Ze noemde een naam. Een Beroemde Sporter

Ik mocht op de foto, in een fotostudio. Terwijl een visagiste bezig was om met haar hele collectie kwasten en verf de wallen onder mijn ogen iets gezelliger te maken, keek ik naar een jongen die gefotografeerd werd.

Het was een gewoon uitziende jongen. Misschien een shoot voor Wehkamp, dacht ik, al had zijn spijkerbroek iets te veel bijzondere naden. En aan de mensen om de jongen heen – het peloton dat bij fotoshoots altijd aanwezig is, dus de fotograaf, de jongen die de fotograaf zijn toestel mag vasthouden, de jongen die de foto’s in de computer mag zetten, het meisje dat poeder op iedereens neus doet en het meisje dat zegt „Doe dat zwarte jurkje maar aan” – merkte ik dat de jongen een beroemdheid was. Er heerste een ingehouden opgewondenheid.

„Wie is dat?”, vroeg ik aan de visagiste. Ze noemde een naam. Een Beroemde Sporter.

De Beroemde Sporter begon erin te komen, het poseren. Hij maakte komische bewegingen, deed iets leuks met zijn haar. Lachte hardop. De sfeer werd uitgelatener. De crew durfde meer. De diverse prestaties van de Beroemde Sporter werden hardop geroemd, vooral door de mannen.

Toen kwamen er drie kleine jongetjes binnen. Fans van de Beroemde Sporter, en, zo bleek, de zoontjes van de fotograaf. Of ze met de Beroemde Sporter op de foto mochten. Dat mocht. Hij ging door zijn knieën en poseerde geduldig. En of de jongetjes hun shirts mochten laten signeren. Dat mocht ook. En of de jongetjes de printjes van de foto mochten laten signeren. Mocht ook.

Toen durfde iedereen. De assistent van de fotograaf wilde ook een handtekening, op dit stukje papier hier. En de styliste had een vriendin die fan was van de Beroemde Sporter. Had hij ook iets voor haar? En de fotograaf wilde ook handtekeningen op allerlei foto’s.

Toen de Beroemde Sporter weg was, ging het gesprek nog lang door. Wat een aardige jongen hij was. En hoe naturel. En hoe knap, eigenlijk. En hoe gewoon. En – dit was een compliment – hoe niet-sporterachtig. En hoe leuk het was dat hij met de kinderen op de foto was geweest.

„Hij kon natuurlijk geen nee zeggen”, zei iemand ineens. „Toen die kinderen hier binnenmarcheerden. En wij hem om handtekeningen gingen vragen.” Even was iedereen stil. De styliste sprak de verlossende woorden. „Néé. Dat vond hij hártstikke leuk!” En daar was iedereen het roerend mee eens.