Pas op, dit artikel kan schadelijk zijn

Een gezinsdrama waarbij een vader zichzelf en zijn kinderen doodde krijgt vrijwel overal veel aandacht.

Welke afwegingen worden er op redacties gemaakt?

De redactie van Nova belde gisterochtend naar de redactie van nrc.next. Waarom had de krant het nieuws over het familiedrama in Haarlem zo klein gebracht? Een kort, droog bericht op pagina 3. Terwijl De Telegraaf dezelfde ochtend op de voorpagina tot in detail beschreef hoe een vader eerst zijn schoonmoeder vermoordde en toen zichzelf en „zijn hevig tegenstribbelende kinderen” voor de trein gooide.

Had nrc.next zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid genomen en dáárom terughoudend bericht? En wilde iemand van de redactie daar dan op tv over komen vertellen? Immers: volgens deskundigen leidt berichtgeving over zelfmoord en familiedrama’s tot meer zelfmoorden en familiedrama’s. Dat is wetenschappelijk bewezen, „vooral als er gedetailleerd wordt bericht”, aldus hoogleraar suïcidepreventie Ad Kerkhof. Hij was diezelfde dinsdagmorgen uitgebreid geciteerd in de Volkskrant. De krant bracht zijn verhaal, en dat van andere deskundigen die reageerden op het drama in Haarlem, bovenin de voorpagina onder de kop ‘Media zouden terughoudender moeten berichten over zelfmoord om imitatie te voorkomen’.

De Volkskrant en Nova waren niet de enige die deze vraag stelden. In verschillende radio- en tv-programma’s, op websites én op redacties zelf was debat. Hoe bericht je over een menselijk drama als in Haarlem? Wat waren de afwegingen? En in ons geval: is dát niet een verhaal voor de krant van morgen?

Plaatsvervangend chef Titia Ketelaar leidde maandagavond de productie van de nrc.next van dinsdag. „Dit nieuws, hoe vreselijk ook, was in honderd woorden te vertellen en dat was genoeg. Het vermelden van gruwelijke details voegde niets toe”, zegt zij. „En meer aandacht was ook niet nodig, want het ging om een incident.” Bij de beoordeling van nieuws kijkt nrc.next naar context en betekenis. „Staat het verhaal voor méér? Zegt het iets over Nederland?”

Diezelfde afweging werd de volgende morgen gemaakt bij NRC Handelsblad. „We brengen dit in een bericht binnenin, neem ik aan?”, informeerde hoofdredacteur Birgit Donker om kwart voor negen bij de ochtendvergadering. Het ging hier, zegt zij achteraf, „om een groot, persoonlijk drama, maar niet om groot nieuws”. Net als bij zelfmoorden op het spoor. Daarvan zijn er jaarlijks meer dan tweehonderd en daar berichten we niet meer over. Tenzij er misschien ineens drie tegelijk gebeuren en het hele treinverkeer stilligt. Uiteindelijk bracht NRC Handelsblad ‘Haarlem’ gisteravond klein op pagina 3: „Man doodt zichzelf en zijn kinderen.”

Speelde maatschappelijke verantwoordelijkheid – het voorkomen van meer drama's door over dit drama klein te berichten – dan geen rol? Marcella Breedeveld: chef van de Binnenlandredactie: „Natuurlijk betrek je eventuele gevolgen in je afweging, maar onze journalistieke taak staat voorop. Onze verantwoordelijkheid is: de lezer informeren en de macht controleren.”

Waarom dan niet wat meer details over wat zich precies afspeelde op de spoorwegovergang? Bij ons, zegt Breedeveld, „moet meer ook écht meer zijn. We zoeken geen sensatie. Geen ooggetuigenverslagen of gesprekken met de buren. Het gaat om relevantie.” Aan de dood van het meisje Savannah in 2005 heeft de krant uiteindelijk wel veel ruimte besteed, maar pas toen bleek dat Jeugdzorg het gezin al lang in de gaten hield maar niet was opgetreden. Er zat dus structureel iets fout. Breedeveld: „Toen ging dáár de discussie over.”

