Makelaar in koffiepads

Er vindt een wildgroei plaats van alternatieve canons Vaderlandse Geschiedenis.

Wie heeft er baat bij de historische canon van Fokke en Sukke?

‘Hè bah! Spinoza.’ Het kán de reactie geweest zijn van de christelijke historici die vorig jaar geconfronteerd werden met de geschiedeniscanon van de commissie-Van Oostrom. De onchristelijke rationalist in ‘venster 22’ moet hen zo’n afkeer hebben ingeboezemd dat ze besloten tot een alternatieve canon, waaruit de 17de-eeuwse filosoof is weggeretoucheerd. Net als Annie M.G. Schmidt, Eise Eisinga, ‘De beeldenstorm’ en ‘Buitenhuizen’ zal Spinoza niet op christelijke scholen worden onderwezen.

Sinds de publicatie van de Canon van de Vaderlandse Geschiedenis, op 16 oktober 2006, heeft Nederland een wildgroei van alternatieve canons gezien. Grote steden, bètawetenschappers, provincies, onderzoekers op het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, de inwoners van de Duin- en Bollenstreek – allemaal ontwikkelden ze hun eigen serie vensters op de geschiedenis. Tot vreugde van Frits van Oostrom, die in het voorwoord van De historische canon van Fokke & Sukke bekent dat zijn commissie droomde van een canongekte die zou leiden tot ‘slimme merchandising’ en zelfs tot commentaar van de stripfiguren Fokke & Sukke.

De muismatten, boxershorts en ijskastmagneten met canon-icoontjes kwamen er niet, maar wel een boekje waarin de getekende eend en kanarie de vijftig vensters van de canon in ironisch perspectief zetten. ‘Fokke & Sukke gaan Isings achterna’ kopt Van Oostrom, die een parallel trekt met de schoolplaten waarmee hijzelf is opgegroeid. ‘Zou een toekomstige generatie […] herinnering bewaren aan de wandkaart met de vensters, de website www.entoen.nu plus de canon van Fokke & Sukke? Ik teken ervoor.’

‘Hè bah! Spinoza’, zeggen de vies kijkende stripfiguren achter een tafel met twee boeken; ‘Fokke & Sukke krijgen het gewoon niet weg’ luidt de tekst boven de tekening. En zo stormen John Reid, Bastiaan Geleijnse en Jean-Marc van Tol (tekeningen) als olifanten door de vaderlandse porseleinkast. Twee Vikingen becommentariëren venster 3 – de komst van Willibrord – met de opmerking: ‘Het is een tsunami van christenen.’ De waterbouwkundige Leeghwater (15, De Beemster) heet de ‘Lord of the Ringvaart’. Batavus Droogstoppel, uit het venster Max Havelaar, is handelaar in koffiepads. In de Eerste Wereldoorlog (35) proberen loopgraafsoldaten een broodje ham met mosterdgas. Een jaren-vijftig-echtpaar reageert geschokt op de individualisering van hun zoontje (‘Zo. Dus meneer wil een eigen ganzenbord op zijn kamer?’).

Zoals altijd bij Fokke & Sukke verschilt de humor per cartoon; soms draait het om een woordspeling, soms om een beeldgrap, en soms – maar niet zo vaak als in de tekeningen – om seksuele dubbelzinnigheden. Reid, Geleijnse & Van Tol zijn breed onderlegd. Niet alleen de populaire cultuur is in hun cartoons goed vertegenwoordigd, maar ook de high culture die niet langer meer tot de basiskennis van iedere middelbare scholier behoort. Een verwijzing als ‘Fokke & Sukke hebban olla mede opgezopan’ is leuk voor iedereen die zijn Middelnederlandse literatuurgeschiedenis én zijn klassieke kookkunst kent, maar ondoorgrondelijk voor de rest van de wereld, en dus gefundenes Fressen voor snobisten. Daarin ligt ook de kracht van de cartoons: Fokke & Sukke geven je een goed gevoel, want elke moeilijke grap die je begrijpt is een bevestiging van je belezenheid, je algemene ontwikkeling, je vermogen tot deduceren en combineren, je historisch besef.

In dit licht doet Frits van Oostroms voorwoord bij De historische canon van Fokke & Sukke enigszins wereldvreemd aan. ‘Wie dit boekje uit heeft,’ schrijft hij, ‘[is] de canon nader gekomen dan daarvoor.’ De zaak ligt anders. Wie de canon – en tientallen andere halteplaatsen van de algemene ontwikkeling – niet kent, zal nooit kunnen lachen om Fokke & Sukke. Waar slaat die tsunami van christenen op? Waar handelde Droogstoppel echt in? Waarnaar verwijst de tekst bij het venster Floris V (‘Die Gerard van V. was al jaren aan het radicaliseren’)? Waarom kun je beter geen Zeeslag spelen met Michiel de Ruyter? Zelfs voor de melige woordspelingen (‘Op het slagveld maakte Karel smeerleverworst van de Saksen’) moet je een zekere basiskennis bezitten.

RG&vT hebben de canon harder nodig dan omgekeerd. En Jean-Marc van Tol heeft dat goed begrepen. Sinds een paar jaar publiceert hij in onder meer de jeugdkrant Kidsweek de gagstrip Kort & Triest, waarmee hij de aankomende Fokke & Sukke-lezers alvast inwijdt in de lol van het intertekstueel grappenmaken. Zijn drieplaatjesstrips variëren op de grote verhalen uit de wereldliteratuur: de sprookjes van Grimm, Moeder de Gans en Andersen; de fabels van La Fontaine; De verhalen van Duizend-en-één- nacht; Pinocchio, het Nieuwe Testament. De grappen zijn makkelijker na te vertellen dan die van Fokke & Sukke, maar de principes zijn hetzelfde. Ook hier verwijzingen (‘de geskeelerde kat’) en beeldgrappen (‘Halloween… de enige tijd van het jaar dat je als heks de straat op durft’). Alleen met woordspelingen zijn Van Tol en tekstschrijver Herman Roozen wat zuiniger. Daar staat tegenover dat ze gebruik kunnen maken van de running gag, door bijvoorbeeld eindeloos te variëren op Sneeuwwitje bij de zeven dwergen of Roodkapje en de wolf.

In Kort & Triest 1: Verdwaald heeft Van Tol, sinds kort zijn eigen uitgever onder de naam Catullus, 135 van zijn sprookjesstrips verzameld. Het is een album dat de ideale opstap vormt voor de veeleisende humor van Fokke & Sukke. Kraakhelder getekend, elegant ingekleurd en onweerstaanbaar grappig. Wie niet hikt van het lachen bij Repelsteeltjes telefoongedrag, de modebewuste Gelaarsde Kat en de vergeefse pogingen van Ali Baba om zijn grot open te krijgen, is een droogstoppel, of heeft nooit een sprookje gelezen.

Dé historiecanon is te vinden op: http://entoen.nu/

Reid, Geleijnse & Van Tol: De historische canon van Fokke & Sukke. Catullus, 96 blz. € 6,95

Jean-Marc van Tol: Kort & Triest 1. Verdwaald. Catullus, 48 blz. € 7,95