Oppervlakkige klucht over diamantrover Dennis P.

Dennis P. Regie: Pieter Kuijpers. Met: Edo Brunner, Nadja Hüpscher, Willeke van Ammelrooy. In: 31 bioscopen.

Toen sorteerder Dennis P. in 2000 zijn grote slag had geslagen en het gebouw van Gassan Diamonds in Amsterdam was uitgewandeld met een kartonnen doos vol diamanten, een doos waar volgens het opschrift een magnetronoven in zat, moest iedereen er een beetje om lachen. Dit was dan onze great train robbery, dit was onze Ronnie Biggs. Zelfs de grootste misdaden lijken hier altijd sullig en volstrekt onschadelijk. Meer om te lachen dan om van te schrikken.

Dat was de eerste gedachte.

Naar die eerste gedachte is regisseur Pieter Kuijpers gaan werken aan zijn vierde speelfilm. De eerste twee had hij ook al ontleend aan de Nederlandse actualiteit: de Bende van Venlo in Van god los en de gijzelaar van de Rembrandttoren in de telefilm Off Screen. Kuijpers houdt het tempo erin en dat valt te prijzen in een filmklimaat dat doortrokken is van gezapig wachten op het fiat van subsidiegevers.

Maar het zou mooi zijn als hij voor zijn volgende film nog een tweede of misschien zelfs een derde gedachte ontwikkelt. Dennis P. lijdt namelijk aan een schrijnend gebrek aan intelligentie, waar zelfs een klucht toch behoefte aan heeft. Dennis wordt door Edo Brunner en het scenario neergezet als een zwetende dikkerd met schreeuwerige kleren en een klein hartje.

Uit vrees dat we dat niet zien ondanks het kinderspel van Brunner (schrikken als je bang bent, lachen als je blij bent) spreekt Dennis in voice over nog een aantal verduidelijkende zinnen uit. Alles opgevrolijkt door toet-toet-boink-boink muziek. Het mankeert er nog aan dat de film iets versneld wordt afgedraaid, als een one-reel stomme film.

Alles wat komisch is, wordt komisch in beeld gebracht. Alles wat spanning is, wordt met de beproefde middelen van de suspense gefilmd door cameraman Bert Pot die dat mooi kan.

Maar een klucht wordt niet om te lachen door vrolijke kleuren of gekke gezichten. Integendeel. Het is moeilijk om naar Edwin de Vries en John Leddy te kijken zonder tenenkramp. Het is hun schuld niet. Zo koddig móchten ze spelen.

Twee actrices onttrekken zich aan de algehele oppervlakkigheid. Nadja Hüpscher speelt de naïeve schootdanseres Tiffany (‘Tiff’) met een intrigerende hardheid en Willeke van Ammelrooy weet als Dennis’ moeder liefde met wantrouwen te vervlechten.