Blair krijgt zijn kernwapens

Tony Blair heeft de oppositie nodig bij zijn streven naar modernisering van de Britse kernbewapening. Het onderstreept het afbrokkelen van zijn macht.

Londen, 15 maart. - De Britse premier Tony Blair kreeg gisteren zijn zin. Het Lagerhuis stemde met een ruime meerderheid in met zijn plannen om de Britse kernbewapening te moderniseren. Maar veel reden tot juichen had de premier, in zijn jonge jaren zelf nog aanhanger van eenzijdige nucleaire ontwapening, niet. Zijn zege had alle trekken van een Pyrrusoverwinning.

Ruim een kwart van zijn eigen Labour-fractie stemde tegen de vernieuwing van Trident, zoals de Britse kernmacht wordt aangeduid. Alleen bij het begin van de Irak-oorlog werd de premier geconfronteerd met nog meer verzet binnen de partij. Slechts dankzij steun van de Conservatieve oppositie wist de regering andermaal een afgang te vermijden.

Het afbrokkelen van Blairs macht werd daarmee pijnlijk onderstreept. Ook doorgaans loyale partijgenoten spraken gisteren oneerbiedig over de premier als een ‘lame duck’ (‘vleugellam’). Om zijn critici de wind uit de zeilen te nemen, verzekerde Blair kort voor het debat dat het Lagerhuis in de toekomst altijd nog de mogelijkheid heeft het moderniseringsbesluit te herzien. Ook dat werd uitgelegd als een zwaktebod.

Veel tegenstanders binnen Labour, gesteund door de oppositionele Liberaal-Democraten, betoogden dat het veel te vroeg is nu al een besluit te nemen. De Britse kernmacht, bestaande uit onderzeeërs met raketten voorzien van kernkoppen, is nog zeker een jaar of vijftien te gebruiken. En in een later stadium valt beter te bepalen hoe groot de noodzaak voor een eigen kernmacht nog is. Tegen de grootste dreiging van het moment, terrorisme, staan kernwapens bovendien machteloos.

Nee, zei Blair en met hem ook zijn gedoodverfde opvolger Gordon Brown, een snel besluit is nodig omdat met de bouw van nieuwe onderzeeboten zeventien jaar is gemoeid. Groot-Brittannië mag bovendien geen risico’s met de eigen veiligheid nemen. De dreiging van de vroegere Sovjet-Unie is weliswaar weg, maar een ‘schurkenstaat’ zou de Britten altijd kunnen proberen te chanteren. Dan is het goed zelf over een afschrikwekkend wapen te beschikken.

Een ander argument van de tegenstanders is dat de Britten met een moderniseringsbesluit geen dienst bewijzen aan de non-proliferatie van kernwapens. Als ze er zelf aan vasthouden, wat voor recht hebben ze dan nog van een land als Iran te verlangen dat het afziet van kernwapens? En als Iran kernwapens zou krijgen, zullen dan ook andere landen in de regio, zoals Saoedi-Arabië en Egypte niet tot elke prijs hetzelfde willen?

De regering op haar beurt wees er echter op dat het naïef zou zijn te denken dat andere landen onder de indruk zouden raken van een eenzijdige Britse ontwapening. De Britten hebben bovendien hun kernbewapening sinds het einde van de Koude Oorlog al met 70 procent teruggebracht. Tegenwoordig is er nog maar één onderzeeër permanent beschikbaar met maximaal 48 kernkoppen. Ook heeft Blair er op gezinspeeld dat het aantal onderzeeërs van vier tot drie kan worden teruggebracht en dat het aantal kernkoppen verder zou kunnen worden verminderd.

De Britse kernbewapening is altijd een achilleshiel geweest van Labour, een bron van diepe interne verdeeldheid. In de jaren ’80 was de partij zelfs enige tijd officieel voor eenzijdige nucleaire ontwapening. Velen zagen dit standpunt echter als een recept voor verkiezingsnederlagen.

Reden ook voor Blairs vermoedelijke opvolger Brown om zich al in een vroeg stadium te committeren aan de modernisering van de kernwapens. De veiligheid van het land gaat hem ongetwijfeld ter harte maar meer nog wellicht zijn eigen aanzien bij het electoraat. De grote vraag is echter of de Britse kiezers na de Koude Oorlog en na het trauma van Irak nog wel zo zitten te wachten op een eigen kernbewapening.