Altijd de angst dat ze breekt

Het Filmhuis Den Haag organiseert een retrospectief met films van de Franse actrice Isabelle Huppert.

„Het is bijna ouderwets hoe zij met haar ogen acteert.”

Craquer. Als er één woord is dat de rollen van de Isabelle Huppert samenvat, dan dit wel. Craquer: scheuren, breken, barsten. De Franse actrice heeft inmiddels bijna honderd films op haar naam staan en in de beroemdste ervan is er altijd wel een moment dat haar personage dreigt te barsten. Haar filmdochter gebruikt het woord om het personage van Huppert in Le temps du loup (Michael Haneke, 2003) te beschrijven. Moeder haar handen beven, schrijft de dochter in een dagboek, en ik moet altijd op mijn woorden letten uit angst dat zij breekt.

Nu kun je het Anne, Hupperts personage in Le temps du loup, moeilijk kwalijk nemen dat ze bijna breekt. Haar man wordt naast haar neergeschoten als ze hun vakantiehuisje binnengaan. In de rest van de film leeft ze met twee jonge kinderen als een vluchteling in een Frankrijk-achtig land dat door een ramp is getroffen. De groep mensen waar ze zich bij aansluiten staat onder hoge druk; elke dag is er wel een kleinere of grotere uitbarsting van geweld. De beschaving die enkele dagen tevoren nog zo vanzelfsprekend was, is onder haar vandaan getrokken en Anne heeft geen innerlijke kracht die haar overeind houdt.

Of wel? Dat is het raadsel en het grote talent van Isabelle Huppert. Je weet het niet. Je weet het nooit. Al sinds haar grote doorbraak in La dentellière (Claude Goretta, 1977) speelt ze breekbare vrouwen. In La dentellière wordt het met zoveel woorden gezegd. Een oudere vriendin waarschuwt het vriendje van Béatrice (Huppert): „Elle est fragile.” Het tragische einde van de film lijkt ondubbelzinnig: dit meisje is gebroken door de lompe François. Maar is het echt zo? Waar komt dan de kracht vandaan in de blik die ze in het allerlaatste shot op ons werpt? Er ligt niet alleen maar kwetsbaarheid in haar ogen.

Haar ogen. Het is bijna ouderwets hoe Isabelle Huppert met haar ogen acteert. Ze rollen verlegen in hun kassen in La dentellière. Ze observeren half geloken wonderlijke vrienden in Loulou. Ze zuigen zich als een bloedzuiger vast aan een nieuwe vriendin in La cérémonie. Ze geselen haar leerlingen in La pianiste. Ze zijn van neptranen doordrenkt in 8 femmes. Ze zoeken in de verte naar een betere toekomst in Nue propriété.

Twaalf keer werd Huppert (Parijs, 1953) genomineerd voor de hoogste Franse filmonderscheiding, de César – ze won hem alleen voor de uitbundige praatgraag in La cérémonie. Alle andere rollen leken misschien wel te introvert om jury’s te overtuigen.

De stille verlegenheid van La dentellière heeft lang aan Huppert gekleefd als een definiërend begrip voor al haar personages. Dat is niet vol te houden. Maar het is, terugkijkend door de zestien films die het retrospectief telt, wel verleidelijk om alle rollen van Huppert te zien als verschijningsvormen van in essentie steeds dezelfde vrouw.

Ze zal zich nooit aanbieden als een ongecompliceerde vakantieliefde – de eeuwige belofte van Franse actrices sinds Brigitte Bardot. Ze is evenmin nukkig – de eeuwige kwelling sinds Jeanne Moreau. Hupperts vrouwen zijn niet zeker van hun zaak. Ze kunnen terugkomen op besluiten, fouten opnieuw begaan, kansen laten liggen. Ze denken er voortdurend over na. Stil. Denkend. Kijkend.

Geen wonder dus ook dat in het centrum van het retrospectief die rol zit waarin Huppert dat andere Franse archetype belichaamt: Emma Bovary, de wankelmoedige vrouw bij uitstek, hebzuchtig en nerveus. Claude Chabrol, door Huppert meestal aangeduid als haar leermeester, filmde Madame Bovary en Isabelle Huppert ís haar. Zo onverschillig en verveeld als ze kijkt, zo diep brandt het verlangen naar opwinding in haar ogen. In één en dezelfde blik.

Michael Haneke, die haar koos voor La pianiste en Le temps du loup, zegt in een interview op de dvd bij die laatste film dat hij geen actrice kent die met zo weinig zoveel kan doen.

Dat beweert Huppert ook zelf altijd over haar spel. Ik doe gewoon wat mij normaal voorkomt, zegt ze. Maar dan blijft nog altijd het raadsel van die ogen en de vraag hoe het komt dat alle boodschappen van de wereld daarin tegelijkertijd te lezen zijn.