curaçao. Wat wordt de relatie met Nederland?

Op Curaçao is het carnavalseizoen naadloos overgegaan in de verkiezingscampagne. Muziek, dansen en eten staan centraal bij de aanhang van het merendeel van de elf partijen die meedoen aan de verkiezingen. Inhoudelijk spreken partijleiders zich uit over de wenselijkheid van meer Nederlandse invloed op het eiland.

Daarbij heeft de Partido Antia Restrukturá (PAR) van premier Emily de Jongh-Elhage het meeste zelfvertrouwen. De christen-democratische partij, die zich onvoorwaardelijk inzet voor de band met Nederland, denkt zeker te zijn van de overwinning. „Het wordt ons ook niet moeilijk gemaakt”, zegt voormalig gevolmachtigd minister Carel de Haseth. „Onze tegenstanders zijn hopeloos verdeeld.”

Op 20 april kiest Curaçao, net zoals de inwoners van de andere vier Antilliaanse eilanden, een eilandsraad, vergelijkbaar met een Nederlandse gemeenteraad. Er staat veel op het spel. In december 2008 wordt het Antilliaanse staatsverband opgeheven. Sint Maarten wordt een autonoom land binnen het koninkrijk (zoals Aruba sinds 1986 is), en Bonaire, Saba en Sint Eustatius (de K3) worden bijzondere gemeenten in het Nederlandse staatsbestel.

Maar de toekomst van Curaçao is nog onzeker. Waar Sint Maarten en de K3 eerder deze maand een half miljard euro kregen toegezegd in ruil voor meer Nederlandse invloed, verwierp Curaçao in november deze in de zogeheten Slotverklaring vastgelegde voorwaarden. Als gevolg hoeft Curaçao, waar ruim 135.000 mensen wonen, niet meer te rekenen op sanering van zijn meerderheidsaandeel in de 2,4 miljard euro tellende Antilliaanse staatsschuld.

Het alsnog accorderen van de Slotverklaring is verworden tot de inzet van de Curaçaose verkiezingen. PAR is de enige die zich geheel achter de Nederlandse voorwaarden schaart. Daarmee werkt de partij als een magneet op kiezers met zakelijke belangen op Curaçao. Zonder sanering van de staatsschuld, met bijbehorende hulp van Nederland, is er geen financiële zekerheid. Ook niet voor de zwarte volksklasse, voor wie de voorstanders van de Slotverklaring zich willen inzetten.

Maar de kloof tussen de elitaire PAR en de onderklasse is groot. Het lukt de partij niet de taal van de minderbedeelden te spreken. Daarin zijn de Frente Obero Liberashon (FOL) van de onlangs uit de gevangenis ontslagen Anthony Godett en Niun Pasa Atras (NPA) van de linkse politicus Nelson Pierre veel bedrevener.

Pierre is fel tegenstander van de Slotverklaring. Hij ziet alternatieven in de regio. Zo zou de verkoop van de Curaçaose raffinaderij aan het Venezolaanse staatsoliebedrijf PdVSA en het Amerikaanse bedrijf Valero een optie zijn voor het wegwerken van de staatsschuld. Een vastomlijnd plan is er nog niet.

Bij een optocht van NPA in de volkswijk Otrobanda staat een vrouw met haar zoontje aan de hand. Het kereltje oogt zeven, maar is dertien. Zijn ogen tranen en zijn mond staat open. Vorige keer stemde zijn moeder op FOL. „Maar die heeft niets voor ons gedaan. Nelson heeft gezorgd dat mijn kind medische hulp kreeg. Mijn zoontje praat niet. Maar we zijn naar een logopedist geweest en nu blijkt: hij kan praten.”

NPA’er Raymond hoort het aan. Volgens de bedrijfseconoom zit afhankelijkheid diep gebakken in de met kolonialisme doorspekte Caraïbische cultuur. „En de Slotverklaring houdt dat in stand, dat maakt het alleen maar erger.”

De Curaçaose politiek is gefragmenteerd. Coalities gaan niet lang mee. Van de elf partijen die meedoen aan de verkiezingen zijn minstens drie afsplitsingen van grotere bewegingen. Of, zoals de Curaçaose auteur Boeli van Leeuwen het eens omschreef: „All chiefs, no indians”.

Dat geldt ook voor de tegenstanders van de Slotverklaring. Voor de campagne zijn talloze politici overgelopen naar concurrenten, die ze een hogere plek op de lijst boden. De Vereniging Bedrijfsleven Curaçao vreest dat de komende verkiezingen in het teken staan van opportunisme, populisme en vriendjespolitiek. „Vroeger”, zegt een kiezer in Otrobanda, „leek het nog om het belang van de kiezer te gaan. Maar ook het laatste restje ideologische vernis is er af. Bij allemaal. Nu gaat het alleen nog maar om macht.” PAR rekent alvast op acht van de 21 eilandsraadzetels.