Bomaanslagen blijven ernstige zorg in Bagdad

Auto- en andere bomaanslagen in Irak hebben in februari recordhoogte bereikt, en blijven, ondanks het een maand oude Amerikaans-Iraakse veiligheidsoffensief in Bagdad, een kwestie van ernstige zorg. Dat heeft de Amerikaanse legerwoordvoerder in Irak, generaal-majoor William Caldwell, gisteren gezegd op een persconferentie in Bagdad.

Het aantal moorden in Bagdad, dat eind vorig jaar tot zo’n 60 per dag opliep, is gehalveerd sinds het begin van het veiligheidsoffensief, aldus Caldwell. De shi’itische milities die voor de meeste moorden verantwoordelijk zijn, zijn wegens het offensief door 90.000 Amerikaanse en Iraakse militairen (met meer Amerikanen op komst) ondergedoken of uitgeweken. Inwoners van de Bagdadse sloppenwijk Sadr City, bolwerk van het shi’itische Leger van de Mahdi, zeggen overigens dat veel strijders weliswaar hun wapens nu thuis laten maar nog steeds beschermingsgeld van winkeliers innen en burgers in de gaten houden.

Maar mede door het wegvallen van de milities en hun controleposten in de shi’itische wijken is het aantal „sensationele” bomaanslagen vorige maand volgens Caldwell tot een record opgelopen. Deze kunnen „de hele geweldscyclus weer op gang brengen”, onderstreepte Caldwell.

Caldwell schreef de aanslagen toe aan Al-Qaeda-in-Irak en andere sunnitische extremistengroepen. Hij zei dat de Amerikaanse en Iraakse troepen „een reusachtige hoeveelheid inspanning” investeren in de zoektocht naar bomfabrieken rond Bagdad.

Caldwell waarschuwde tegelijk voor een lichte toename van de moorden in de laatste zeven dagen. In het algemeen zei hij dat het maanden zal duren voor het offensief een werkelijk verschil zal maken. Er is geen einddatum gegeven voor het de veiligheidsoperatie. Caldwell onderstreepte daarbij – zoals eerder de hoogste Amerikaanse commandant in Irak, generaal Petraeus – dat militaire vooruitgang moet samengaan met politieke verzoening.

Maar daarvan is aan Iraakse zijde weinig sprake. De Iraakse commandant van het Bagdadplan, luitenant-generaal Abboud Qanbar, zei gisteren nog dat militanten zullen worden „vermorzeld en op de vuilnisbelt van de geschiedenis gegooid”. De nieuwe wet die de verdeling van de olie-inkomsten regelt, waarover de Iraakse etnische en religieuze groepen vorige maand onder zware druk van de Amerikanen een principe-akkoord hebben gesloten, is nu in het parlement vastgelopen. Het laatste voortgangsrapport van het Amerikaanse ministerie van Defensie over Irak, dat gisteren uitkwam, meldt ook „weinig vooruitgang aan het verzoeningsfront”.

Het doodvonnis tegen de vroegere Iraakse vicepresident Taha Yassin Ramadan is vandaag in hoger beroep bevestigd. Ramadan was tot levenslang veroordeeld, maar op last van het Hof van beroep alsnog ter dood veroordeeld wegens zijn aandeel in de dood van 148 shi’ieten na een mislukte aanslag op Saddam Hussein in Dujail in 1982. Tegen deze procedure is van internationale zijde veel bezwaar aangetekend. Het staat nu vrij aan de Iraakse regering hem op te hangen. (Reuters, AP)