Boegbeeld van in Nederland bedreigde soort

De Nederlandse cricketploeg speelt morgen zijn eerste wedstrijd bij het WK. Genieten, dat staat voorop bij Tim de Leede en zijn collega’s uit het land waar cricket steeds meer in de verdrukking raakt.

Nootdorp, 15 maart. - Als Tim de Leede morgen op het tropische eilandje St. Kitts het veld opstapt voor het duel tegen Zuid-Afrika, telt maar één ding: genieten zolang het duurt. „Als we van Australië of Zuid-Afrika winnen, ligt het meer aan hen dan aan ons. Ze zijn zóveel beter.”

Aan het begin van zijn derde WK kent Tim de Leede (39 jaar, 235 interlands) zijn plaats. Nederland ontmoet in zijn groep ’s werelds nummer één, Zuid-Afrika, en drievoudig wereldkampioen Australië. Een ware ‘groep des doods’ – voor Nederland en Schotland.

Hoewel Nederland een bescheiden rol speelt op het wereldtoneel, heeft De Leede veel ervaring opgedaan sinds zijn internationale debuut in 1990. Zijn twee vorige WK’s leverden bizarre taferelen op voor de man uit een land met vijfduizend cricketers. Op het WK in ’96 speelde hij voor 100.000 toeschouwers in Eden Gardens, het kolossale cricketstadion van Calcutta. „Zelfs voor ons hotel stonden tweeduizend mensen te wachten.”

In 2003 veroverde De Leede in Zuid-Afrika de wickets van onder anderen de Indiase sterren Sachin Tendulkar en Rahul Dravid, twee van de meest succesvolle batsmen uit de geschiedenis. Hij werd zelfs ‘man of the match’, een zeldzame onderscheiding voor een Nederlandse cricketer. Kort daarop beleefde hij ook een dieptepunt in Zimbabwe, medeorganisator van dat WK, midden in de internationale politieke storm over het bewind-Mugabe. „De cricketbond had van de Nederlandse ambassade toestemming gekregen in Zimbabwe te spelen. Maar bij aankomst kwam diezelfde ambassade vertellen dat we niet welkom waren in Zimbabwe. We waren perplex, echt schandalig.” Uiteindelijk speelde Nederland toch. „We hebben geprobeerd er iets positiefs van te maken voor de bevolking. Bovendien had de bond anders anderhalf miljoen dollar boete gekregen. Die was meteen failliet geweest.”

De Leede, boegbeeld van de Voorburg Cricket Club, zag in zijn lange loopbaan veel veranderen. In het verleden bereidde het Nederlands elftal zich tamelijk vrijblijvend voor op een WK; de afgelopen jaren werd het topcricket sterk geprofessionaliseerd. „We trainden vroeger één keer in de week, maar er konden maar vier spelers oefenen met batten, meer ruimte was er niet.”

Nu heeft de selectie een fitnesstrainer en eigen graspitches. Coaches en spelers bereiden duels voor met speciale software waarin elke handeling van alle tegenstanders ligt opgeslagen. „We weten dat Ricky Ponting (aanvoerder van Australië, red.) in het begin kwetsbaar is bij inswingers, dus Darron Reekers gaat hem uitbowlen”. Eén ding veranderde niet: Nederland behoorde in de jaren tachtig tot the best of the rest, met landen als Kenia, Zimbabwe en Bangladesh. De laatste drie landen verkleinden de kloof met de wereldtop, Nederland niet.

In Australië, Engeland, India of Nieuw Zeeland wordt Nederland tot de kleintjes gerekend. En daarvan doen er bij dit WK te veel mee, verzuchtte de voormalige West-Indische sterspeler Michael Holding onlangs, doelend op landen als Nederland, Bermuda en Canada. Er zouden te veel oninteressante, voorspelbare wedstrijden worden gespeeld. De Leede: „In principe heeft Holding gelijk. Zo’n WK is ontzettend leuk, maar wij leren er niet zo gek veel van. Wij hebben meer aan wedstrijden tegen landen van ons niveau.”

Jarenlang hoopte hij dat het gat met de top kleiner zou worden, maar dat gebeurde niet. Hij verwijt de internationale cricketfederatie (ICC) onvoldoende te doen aan ‘ontwikkelingshulp’. „Welke kant wil de ICC op? Willen ze het topcricket echt verbreden, of moeten landen als Nederland in de subtop blijven hangen? We hebben altijd talent gehad, maar we zijn nooit doorgebroken. De ICC moet zeggen: jongens, jullie zitten er altijd bij, waarom groeit het Nederlandse cricket eigenlijk niet? Met extra geld zouden we met een paar semi-profs kunnen spelen, en proberen het cricket naar de scholen te brengen. Waarom niet? Ze spelen al decennia slagbal. Dat is toch net cricket? Al hou je per school maar twee cricketers over.”

Het is een merkwaardige tegenstelling: op nationaal niveau leidt het Nederlandse cricket volgens De Leede een kwijnend bestaan, maar telkens weer staan talenten op die werk vinden als profcricketer. In het verleden waren dat Roland Lefèbvre, Paul-Jan Bakker, André van Troost, Bas Zuiderent – en De Leede zelf. Hij speelde ooit op proef bij Engelse topclubs. Komend seizoen staat de 17-jarige Alexei Kervezee onder contract bij Worcestershire. Volgens De Leede moet Nederland met zo’n plan voor schoolcricket aankloppen bij de ICC. „Als ze dan weer miljoenen aan Australië geven weet je zeker dat ze niks willen met Nederland. Moeten we zeggen: het wordt toch nooit wat, we kappen ermee?”

Hij ziet zijn sport steeds verder in de verdrukking komen. „Welke jongere gaat nog een hele dag cricketen? Kinderen hebben te veel andere dingen, ze spelen liever met computers. Vroeger hadden we in Den Haag een jeugdtoernooi met zestien clubs. Nu bestaat het niet meer. Steeds meer clubs verdwijnen, straks zelfs UD in Deventer.”

Dat de sport niet helemaal verdwijnt is vooral te danken aan allochtone kinderen uit traditionele cricketlanden, zoals Pakistan, Australië of Engeland. „Wij hebben vier of vijf Pakistaanse Nederlanders in ons eerste. Dat maakt mij niet uit, maar ik wil dat Nederlandse schoolkinderen ten minste weten wat cricket ís.”

Tim de Leede, behalve werknemer van KPN ook importeur van cricketmaterialen, zal niet opgeven, ook al stopt hij na het WK als international. Hij ziet bij Voorburg nog uitdagingen. „Maar het Nederlands elftal wordt te druk. Ik heb vier kinderen. Door al dat cricket ben ik nog nooit met ze op vakantie geweest. De oudste is negen.”