Migranten worden vaker Nederlander

Het aantal migranten dat de Nederlandse nationaliteit wil krijgen, is vorig jaar toegenomen. Dat blijkt uit het jaarverslag van de IND dat vandaag werd gepubliceerd. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ontving 28.200 aanvragen voor naturalisatie, 6.900 meer dan in 2005. In 83 procent van de gevallen werd het verzoek ingewilligd.

De meeste migranten doen afstand van hun oorspronkelijke nationaliteit als ze Nederlander worden. Dat is een verplichting, al zijn er verschillende uitzonderingen. Sinds april 2003 moeten migranten ook een naturalisatietoets doen, waarin hun kennis van de Nederlandse taal en samenleving wordt getest. Naturalisatie kan na vijf jaar verblijf in Nederland, als iemand een geldige en definitieve verblijfsvergunning heeft.

De IND heeft vorig jaar de achterstanden in de afhandeling van aanvragen voor verblijfsvergunningen grotendeels weggewerkt, stelt de dienst in het jaarverslag. Ook werden nieuwe aanvragen voor verblijfsvergunningen sneller afgehandeld. In september 2005 stelde de Algemene Rekenkamer dat de administratieve chaos bij de dienst zo groot was dat buitenlanders die zich voor studie, werk of in het kader van gezinshereniging in Nederland willen vestigen te lang moeten wachten op een verblijfsvergunning. De gemiddelde behandeltijd was negen maanden, terwijl de wettelijke termijn zes maanden is. In 2006 lukte het in 85 procent van de gevallen om binnen de gestelde termijn een beslissing te nemen over een nieuwe aanvraag, zegt directeur Peter Veld. „In veertig procent van de gevallen viel de beslissing binnen vijf werkdagen.”

In totaal maakte de IND vorig jaar ruim 250.000 vreemdelingendocumenten. Daarvan werden er 66.000 uitgereikt aan mensen die een permanente verblijfsstatus in Nederland hebben. Dat waren er 55.500 meer dan in 2005. Het ging daarbij vooral om verlengingen van verblijfsdocumenten die tussen 2001 en 2003 zijn verstrekt.