Segregatie op basisscholen grote steden

De helft van de 31 grootste gemeenten van Nederland heeft basisscholen die geen afspiegeling vormen van de wijk waarin ze staan. Deze scholen zijn relatief te wit of te zwart.

Dat blijkt uit een enquête van Forum, het instituut voor multiculturele ontwikkeling, onder de grootste gemeenten (G31) – de gemeenten die onder het grotestedenbeleid van het Rijk vallen. De respons op de enquête, waarvan de resultaten vanmiddag zijn gepresenteerd, was 100 procent.

Forum definieert een school als te wit of te zwart als de leerlingenpopulatie op een school gemiddeld meer dan 10 procent witter of zwarter is dan de populatie van de wijk waarin de school staat.

De te witte en te zwarte scholen staan voornamelijk in de Randstad en in Noord-Brabant. In Amsterdam is een kwart van de basisscholen geen afspiegeling van de wijk: 42 scholen zijn te wit, 13 te zwart. Rotterdam heeft 60 te witte en 36 te zwarte scholen. Ook steden als Dordrecht en Amersfoort kampen met veel scholen die geen afspiegeling zijn van de wijk.

Sinds kort zijn gemeenten en scholen verplicht om met elkaar in dialoog te gaan om niet-vrijblijvende afspraken te maken over het bestrijden van segregatie, maar veel geënquêteerde gemeenten zeggen weinig heil te zien in deze gesprekken. Het grootste bezwaar van gemeenten is dat ze van mening zijn dat ze scholen toch niet kunnen dwingen om maatregelen te nemen tegen segregatie.

Momenteel verschilt het per gemeente of er beleid is om zwarte en witte leerlingen beter over scholen te spreiden. Van de zestien ondervraagde gemeenten die zeggen dat ze een segregatieprobleem hebben, voeren er vijf geen spreidingsbeleid. Zo zegt de gemeente Den Haag dat er voor zo’n beleid geen draagvlak bestaat onder schoolbesturen. Wel overlegt Den Haag al jaren met schoolbesturen over het thema.

Forum adviseert gemeenten onder meer om meer ondersteuning te bieden aan ouders die zelf het initiatief nemen om scholen beter te laten mengen. Doordat ouders vrije schoolkeuze hebben, zo constateert het rapport, hebben zij als enige „een beslissende stem” in het tegengaan van segregatie.