Mooi, maar saai Fins kinderleed

Of het nou iets zegt over het productievolume van de Finse filmwereld, of de kwaliteiten van regisseur Klaus Härö, feit is dat de twee speelfilms die hij regisseerde allebei meedongen naar een nominatie voor de Oscar voor Beste Buitenlandse film. Zo ook het Tweede-Wereldoorlogdrama Mother of Mine (Äideistä parhain). Het is een uiterst degelijk, uiterst vakkundig, mooi en rustig verteld verhaal over één van de 70.000 kinderen die in de Tweede Wereldoorlog vanuit Finland naar het neutrale Zweden werd geëvacueerd. Maar saai en langdradig is het ook. Misschien wel doordat Härö zijn uiterste best doet om vooral geen historische evaluatie van deze vergeten episode uit de geschiedenis van zijn land te geven. Finland collaboreerde met Duitsland tegen de Sovjet-Unie - dit omdat de Russen in de winter 1939 Finland waren binnengevallen. Zonder dat te weten snap je nauwelijks waarom het zo erg is dat de moeder van de hoofdpersoon nadat zijn vader door toedoen van de Russen is omgekomen haar kind `inruilt` voor een Duitse officier. Maar Härö gaat het louter om het kinderleed. Onze ogen en oren worden gevormd door de negenjarige Eero, die verscheurd wordt tussen twee moeders, twee landen, twee talen. Twee moeders hebben is net zoiets als geen moeder hebben, ontdekt hij. Vandaar dat met de oorlog ook Eero`s leven wel afgelopen leek. Die vertelagenda van Mother of Mine wordt al in de openingsscènes van de film blootgelegd. De voorspelbare flashbacks doen de rest. De scènes in het ontheemde heden (Eero heeft nooit meer goed intieme relaties kunnen aangaan) zijn in zwart-wit gedraaid. Het verleden in van die esthetisch ontkleurde herfstige tinten die in een oogopslag vertellen dat dit geen zonnig verhaal mag zijn.

Mother of Mine (Äideistä parhain). Regie: Klaus Härö. Met: Topi Majaniemi, Maria Lundqvist, Esko Salminen, Aino-Maija Tikkanen. In: Ketelhuis, Amsterdam; Filmhuis, Arnhem; Lantaren/Venster, Rotterdam; Louis Hartlooper, Utrecht.