Van radicale plannen zakt de zeespiegel niet

De CO2-uitstoot moet over dertien jaar 20 procent lager zijn dan in 1990.

Dit ultra-ambitieuze plan schreeuwt om een ultra-ambitieuze uitwerking.

Het bedrijfsleven roert zich de laatste tijd als pleitbezorger van rigoureuze milieumaatregelen. Voorbeelden zijn de brief van vaderlandse bedrijfskopstukken, een vraaggesprek met Shell-topman Rein Willems en een opiniebijdrage van Shell-opperhoofd Jeroen van der Veer. In het voetspoor van Al Gore en vooruitlopend op de recente IPCC-klimaatrapportage luidden zij de noodklok.

De roep om radicaal milieubeleid is begrijpelijk: het klimaat verandert razendsnel, gas en olie raken op en plant- en diersoorten sterven in ongekend hoog tempo uit. De versnelling is enorm, doordat de vervuilende westerlingen gezelschap hebben gekregen van miljarden olielustige Aziatische medewereldburgers.

Een déjà-vugevoel valt niet te onderdrukken. Sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw zwelt de discussie over naderende milieurampen en de noodzaak van drastisch ingrijpen periodiek aan. Het resultaat van deze opwinding is vrijwel altijd een serie ultra-ambitieuze doelstellingen van belangrijke kopstukken en organen. Deze keer hebben de Europese regeringsleiders laten weten dat de uitstoot van CO2 in 2020 met 20 procent gedaald moet zijn ten opzichte van 1990.

De geschiedenis heeft echter geleerd dat het uitroepen van onhaalbare doelstellingen louter tot teleurstellingen leidt. Dat komt omdat radicale doelen niet worden gekoppeld aan radicaal beleid. Wat ook niet helpt, is dat iedereen de nationale concurrentiepositie scherp in het oog houdt. Zo schreeuwde Schiphol moord en brand vanwege het kabinetsvoornemen om een bescheiden milieuheffinkje op vliegen in te voeren. Omdat niemand voor de troepen uit wil lopen, prutst iedereen gezellig door in de achterhoede.

Helaas blijft het energiebeleid ook in Nederland ver achter bij alle gedeclameerde ambities. Van de 500 miljoen euro extra over vier jaar, zoals in het nieuwe coalitieakkoord staat gemeld, kunnen geen wonderen worden verwacht. De doorrekening van de kabinetsplannen door het Milieu- en Natuurplanbureau maakt dat overduidelijk. Het is hooguit een mooi begin dat om een krachtdadig vervolg vraagt. De enige oplossing is een mondiaal pakket van maatregelen die direct ingrijpen op het gedrag van consumenten en producenten.

1 Het belastingstelsel moet volledig op zijn kop worden gezet. Jammer voor de leden van de BOVAG en voor Schiphol, maar de kosten van de milieueffecten van diensten en producten dienen volledig in de prijzen tot uitdrukking te komen.

Tegelijkertijd kan de belasting op arbeid en milieuvriendelijkheid omlaag – hier en daar misschien zelfs naar nul. Het doel is niet om de totale belastingdruk op te schroeven, maar om de verdeling van deze druk correct de milieueffecten van wat wordt belast, te laten weerspiegelen. De aanpassingen van het gedrag van bedrijven en consumenten komen vervolgens vanzelf tot stand. Zo zit het menselijke prikkelsysteem nu eenmaal in elkaar.

2 De publieke investeringen in duurzaamheid moeten worden verveelvoudigd. De hoopvolle blik in de richting van het bedrijfsleven is van een verbluffende naïviteit. Bedrijven zijn geen filantropen. De productie van publieke goederen moet via het publieke domein worden georganiseerd. Niet alleen kan met behulp van een drastische verhoging van de publieke investeringen het beoogde budget worden gehaald, maar daarnaast zullen de vruchten van deze investeringen publiek eigendom zijn zodat iedereen ervan kan profiteren.

3Maatschappelijk verantwoord ondernemen moet van zijn vrijblijvende status worden afgeholpen, en zou voortaan een plicht moeten zijn. Dat betekent dat de spelregels in het bedrijfsleven moeten worden omgebouwd. Geïntegreerde jaarverslagen moeten verplicht worden gemaakt, inclusief de rapportage van een reeks vaste milieukengetallen. De eindverantwoordelijkheid voor de milieuportefeuille zou in handen moeten liggen van de voorzitter van de Raad van Bestuur. In de Raad van Commissarissen zou ten minste één milieucommissaris zitting moeten hebben. Milieuorganisaties moeten een stem krijgen tijdens een jaarlijkse Vergadering van Belanghebbenden.

De EU heeft ambitieuze doelstellingen gelanceerd. Europa is groot genoeg om een eigenwijze koers te varen. Het Nederlandse coalitieakkoord is direct bij het begin van de rit aan een radicale bijstelling toe.

Arjen van Witteloostuijn is hoogleraar economie aan de Universiteit van Antwerpen. Siegwart Lindenberg, Ton Schoot Uiterkamp en Linda Steg zijn verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen als hoogleraar sociologie, hoogleraar milieukunde, respectievelijk universitair docent psychologie.

Lees op nrc.nl/hoofdartikelen het commentaar ‘Europa, het klimaat en verzande ambities’ over de plannen van de Europese Unie.