Met een caravan naar de maan

Terwijl een filmpje van de Apollo 11 de aandacht afleidt, komt Edwin ‘Buzz’ Aldrin (77) de trap afgelopen. De Apollo 11-astronaut die als tweede man ter wereld in 1969 op de maan wandelde, kreeg gisteren een staande ovatie in de tot de nok toe gevulde aula van de TU Delft. Niemand wil de lezing van Buzz missen. „Hier moet je gewoon bij zijn”, zegt een oudere man in de menigte die zich de maanlanding nog „als de dag van gisteren kan herinneren”. Buzz Aldrin is uitgenodigd door de studievereniging van de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek ter ere van hun twintigjarige bestaan.

„Roger, Houston, we staan vooraan bij de landingsbaan”, grapte Aldrin in 1969 vlak voor de maanlanding. Vanmiddag strooit hij ook met grappen en anekdotes, terwijl hij zijn levensverhaal vertelt aan de hand van een diashow. „Je zou heel goede ogen moeten hebben om de Chinese muur te kunnen zien vanaf de maan. Zelfs de Chinezen lukt dat niet”, zegt hij lachend. Hij wordt serieuzer als hij over de toekomst van de ruimtevaart spreekt. „De NASA moet beter luisteren naar adviezen van de buitenwereld”, vindt Aldrin, „zeker na de ramp met ruimteveer Columbia in 2003”. Aldrin verwacht dat de Amerikanen in 2014 weer in de ruimte zullen zijn met het nieuwe ruimteschip de Orion. „Hopelijk zijn we dan in 2020 weer op de maan.” De ontwikkelingen rondom het onderzoek naar Mars volgt Aldrin ook nauwgezet. „We staan pas aan het begin van de interstellaire geschiedenis. In 2507 zullen mensen naar de aarde kijken, zoals moslims nu naar Mekka.” Hij slaakt een diepe zucht.

„Ik voel me nederig bij Buzz Aldrin”, zegt Wubbo Ockels (60), de eerste Nederlandse astronaut, voorafgaand aan Aldrins lezing. „Buzz was getuige van het begin van het bewustwordingsproces over de kwetsbaarheid van de aarde”, aldus Ockels die zelf in 1985 een week om de aarde vloog. Volgens de oud-astronaut is het de hoogste tijd om actie te ondernemen om beter voor dat „kwetsbare ruimteschip” te zorgen. Hij verwelkomt de politieke wil die is ontstaan om klimaatverandering aan te pakken. Ockels: „Binnen vijf à tien jaar moet en zal het hier anders zijn, ik geloof in de post-industriële revolutie.”

In het publiek zit ir. Paijens van de Technische Universiteit. „Het waren toch ook wel helden”, zegt hij. „Als ik de foto’s van die ruimtemissie nu terugzie…” Hij schudt zijn hoofd. „Ongelooflijk, het lijkt bijna alsof ze met een omgebouwde caravan naar de maan zijn gevlogen.”