Spoeddebat

Indien de regeling der werkzaamheden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal het spannendste parlementaire debat wordt, is er reden tot zorg. Immers, de ‘regeling’ hoort niet meer te zijn dan een korte woordenwisseling over de vaststelling van de agenda.

Vorige week donderdag ontaardde dit formele moment in een moesjawara tussen fractiesecretarissen. De aanleiding was de aanvraag van een drietal spoeddebatten door de fractie van de Partij voor de Vrijheid van Wilders en de VVD. Dat feit op zich leidde niet tot discussie, maar omdat de VVD-fractie Wilders steunde, kon de Kamervoorzitter niets anders doen dan de spoeddebatten toestaan. De zogeheten dertigledenregel, die werd ingevoerd om de oppositiepartijen in de Kamer meer mogelijkheden te bieden het kabinet aan de tand te voelen, heeft al vaker tot ongemak geleid. De Commissie voor de Werkwijze wil nu praten over een rem op de neiging van sommige fracties om debatten aan te vragen over allerlei kwesties die weliswaar gevoelig zijn, maar die niet leiden tot een oplossing. Toenmalig minister Donner (Justitie, CDA) moest zo vaak in de Kamer verschijnen naar aanleiding van ontsnapte tbs’ers dat hij de Kamervoorzitter verzocht maar een bed voor hem te installeren in het parlementsgebouw.

Behalve om de minderheid in de Kamer de ruimte te geven, was de invoering van de regel om met steun van dertig leden de aanvraag van een spoeddebat te honoreren, door toenmalig Kamervoorzitter Weisglas ook bedoeld ter verlevendiging van de Kamerdebatten en om deze „dichter bij de burger te brengen”. Het effect was echter averechts: de Kamer leek vaak op een klankkast van de nationale emotie.

Het optreden van de PVV-fractie maakt de kwestie van deze interne orderegels van de Kamer weer actueel. Wilders heeft zelf aangegeven dat wat hem betreft „alles is geoorloofd”. Daarmee verklaarde hij het reglement van orde van de Tweede Kamer niet van toepassing op zijn eigen optreden. De andere fracties in de Tweede Kamer hebben er moeite mee hun houding te bepalen tegenover dit fenomeen. Men aarzelt tussen het bestrijden van vuur met vuur – GroenLinks-fractievoorzitter Halsema verklaarde Wilders „rauw te lusten” – en meegaan in de hoop daar zelf beter van te worden. Dat laatste gold vorige week voor de fractie van de VVD.

De naleving van het reglement van orde kan niet worden afgedwongen. Het heeft voornamelijk politieke betekenis en indien er problemen zijn, vragen deze om een politieke oplossing. Fracties zullen in het licht van het algemeen belang hun houding moeten bepalen en niet hun oor moeten laten hangen naar de geluiden van het radioprogramma Stand.nl.

Het is te vroeg om te concluderen dat het optreden van Wilders, die zoveel mogelijk ophef wil veroorzaken, leidt tot een algemene verruwing van de Kamerzeden. Gisteren strandde in ieder geval de poging van de PVV om wederom een spoeddebat aan te vragen. Het afremmen van het misbruik van de dertigledenregel is eerder een kwestie van zelfdiscipline dan aanscherpen van regels. Zonder steun van andere fracties komt de PVV niet aan dertig stemmen. Het is niet goed de rechten van de oppositie in te perken.