‘Ook China weigert geen onderdanen’

IND is klantvriendelijker geworden, stelt directeur Peter Veld, die het jaarverslag presenteerde. Maar vreemdelingen terugsturen blijft lastig.

Sheila Kamerman

Over een mogelijk generaal pardon voor een bepaalde groep asielzoekers, wil Peter Veld, directeur van de immigratie- en naturalisatiedienst (IND) het liever niet hebben. „Dat is een politieke beslissing”. Wel is het zo, zegt hij, dat de IND uitgeprocedeerde asielzoekers die naar alle waarschijnlijkheid onder een generaal pardon zullen vallen, met rust laat. Dat zijn mensen die onder de oude vreemdelingenwet van voor 2001 asiel hebben aangevraagd, altijd in Nederland bleven en geen criminele antecedenten hebben.

In het vanmorgen gepresenteerde jaarverslag van de IND over 2006 gaat het dan ook niet over die groep. Het gaat over alle vreemdelingen die Nederland in 2006 binnen wilden komen, of het nu om werk, studie, gezinshereniging of een asielverzoek ging. Het gaat ook over de mensen die al ín Nederland waren, en graag wilden blijven. En om hen die eigenlijk zouden moeten vertrekken. De IND, zo blijkt uit het jaarverslag, kon die mensen in 2006 veel beter van dienst zijn dan in de jaren daarvoor.

Waarom bent u toch zo tevreden?

„Na vele jaren van grote achterstanden, zien we in 2006 de eerste resultaten van de vernieuwde IND. Het aantal klachten is met 25 procent verminderd en we kunnen bij onder meer asielaanvragen veel sneller beslissen.”

Hoe snel?

„We hebben twee procedures. Over veertig procent van de aanvragen wordt binnen 48 uur, in praktijk vijf werkdagen, een beslissing genomen. Aanvragen die meer tijd vergen, moeten we binnen een half jaar afhandelen. Bij negentig procent van de aanvragen lukt het om binnen die termijnen te blijven. Een mooie score.

Er was nogal wat kritiek op de 48-uurs procedure, die zou niet zorgvuldig genoeg zijn.”

„We zijn bezig die procedure te verbeteren zodat die eventueel langer kan worden als nodig, maar niet per se een half jaar.”

En als mensen geen recht hebben op verblijf, zijn ze nog niet weg. Meestal gaan ze in beroep?

„Ze kunnen in beroep bij de rechter. Asielzoekers doen dat meestal. Dat begrijpen we, voor hen hangt er veel vanaf. De kunst is om te zorgen dat de rechter zo veel mogelijk beslissingen van de IND intact laat. In 2006 was dat in 85 procent van de beslissingen het geval.”

En gaan die mensen dan ook daadwerkelijk terug?

„Het is voor het laatst dat u mij over terugkeer kunt vragen. We hebben nu de nieuwe dienst Terugkeer & Vertrek, een samenwerking van de IND, de vreemdelingenpolitie en de marechaussee. Zij moeten ervoor zorgen dat terugkeer soepeler verloopt.”

Want het verloopt niet zo soepel?

„Terugkeer naar het land van herkomst is niet altijd makkelijk.”

Verschillende landen, zoals China bijvoorbeeld, staan niet te springen hun onderdanen terug te nemen.

„Als de autoriteiten van een bepaald land iemand niet kunnen terugvinden in hun administratie, dan verstrekken ze geen inreispapieren. Ligt het dan aan het land of aan de vreemdeling? Sommige vreemdelingen verstrekken niet de juiste persoonsgegevens omdat ze denken dat ze daarmee verblijf in Nederland kunnen afdwingen. Aan ons de taak om achter de juiste gegevens te komen. Er zijn mij geen landen bekend die structureel weigeren onderdanen terug te nemen. Ook China niet.”

Probleem is hoe dan ook dat ze dan soms maanden in vreemdelingen bewaring zitten.

„Niet alle uitgeprocedeerde asielzoekers zitten in vreemdelingenbewaring. Alleen diegenen waarvan we vrezen dat ze in de illegaliteit verdwijnen.”

In 2006 vertrokken 900 asielzoekers gedwongen, 1.550 deden dat vrijwillig. 7.750 zijn enkel administratief vertrokken. Wat betekent dat?

„Dat betekent dat betrokkene niet wordt aangetroffen op de plaats waar je hem zou verwachten.”

Ze zijn illegaal geworden?

„Dat kan je niet zo stellen. Ze zijn weg, verder weten we niets.”