Onberispelijke aanklagers toch ontslagen

In een ontluikend schandaal rond het ontslag van acht federale aanklagers raakt de positie van de minister van Justitie Alberto Gonzales steeds verder in gevaar.

De aanklacht tegen Kyle ‘Dusty’ Foggo, tot vorig jaar de derde man van de CIA, krijgt de laatste tijd nauwelijks aandacht. De feiten zijn niettemin spectaculair: vorige maand werd Foggo, een geheim agent die onder de regering-Bush opklom tot de hoogste rangen van de CIA, in staat van beschuldiging gesteld wegens fraude en witwassen. Hij zou giften hebben aangenomen van een defensielobbyist die zaken deed met de CIA.

In de jaren negentig was Foggo – bolknak in de mondhoek – een vaste gast op pokeravondjes met prostituees in het Watergate-complex in Washington, onthulde The Wall Street Journal vorig jaar. De avondjes waren belegd door zijn boezemvriend, defensielobbyist Howard Wilkes.

Wilkes werd in 2006 ontmaskerd als de omkoper van Randy ‘Duke’ Cunningham, een Congreslid uit Californië dat vorig jaar acht jaar cel kreeg voor het aannemen van Wilkes’ steekpenningen. De zaak was de eerste in een reeks corruptieaffaires met Republikeinen in de hoofdrol.

Dat de jongste wending in dat onderzoek, de aanklacht tegen Foggo, zo weinig aandacht krijgt, heeft een eenvoudige oorzaak: de aanklager is van haar functie ontheven. Carol Lam uit San Diego, die ook werkte aan onderzoeken naar twee andere prominente Republikeinen, kreeg december vorig jaar met zes andere federale aanklagers ontslag aangezegd van minister van Justitie Alberto Gonzales. Tot medio februari mocht ze lopende zaken afhandelen. En bij wijze van milde wraak deed ze twee dagen voor haar vertrek de dagvaarding van Foggo uit – die sindsdien onbehandeld op de stapel ligt.

Over de oorzaken van de zeven ontslagen lopen de verklaringen uiteen. In eerste instantie zei Gonzales dat de aanklagers onvoldoende presteerden. Maar een stroom onthullingen toonde de afgelopen week aan dat de meeste aanklagers een onberispelijke staat van dienst hebben. Verder blijkt dat het Witte Huis al twee jaar bij de zaak is betrokken: vertrouwelingen van president George W. Bush, topstrateeg Karl Rove en zijn voormalige juridisch adviseur Harriet Miers (die in januari al terugtrad), hebben intensieve bemoeienis met de ontslagen gehad.

Twee hoge justitieambtenaren, onder wie de stafchef van Gonzales, zijn al afgetreden. En Gonzales zelf – een andere vertrouweling van Bush – staat onder groeiende druk hetzelfde te doen. De leidende Republikein van de justitiecommissie in het Huis, James Sensenbrenner, dreigde vorige week dat de minister „in duizend stukken” zou worden gesneden als hij niet met een geloofwaardige lezing voor de ontslagen zou komen. The Wall Street Journal, doorgaans een steunpilaar van Bush, oordeelde maandag in het hoofdartikel al dat Gonzales’ vertrek waarschijnlijk maar het beste is.

De minister gaf gisteren voor het eerst toe dat er fouten zijn gemaakt. Zijn medewerkers hebben, zei hij, tegen het Congres onterecht de indruk gewekt dat de ontslagen alleen om incompetentie draaiden. Gonzales noemde het „zorgelijk” dat het Congres onvolledig was geïnformeerd maar maakte duidelijk dat hij niet denkt aan aftreden. „Ik aanvaard de verantwoordelijkheid.”

Na de schuldbekentenis namen de speculaties over zijn mogelijke ontslag slechts toe. Via een woordvoerder zei Bush vertrouwen in Gonzales te houden. Maar Congresleden van beide partijen bleven hem achtervolgen. „We zijn bedrogen”, zei de Republikeinse afgevaardigde Darrel Issa uit Californië.

De ironie is dat Gonzales noch Bush met de ontslagen hun bevoegdheden te buiten zijn gegaan. Federale aanklagers zijn in de VS politieke benoemingen. De president mengt zich niet in concrete strafzaken maar het staat hem vrij aanklagers te vragen zijn beleid uit te voeren. En als hij daarover ontevreden is, kan hij de aanklagers op elk denkbaar moment ontslaan. Aanhangers van Bush wezen er de laatste dagen op dat Bill Clintons minister van Justitie, Janet Reno, alle 93 federale aanklagers in het land ontsloeg op het moment dat zij aantrad.

Een zelfde voornemen blijkt trouwens de basis te zijn geweest voor de huidige crisis: uit gelekte memo’s blijkt dat Bush’ juridisch adviseur Miers in 2005 ook alle aanklagers wilde ontslaan. Gonzales vond dat een te vergaand idee. Zodoende werd ruim een jaar overlegd over een tussenoplossing, waarbij eind vorig jaar de keuze viel op vervanging van de aanklagers.

De geloofwaardigheid van de regering is – behalve door de onjuiste verklaringen tegenover het Congres – vooral aangetast omdat over een aantal aanklagers nu wel duidelijk is dat ze oneigenlijk de laan uit zijn gestuurd. Zo moest de aanklager van Arkansas, Bud Cummins, vertrekken omdat een loyale medewerker van Karl Rove, die aan een baantje moest worden geholpen, zijn oog op de functie van Cummins had laten vallen. En David Iglesias, aanklager in New Mexico, ging niet in op verzoeken van twee Republikeinse Congresleden vlak voor de verkiezingen werk te maken van mogelijke stembusfraude door Democraten: het kostte hem zijn baan.

Op die manier is er zoveel argwaan gewekt dat er nu vraagtekens achter het ontslag van elke aanklager staan. Het Congres zal ze vermoedelijk stuk voor stuk in onderzoek nemen. Ook het vertrek van Carol Lam, de aanklager van ex-CIA-topman Kyle ‘Dusty’ Foggo. Gisteren bleek dat de formele grond voor haar ontslag was dat ze te weinig strafzaken over illegale immigratie en geweldsmisdrijven voor de rechter bracht. Maar Arlen Specter, de belangrijkste Republikeins in de justitiecommissie van de Senaat, liet doorschemeren dat hij het niet langer gelooft. „Stond ze misschien op het punt andere mensen te vervolgen die politiek machtig zijn?”