Bij De Telegraaf was Harrie Nijen Twilhaar een van de verslaggevers die in detail berichtte over het Haarlemse familiedrama. Het ging ons, zegt hij, „om de impact”. Nijen Twilhaar: „Iedereen heeft het hier over. Wij proberen dat op een voor ons verantwoorde manier te brengen. We kijken naar de achtergrond van het drama: wat was er met dat gezin aan de hand? Hoe heeft het zover kunnen komen? Dit soort nieuws staat dichtbij de lezer.”

De Volkskrant heeft met het stuk op de voorpagina „een mix gezocht tussen duiden en de lezer getuige laten zijn”, zegt hoofdredacteur Pieter Broertjes. „Mensen praten hierover, ze zijn ontzet. Dat moet je als medium durven laten zien.” Omdat de redactie rekening houdt met de ‘imitatietheorie’ is de krant terughoudend met details.

En wat gebeurde er op televisie? Maandagavond was het drama in Haarlem groot nieuws op de meeste zenders. Het NOS-Journaal liet een ooggetuige aan het woord die in detail vertelde hoe de vader zijn auto parkeerde bij de spoorwegovergang en met aan elke hand een kind naar het spoor liep. Later op de avond bracht Pauw & Witteman een machinist die negen zelfdodingen voor de trein had meegemaakt. Desgevraagd vertelde hij hoe zo’n zelfdoding gaat.

„Hoe schadelijk is het dat we het er hier over hebben?”, vroeg Nova-presentatrice Clairie Polak diezelfde avond aan hoogleraar forensische psychiatrie Hjalmar van Marle. „Schadelijk”, was zijn antwoord, „en daarom beperk ik me ook tot deze ene uitzending.” De hoogleraar was door diverse media benaderd om zijn mening te geven over het familiedrama. Hij weigerde de meeste. Van Marle achteraf: „Niet alleen de media staan voor een dilemma, als deskundige sta je dat ook. Je wilt graag vertellen hoe het zit, maar zonder er sensatie van te maken. Hoe meer details je geeft, hoe makkelijker mensen er een voorbeeld aan kunnen nemen. Er lopen altijd wel een paar dolende geesten rond die denken: zo kan ik dus mijn vrouw de les lezen en mijn kinderen krijgen nog een stille tocht ook.”

Na het verschijnen van de ochtendkranten kwamen de eerste pleidooien voor mediastilte. De directeur van de organisatie Slachtofferhulp, Jaap Smit, gisteren in het Radio-1 journaal: „Pers, stel je terughoudend op! We hebben inmiddels tien Nederlandse televisiezenders. Als je niet uitkijkt staan er straks tien cameraploegen bij lagere scholen. Laat die mensen met rust. Vertel mij als burger wat ik moet weten, namelijk dat er zich een drama heeft afgespeeld, maar hou het daarbij. Beperk je tot je informatieplicht en werp een dam op voor jezelf. Waarom moet ik weten waar die kinderen op school hebben gezeten? Waarom moet ik weten wat hun laatste tekening was? Waarom moet ik weten wat de buren ervan vinden? Dat gaat mij allemaal geen bal aan!” Hij opperde dat de verschillende omroepen voortaan bij dit soort nieuwsfeiten één gezamenlijke ploeg sturen. „Bij (een interview met) de koningin kan het ook.”

Gisteravond stemden bezoekers op verschillende websites inmiddels met zo’n 80 tegen 20 procent vóór stellingen als ‘Media moeten zich terughoudender opstellen bij familiedrama’s’. Ook op www.nrc.nl/discussie. Daar vond 48 procent dat media minder aandacht moeten besteden aan familiedrama’s omdat ‘het nieuwe drama's uitlokt’, 23 procent wilde minder aandacht omdat het ‘onbelangrijk nieuws is’. 27 procent was het oneens met de stelling.

Hebben de media het gedaan?

Mediasocioloog Peter Vasterman waarschuwt tegen te snelle conclusies. „Het is te makkelijk om te praten over een besmettingseffect door de media. Tien jaar geleden was er een oproep om mediastilte over familiedrama’s. Er werd minder over geschreven. Maar de drama’s gingen gewoon door. De media zijn het meest zichtbaar en dus ligt het voor de hand om te zeggen: daar komt het door. Maar dit soort drama’s zijn er altijd geweest, media of niet. En elk drama verschilt van het vorige. Ikzelf ben niet voor sensationele berichtgeving met veel details. Maar dan vanuit piëteit met de nabestaanden.”