Raad van Europa hekelt Rusland wegens martelingen in Tsjetsjenië

Voor de derde keer in zes jaar is Rusland gisteren door de Raad van Europa gekapitteld over het mishandelen van gedetineerden in Tsjetsjenië. Gisteren publiceerde het Europese Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatement or Punishment (CPT) een rapport waaruit blijkt dat Rusland niet meewerkt met de controleurs van de Raad en eerdere aanbevelingen negeert.

Het CPT is een reizend panel van onafhankelijke deskundigen dat in alle lidstaten van de Raad onverwachts gevangenissen, politiebureaus en andere instellingen inspecteert waar burgers door de staat worden vastgehouden. Onderzoeken en rapportage zijn altijd vertrouwelijk, tenzij de lidstaat instemt met publicatie.

Volgens het rapport maken Russische politie- en veiligheidsfunctionarissen zich in Tsjetsjenië nog steeds schuldig aan marteling, mishandeling en ongeoorloofd opsluiten van burgers. Onderzoek naar klachten is zo gebrekkig dat sprake is van een ‘cultuur van straffeloosheid’ voor daders.

Het CPT mag zelf tot publicatie van een rapport beslissen als de lidstaat het onderzoek saboteert of bevindingen niet uitvoert. Deze vorm van publicatie is de enige sanctie die het Verdrag ter voorkoming van foltering kent.

De commissie beklaagt zich over het volledige gebrek aan medewerking van de Russische autoriteiten. Wel wordt vastgesteld dat de fysieke omstandigheden waaronder burgers worden opgesloten na de vorige inspecties duidelijk is verbeterd. Maar in de bezochte delen van Tsjetsjenië constateerde het CPT dat iedere verdachte die niet snel bekende er op kon rekenen uitgebreid te worden geslagen, verstikt met een plastic zak of gasmasker, gepijnigd met elektrische schokken, brandende sigaretten of aanstekers of te worden opgehangen aan armen of benen. De informatie werd verstrekt door gedetineerden die niet ‘zichtbaar bang’ waren.

CPT-oordeel op www.cpt.coe.int/en/