Bedden als blijvend cadeau

Cas van Kleef (18) reist voor Spunk en Move Your World de wereld rond, door Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Hij krijgt 50 euro per dag en moet daarmee niet alleen zichzelf maar ook mensen in zijn omgeving zien te redden.

Is het voor mij wel mogelijk om echt iets te betekenen voor een straatkind? Het liefst zou ik er eentje in mijn koffer meenemen naar Nederland, maar ik denk niet dat de stewardessen van de KLM daar blij mee zijn. Vanuit mijn hotel in Arusha in Tanzania bel ik een vriend op. Hij zegt dat als ik echt iets voor dakloze jongens wil doen, ik het straatkindercentrum Children for Childrens Future moet helpen. Ik bel en vraag of ik langs mag komen en of ze nog iets nodig hebben. „Ja, we hebben te weinig kookolie. Misschien kunnen jullie een paar liter meenemen.” Deel ik weer voedsel uit.

Odo, de baas van het centrum, heeft een donker brilletje en dankzij polio een slepend been. Het centrum bestaat uit een paar oude, stenen gebouwen. Odo: „Het liefst willen we alle kinderen weer bij hun familie terugplaatsen. Vaak lukt dat niet, omdat de ouders alcoholisten zijn of te arm. In dat geval worden ze in het permanente centrum geplaatst, twee kilometer verderop. De kinderen blijven nooit langer dan een half jaar in dit gebouw.”

Hij vervolgt: „Er is een aantal regels. Er mag geen tabak of marihuana gerookt worden. En lijmsnuiven is ook verboden. En homoseksuele seks mag ook niet.” Ik vraag hem waarom je nooit straatmeisjes ziet. „Meisjes worden eerder opgevangen door families. Iedereen weet dat het gevaarlijker is voor een meisje op straat. En ze worden leuker gevonden dan jongens.”

Odo laat ons elke slaapkamer zien, alsof hij wil benadrukken dat het geen pretje is om hier te slapen. In elke kamer staan steeds drie afgeragde stapelbedden met schuimrubberen matrasjes. „Een aantal bedden is kapot, dus slapen sommige jongens met z’n tweeën in een bed. De matrassen zijn al twintig jaar oud.” In één van de slaapkamers hangt een lap voor het raam. Een jongen ligt op bed en kijkt enigszins betrapt. „Ben je een middagdutje aan het doen?” vraagt Odo. De jongen knikt, maar de blik in zijn ogen wijst daar niet op. Zou soloseks wel geoorloofd zijn?

Ik durf de kamers bijna niet in omdat het lijkt alsof ze elk moment kunnen instorten. De rest van het centrum is ook niet in opperste staat: de zuster heeft geen medicijnen meer, en volgens mij houdt het gemeenschappelijke fornuis het ook niet lang meer. Waar haalt het centrum geld vandaan? „Het contract met een grote sponsor die alles betaalde is net afgelopen. We hebben grote moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Nieuwe kinderen opnemen is onmogelijk. Er zijn nog wel mensen die het schoolgeld voor een bepaald kind betalen. Dat kost zo’n 300 euro per jaar, maar verder hebben we niks.”

Aan het einde van de rondleiding heb ik mijn keuze gemaakt. Ik kan me niet voorstellen dat je met z’n tweeën comfortabel op zo’n rubbermatrasje slaapt. Ik speel met de gedachte om de bedden zelf in elkaar te timmeren, maar een ex-straatkind lijkt me niet echt gebaat bij een hernia. Geld leveren dan maar.

Odo kijkt blij: „We hebben vier bedden nodig, en dat kost niet meer dan 60.000 shilling (40 euro). Het zou fantastisch zijn als je kon helpen.” Odo denkt even na: „Nou, maak er maar 70.000 van.” Ik pak 70.000. „Voor de zekerheid: 80.000.” Het lijkt wel alsof we op een veiling zijn. Het bieden is begonnen! Op zo’n moment ga je niet moeilijk doen over 10 euro meer of minder. Ik geef hem de 80.000. Samen met de kookolie heb ik aan het centrum zo’n 60 euro gegeven. Het is boven mijn budget, maar als ik de komende dagen geen toetjes eet en niet probeer de wereld te verbeteren, zou het goed moeten komen.

Een paar dagen later krijg ik een telefoontje van Odo: De bedden zijn klaar, we kunnen langs de timmerman om ze te bekijken. Bij de timmerman aangekomen zie ik alleen oude planken. Odo stoort zich er niet aan. Hij houdt de planken vast als de foto wordt genomen. Tevreden ben ik niet. Ik baal ervan dat ik geen geld heb om gewoon een jaar schoolgeld voor een kind te betalen.

Gelukkig ziet Odo het zonniger in: „De kinderen zullen je hierdoor herinneren. Je geeft iets blijvends.” Dat klinkt prachtig, maar als ik aan de geruïneerde bedden in het centrum denk, vraag ik me af hoe blijvend mijn cadeau zal zijn.

Zie voor details: www.spunk.nl; Cas van Kleef reist met medefinanciering van Move Your World.